Imkerij-Boekhouden.

In het Maandschrift van October heb ik U iets medegedeeld over de inrichting van het Kasboek Ontvangsten en Uitgaven van den imker.
Thans wil ik de boekhouding nog wat verder uitbreiden en nagaan wat de imker nog meer dient aan te teekenen, behalve het geldelijk gedeeltte, teneinde een goed overzicht over zijne volken te hebben.

In- en Uitwintering:

Zoodra in het najaar de imker aan zijne volken de laatste hand heeft gelegd, dient hij een soort „burgerlijke stand" van zijne volken aan te leggen. Deze staat kan er als volgt uitzien, als het alleen kastvolken betreft:

De inrichting is duidelijk genoeg. Onder „opmerkingen" kan men verschillende aanteekeningen plaatsen, b.v. of er gedurende den winter veel of weinig verbruikt is, of de kolonie zwak of sterk is, enz.

Zwermtijd.
Tijdens den zwermtijd dient men vooral goed boek te houden, opdat men weet, welke volken reeds gezwermd hebben en welke niet, wanneer al koninginnedoppen werden verwijderd, wanneer eene bevruchte jonge moer werd ingevoerd, wanneer deze aan den leg is, enz.
De kasten en korven dienen alle genummerd te zijn. Sommige bijenhouders hebben in iedere kast een stuk papier liggen met een paar punaises op een plankje bevestigd, waarop de toestand van het volk staat aangegeven:
Nog beter kan men deze aanteekeningen in een boek of op een vel papier schrijven en kan hiervan de indeeling dan zijn, zooals onder is aangegeven:

Onder „No. Kast" plaatst men het Kastnummer, dat men met aluminium cijfers gemakkelijk voor elke kast kan aanbrengen.
Onder „Datum voorzwerm" wordt de dag gezet, waarop de voorzwerm afkwam.
„Datum na 9 dagen" is in dit geval 10 Juni. Op dezen dag is dus al het broed gesloten en kunnen alle moerdoppen worden weggebroken door al de bijen van de raampjes te schudden.
Doet men deze bewerking, dan plaatst men den datum onder het hoofd „Raampjes afgeschud op".

„Gesloten doppen verwijderd". Het gebeurt soms, dat men het volk niet 9 dagen lang kan laten staan, nadat de voorzwerm afgevlogen is. Bij slecht weer van eenigen duur in den zwermtijd komen de nazwermen reeds binnen enkele dagen na den voorzwerm. Men kijkt het volk dus veel vroeger na, dan na 9 dagen; breekt de gesloten doppen weg en laat de open staan. Het verwijderen dezer gesloten moederwiegen wordt ingeschreven op den dag, waarop dit plaats had.

„21 dagen na voorzwerm". Door dezen datum in te vullen, weet men wanneer het broednest „broedschoon" is. Er wordt verondersteld, dat men aan koninginneteelt doet en dus jonge bevruchte koninginnen in voorraad heeft. Men neemt nu een van deze bevruchte koninginnen uit de kastjes voor koninginneteelt en doet die in een moerhuisje en legt het in een volk waaruit al de doppen verwijderd zijn. Dit doet men liefst c.a. 16 dagen na 't afgaan van den voorzwerm, die teruggevlogen is, omdat de oude moer geknipt was.
Onder „Bevruchte moer in kluisje op" wordt de datum gezet, waarop dit invoeren plaats vond.

„Bevruchte moer los gelaten op". Hieronder zet men den dag, waarop zij uit haar kluis bevrijd werd.
„Stamt uit Kast No.". Hieronder zet men het nummer van de kast, waaruit de koningin afkomstig is.
Zoodra men eitjes ontdekt in de kast met ingevoerde bevruchte jonge moer, plaatst men den datum onder „Eitjes aanwezig op".
Vervolgens is er nog een kolom „Opmerkingen", waaronder bemerkingen kunnen komen van allerlei aard. In ons geval is de koningin bij 't nazien op 10 Juli geknipt en geconstateerd, dat de kolonie mooi broed had.
(Wordt vervolgd)