Imkerij-Boekhouden.

(Vervolg).

Koninginneteelt.
Men moet hiervan ook nauwkeurig aanteekening houden, b.v. op welken dag de jonge moeren in de kastjes voor koninginneteelt gedaan zijn, uit welke volken zij stammen, op welken dag de kastjes zijn buiten gezet, wanneer eitjes aanwezig waren en in welke volken zij werden ingevoerd. In ons geval worden „Graze's"-kastjes gebruikt.
Hiervoor kan dé volgende staat dienen:

Najaarsvoedering.
Eveneens is het aanbevelenswaardig, in 't najaar aan te teekenen, hoeveel suikeroplossing men aan elk zijner volken verschaft. Het eene volk zal natuurlijk meer bijgevoerd dienen te worden, dan het andere. Men moet ook hier niet de „voer-er-maar-op-los-methode" toepassen. Door met Thüringer ballons te voederen, heeft men een zeer gemakkelijke controle. Men kan ook boven op een broedkamer een bak met houtjes of strootjes zetten, waaromheen de honingkamer en daarop het reisraam en een Thüringer ballon door 't reisraam laten leegloopen in den leegen bak, welke op de broedruimte geplaatst is. Is de voerbak vrij groot, dan kan men er twee ballons of misschien nog meer in gieten en weer bijvullen, wanneer de voerbak leeg is, zoolang, tot men denkt, dat de kolonie voldoenden wintervoorraad heeft. Door op deze manier te voeren, geeft men sommige volken niet te veel en andere niet te weinig. De indeeling van dezen voerstaat kan als volgt geschieden:

Waarnemingsstations.
Het is jammer, dat de bijenbascules nogal duur zijn, anders moest op eiken bijenstand van eenige beteekenis beslist een weegschaal onder een volk geplaatst worden.
Door aanteekening van het gewicht te houden, krijgt men een goed inzicht, wanneer in zijn streek de hoofddrachten vallen. Deze kunnen natuurlijk het eene jaar bij het andere wat uiteenloopen, omdat de bloei der planten van het weer afhankelijk is. Men kan zijne bedrijfswijze hiernaar inrichten, welke natuurlijk afhankelijk is van de drachtperioden in zijne omgeving.
Onderstaand geef ik U een tabel voor een waarnemingsstation:

Onder de kolom „Bruto Gewicht in Grammen" vult men in hoeveel gedurende den nacht of overdag is ingeteerd of hoeveel des daags gewonnen is. Heeft men geen tijd om 's ochtends en 's avonds te wegen, dan kan men ook met éénmaal per dag volstaan door 's avonds het gewicht op te nemen en dit onder „afname" of „toename" te plaatsen, al naar gelang er op dien dag verlies of winst was.

Onder „vliegdagen" vult men in of de vlucht zwak (I), goed (II) of zeer goed (III) was.
Onder „Opmerkingen" kan men allerlei aanteekeningen plaatsen, b.v. wanneer de reinigingsvlucht plaats vond, wanneer 't volk werd nagezien, de honingkamer geplaatst, een zwerm afkwam, enz.
Iedere 10 dagen kan men het gewicht optellen, n.l. op den 1Oen over het tijdvak van den 1en tot en met den 1Oen der maand, dan over 11 - 20 en vervolgens van den 21en tot en met den laatsten dag. Deze drie sommen vormen het totaal. Van deze totaal-cijfers vindt men de gemiddelden door het aantal dagen der maand hierop te deelen.

Bij de waarnemingsstations is het gebruikelijk van 16 October tot en met 15 Maart om de 10 dagen te wegen, dat is op den 1Oen, 20en en laatsten dag der maand.
Van 16 Maart tot en met 15 October weegt men 's ochtends en 's avonds, dat wil zeggen, wanneer de bijen alle thuis zijn. In den zomer bij mooi weer zal men dus 's morgens vrij vroeg het gewicht dienen op te nemen, wil men dit zuiver hebben.

Merkwaardigheden.
Indien men in een of ander tijdschrift artikelen leest, waaruit wat te leeren valt, dan dient men hiervan ook aanteekening te houden. Heeft men zulk een staatje aangelegd, dan kan men later gemakkelijk zulke onderwerpen in vroegere tijdschriften opnieuw naslaan.
De indeeling kan als volgt zijn:
]

Warnsveld, Dec. 1923.
A. OONK.