Beknopt verslag van de Hoofdbestuursvergadering van 20 November 1924 gehouden in Hotel Centraal te Utrecht des v.m. 11 uur.

Alle leden zijn tegenwoordig, behalve de Heer S.A. de Visser te Kruiningen, welke door ernstige ziekte verhinderd is deze vergadering bij te wonen. Mede is de Rijksbijenteeltconsulent Minderhoud aanwezig, terwijl de Heer van Giersbergen in den loop der vergadering bericht zond wegens ambtsbezigheden verhinderd te zijn de verg. bij te wonen.

De voorzitter opent de verg. en doet mededeeling van de ongesteldheid van den Heer de Visser; spreker is er van overtuigd, namens alle leden te spreken, als hij hem een spoedig herstel toewenscht.
De notulen worden voorgelezen en behoudens een enkele wijziging goedgekeurd. Vervolgens wordt het nieuwe H.B. lid door den voorzitter welkom geheeten daarbij de wensen uitsprekende, dat aangenaam en prettig samen gewerkt mag worden om de belangen der imkers en imkerij te bevorderen.

De heer van den Berg vergelijkt de vereeniging met een bijenkorf waarin enkele wespen zijn binnengedrongen en daar de orde hebben verstoord.
Nu de wespen er uit zijn, trachten zij aan de buitenzijde der korf schada aan te brengen, doch door eendrachtige samenwerking zullen zij geen blijvende schade kunnen aanrichten. Voorzitter hoopt, dat de Heer v.d. Berg zal zijn een actieve werkbij.

Voorzitter deelt vervolgens mede, dat hij en de Secretaris aan het Dep. van Binn. Zaken en Landb. met verschillende afgev. van andere landb. en imkers-vergn. een bijeenkomst heeft gehad met Z. Ex. den Minister van dat Departement en den Inspecteur van den Landbouw, den Heer Kakebeeke.

Van gedachten werd gewisseld over de adviezen inzake het Rijkshoningmerk. Onze verg. had geadviseerd een Rijkshoningbesluit te bevorderen, omdat zij meende, dat hiermede het beoogde doel beter bereikt werd. Na een langdurige bespreking, welke door den Inspecteur van den Landbouw geleid werd, werd besloten den Minister te adviseeren aan den hand van de Warenwet 1919 te trachten waarborgen te geven voor een onvervalscht product.

Voor de gehouden prijsvraag (middel om het kristalliseeren van honing te voorkomen) zijn 3 antwoorden binnen gekomen, welke van dien aard zijn, dat een nader onderzoek gewenscht blijkt; de Heer Minderhoud verklaart zich bereid de deugdelijkheid te onderzoeken.

Over het goedkeuren van het regl. van Ring VIII is kwestie gerezen, omdat er in dat regl. een art. voorkomt waardoor het mogelijk zou zijn eene vereeniging in de vereeniging te krijgen.
De Hr. Frankenhuis en de Secretaris, welke beiden met het bestuur van Ring VIII hebben geconfereerd hebben den indruk gekregen, dat dit niet in de bedoeling lag; besloten wordt het bestuur van dien Ring te verzoeken dit art. zoodanig te wijzigen, dat de mogelijkheid wordt weggenomen.

Ook het stemrecht vindt de Voorz. niet ideaal, doch dit zal geen reden tot niet goedkeuren zijn.
Een klacht is ingekomen van Afd. Kennemerland, dat de suiker onreine deelen bevatte, zooals touwtjes enz.
Vermoed wordt, dat dit een toevallige oorzaak heeft en zal in dien geest Kennemerland bericht worden.

Van den Heer Henk Langeveld was bericht ingekomen, dat hij protest aanteekende tegen zijn royement door de Afd. Kennemerland. Aangezien het H.B. meent, dat het een interne aangelegenheid van Afd. Kennemerland is, verklaart het zich niet competent het royement teniet te doen, doch den Heer Langeveld te adviseeren zich of als verspreid lid, of bij een andere afd. aan te melden.

Het rapport van den Secretaris over de maanden September en October wordt voor kennisgeving aangenomen.
Het voorstel van den Secretaris om een tusschenstation te vormen tusschen koopers en verkoopers inzake honing en was, vindt algemeen instemming terwijl tevens besloten wordt tegen verminderd tarief advertenties in het Maandschrift op te nemen, bij wijze van honing- en wasbeurs, teneinde den honing en washandel vlotter te doen verloopen en daardoor bij te dragen tot de oplossing van het honingvraagstuk.

Voorzitter deelt mede, dat de Heer den Hartog bedankt heeft als lid van het H.B. en dat candidaat voor deze vacature gesteld zijn de Heeren Mr. F.A. Ebbinge Wubben te Lent en Alb. Schimmel te Scherpenzeel.

Ingekomen is een schrijven van den Heer de Leeuw te Wageningen inhoudende het verzoek om vergoeding voor gedane werkzaamheden voor den verbouw van de schuur bij het bijenhuis. Aangezien bij de opdracht bepaald is dat de begrooting geen geld mag kosten, merkt de voorzitter op, dat hij op vergoeding generlei recht heeft, doch dat hij het billijk vindt, dat we hem een vergoeding geven. De Heeren Beil, Frankenhuis en Schaafsma vinden ƒ 10.— genoeg; de Heer Versteeg acht de vordering van ƒ 25.— niet te hoog, daar we ook de kennis moeten betalen. Voorzitter meent, dat we niet op een dubbeltje moeten zien. Het voorstel om ƒ 10.— vergoeding te geven wordt aangenomen.
Vóór stemden de H.H. v.d. Berg, Emmens, Schaafsma, Beil en Frankenhuis, blanco de Heer van den Brink.

Inzake het Maandschrift wordt besloten het contract een half jaar te verlengen, omdat we dan niet tot 1926 gebonden zijn, als de commissie van 5 met aannemelijke voorstellen komt om het Maandschrift te verbeteren en die Alg. Verg. daarover beslist heeft. Aangezien de Heer van der Peijl voor het geld best werk geleverd heeft, wordt besloten het Maandschrift weer voor dat half jaar bij hem te laten drukken.

In verband met de ziekte van den Heer de Visser, geeft de Voorzitter in overweging zijn ontstentenis voorloopig aan te vullen door een ander lid van het H.B. vooral de commissie van bijstand en overname bescheiden en gelden van den ontslagen Directeur. De benoeming is slechts van tijdelijken aard en houdt op, zoodra de Heer de Visser weer hersteld is en actief aan het vereenigingsleven kan deelnemen. De Heer v.d. Berg wil een vaste reserve benoemen, omdat zoo'n ontstentenis wel eens weer kan voorkomen.
Bij de eerste stemming krijgt de Heer v.d. Berg 2, Emmens 2, Wigman 1, v.d. Brink 2 en Versteeg 1 stem. De Heeren v.d. Brink, Emmens en Wigmam verklaren niet in aanmerking te willen komen. Bij de tweede stemming verwerft de Heer v. d. Brink 3 stemmen, Versteeg 2, v.d. Berg 2 en Schaafsma 1 stem.
Een tusschenstemming tusschen de Heeren Versteeg en v.d. Berg maakt uit, dat de Heer v.d. Berg met v.d. Brink in herstemming zal komen. Alsnu verwerft de Heer v.d. Brink 5 en v.d. Berg 3 stemmen, zoodat eerstgenoemde Heer gekozen is tot plaatsvervangend lid der commissie afd. Handel.

Alsnu doet de Voorzitter een verslag van den stand van zaken inzake het overnemen van de bescheiden enz. van de commissie van den Heer van Os. De commissie is tot heden niet geslaagd. Er is wel gewerkt, doch geen gewenscht resultaat bereikt. De Heer van Os heeft op 30 September het kladkasboek en alle gelden medegenomen, zoodat én Secretaris én de waarnemende Directeur van Handel geen betalingen konden doen. Voorzitter heeft van Os in overweging gegeven om de gelden van Afd. Verg. in ieder geval direct over te dragen en hem met vervolging gedreigd, indien hij aan den wensch van den Voorzitter niet wilde voldoen. Het resultaat was, dat bij een onderhoud met den Voorzitter, Secretaris, de Heeren v.d. Bend en van Os op het Bijenhuis, zij slechts het kladkasboek tegen kwitantie van hem konden machtig worden. Het bedrag, dat den Heer van Os nog onder zich heeft bedraagt tusschen de 3 en 4000 gulden. Er moeten vandaag spijkers met koppen geslagen worden zegt de Voorzitter, want zoo kan het niet langer blijven.

De Heer Frankenhuis geeft óók een relaas van de bemoeiingen van de H.B. commissie welke in hoofdzaak overeenkomt met het door den Voorzitter meegedeelde.
De goederen op het Bijenhuis waren door den Heer van Os slecht beheerd, het leek meer op een oudroestkraam, dan op een goed geregeld verkoophuis.
Thans zien de zaken er heel wat beter uit en heeft een grondige verbetering plaats gehad, waarvoor de Heer van der Bend alle lof toekomt.
Het is de commissie gebleken, dat de Heer van Os goederen bij Afd. Handel had ondergeschoven, waarvoor hij zich per kas betaald had en waarvan geen factuur aanwezig was, zoodat niet nagegaan kon worden hoeveel die artikelen werkelijk gekost hebben. De Heer Frankenhuis was van oordeel, dat nadat de comm. eenige malen tevergeefs te Wageningen was geweest, de Heer van Os de kosten zou moeten dragen van een volgende bijeenkomst; in dit stadium stonden de zaken, toen de Heer de Visser ziek werd.

Verschillende besprekingen worden alsnu gevoerd om afd. Handel met meer succes te doen werken.
Ook wordt de inwendige toestand van de verg. besproken, welke van zekere zijde zoo zwart mogelijk wordt voorgesteld. De Voorzitter keurt de handelingen van van Os af, maar deze heeft de vrijheid een verg. op te richten. Spreker hoopt, dat het stormpje niet zoo'n vaart zal loopen. De Secretaris heeft in het Maandschrift zich verweerd en we moeten nu maar afwachten, wat die bond uitvoert. Het is in onze vereeniging meer gebeurd, dat mededeelingen gedaan werden in strijd met de waarheid en daardoor is het vergif in onze verg. geslopen.

De Heer v.d. Brink zegt, dat van Os nu schermt met een goedkoopere suikerlevering, maar het was plicht geweest van hem, dat hij dit gedurende zijn Directeurschap had gedaan. Door ingrijpende wijzigingen in de werkwijze van het H.B. zullen de verschillende belangen van de Verg. beter tot hun recht komen en verschillende vraagstukken door H.B. leden in studie genomen worden.
Ten slotte werd de Heer v. d. Brink benoemd tot lid van het Dagelijksch bestuur. Onder dankzegging sloot de voorzitter de vergadering.