Rapport van de Commissie van vijf, ingevolge opdracht van de Algemeene vergadering d.d. 24 April 1924.
Mijne Heeren,
Wij hebben hierbij de eer U te doen toekomen het Rapport ingevolge opdracht der Algemeene Vergadering d.d. 24 April 1924, welke opdracht luidde:
a. een onderzoek instellen naar de reorganisatie van Afdeeling Handel;
B. een onderzoek instellen naar de mogelijkheid van een honing- en wascentrale;
c. een onderzoek instellen naar de mogelijkheid van het uitgeven van een meer actueel Maandschrift.
Tot leden dezer commissie werden door het Hoofdbestuur benoemd de Heeren: A. van Est te Utrecht, H. Stienstra te Leeuwarden, R. van Hesse te Hilversum, W. van 't Land te Barneveld en Joh.A. Joustra te Amersfoort. Bij hare eerste zitting, welke gehouden werd den 4 Juli 1924, bleek het der Commissie, dat het H.B. in die commissie had benoemd een lid van de Firma Wed. Wieffering te Amsterdam, welke fa. handelt o.a. in buitenlandschen honing, kunsthoning, melasse enz.
Aangezien het der commissie voorkwam, dat een samenwerken met een concurrent der Vereeniging — bedoelde firmant gaf n.l. ter zitting te kennen, wel wat aan Afd. Handel te willen verdienen - minder gewenscht was, en daar deze firmant zelf óók inzag in deze commissie niet op zijn plaats te zijn, verzocht de commissie het H.B. een ander lid te willen aanwijzen, daar zij anders haar mandaat ter beschikking van het H.B. stelde.
In de plaats van den Heer van Hesse, werd toen door het H.B. benoemd de heer H.G. Schutte te Enschede. Een en ander vertraagde de werkzaamheden van de commissie zeer, daar zij haar eerstvolgende vergadering eerst kon houden op 1 Augustus d.a.v. In die dagen werd een polemiek gevoerd in het Maandschrift door het H.B. lid, den Heer Frankenhuis en den accountant der Vereen., waarin zich óók de Heer Ebbinge Wubben mengde en er tevens een gecombineerde balans in het Maandschrift werd gepubliceerd, aangevende de werkelijke bezittingen en schulden der Vereen., welke balans nogal verschil van meening ontlokte. De tegenstrijdige meeningen waren voor de commissie aanleiding, om een grondig onderzoek in te stellen naar het werkelijk kapitaal der vereen., temeer, daar van eene reorganisatie van „Handel" geen sprake kon zijn, als de Comm. niet volledig op de hoogte was van de organisatie van die instelling.
Voor die zaken was echter een administratief deskundige noodig en daar het H.B. deze niet in de comm. had benoemd, meende deze geen vruchtbaar werk te kunnen leveren, als zij niet de medewerking had van een accountant.
Op haar verzoek werd toestemming verleend een acc. te benoemen en daarvoor een extra crediet toegestaan van hoogstens ƒ 300,—. Zij vond den Heer W. Spiele te Enschede bereid, de comm. te steunen en hier is een woord van dank op zijn plaats voor de serieuse wijze, waarop genoemde accountant met zijn assistent den Heer Klumpers de commissie met raad en daad terzijde stond. Door de commissie werd, behalve een onderzoek naar de baten en lasten, óók een onderzoek ingesteld naar de goederenvoorraad. Meende zij met enkele steekproeven te kunnen volstaan, het bleek al spoedig, dat elke steekproef mislukte, daar van de meeste artikelen of te veel, of te weinig aanwezig waren.
De commissie besloot dan ook een nauwkeurige telling te houden. Zeer onaangenaam werd de commissie getroffen, door het feit, dat van sommige artikelen enorme hoeveelheden waren ingeslagen, welke ongetwijfeld zouden moeten leiden tot niet onbelangrijke verliezen. Deze hoeveelheden waren reeds sedert 1919 aanwezig en waren de inkoopen zelfs bij een ledental van ongeveer 10000 ongemotiveerd. De commissie is er dan ook van overtuigd, dat met de gelden der Vereen. (het zgn. suikerfonds) roekeloos is omgesprongen, en dit alleen kan worden toegeschreven aan 't totaal gemis aan koopmansschap van den voormaligen Directeur, den Heer van Os, het feit dat door het Hoofdbestuur onvoldoende controle werd uitgeoefend en wijzen op 'n ongeloofelijke afwezigheid van kennis met den Nederlandschen Imker.
Het ligt niet op den weg der comm. hierop nader in te gaan, maar voor de reorganisatie is het noodig de naakte feiten goed onder de oogen te zien. Door de langdurige aanwezigheid van meerdere artikelen, zijn deze niet onbelangrijk in waarde verminderd, ongeacht nog het daaruitvloeiende renteverlies.
Vele ingekochte goederen zullen dan ook niet meer als nieuw verkoopbaar zijn en hebben hunne waarde al ingeboet door het vele arbeidsloon, dat voor het roestvrij maken enz. is moeten worden en zal moeten worden betaald.
Bij de taxatie van de voorraden heeft de commissie dan ook rekening gehouden met 1e renteverlies, 2e vermindering in waarde wegens beschadiging enz., 3e onverkoopbaarheid van vele artikelen, 4e arbeidsloon voor het telkens weer opknappen van zgn. winkelknechtjes. In dit licht gezien, bleek der comm. dat de voorraad goederen in de balans van 31 Dec. 19123 veel te hoog is opgenomen en door de commissie geschat is op ƒ 11202,41½ tegen ƒ 26475,66 geschat door den Heer van Os (zie Maandschrift 1924 blz. 60).
Het totale kapitaal van de Vereen., na aftrek van het verlies, bedraaagt naar onze schatting per 30 Sept. 1924 ƒ 23071,90½, dus ruim ƒ 23000.- (drie en twintig duizend gulden) tegen ƒ 37611,06, zooals dit in het Maandschrift van Mei 1924 onder de gecombineerde balansen voorkomt.
De dubieuse vordering op de „Geldersche vallei" is door onze commissie bij het verlies gerekend, dus niet in het kapitaal van de vereen. opgenomen.
Volgens de statuten van die coop. zeemerij zijn de leden persoonlijk aansprakelijk voor slechts ƒ 2,50. Volgens door ons ingewonnen inlichtingen werd echter bij arrest van den H.R. deze beperkte aansprakelijkheid tenietgedaan, zoodat deze gelden (ƒ 2098,83) nog invorderbaar zouden zijn en het kapitaal van de vereen. met dit bedrag vermeerderd diende te worden.
Aangezien het echter der commissie voorkomt, dat de Geldersche vallei moreel gelijk heeft en slechts door de rechtbank in het ongelijk is gesteld omdat ze te laat over de geleverde ondeugdelijken honing reclameerde, meent de commissie, dat het niet op den weg van eene vereen. kan liggen, om een instelling van hare leden ten gronde te richten en heeft zij rekening houdende met het humaniteitsgevoel der imkers, dit bedrag als niet invorderbaar afgeschreven.
Zooals tevoren reeds gezegd, is het verschil in waardeering het gevolg van de verschillende maatstaf, welke bij de taxatie van de goederen en dubieuse debiteuren is aangelegd. Hoewel over de waardeering uit den aard der zaak wel te twisten zou zijn, is de commissie er van overtuigd, dat zij bij hare taxaties de meest juiste weg bewandeld heeft en zij waarschuwt den leden ten sterkste, eenige illussies te koesteren, dat van hun zgn. doode kapitaal nog iets terecht zal komen. Wanneer de omzet van Afd. Handel minder mocht worden dan tot nu toe, vreest de commissie, dat zelfs binnen afzienbaren tijd hare taxaties nog te hoog blijken te zijn, een en ander op dezelfde gronden, als hiervoren reeds genoemd.
De groote fout, welke Afd. Handel heeft gemaakt, is, dat ze zich niet aan het oorspronkelijke doel heeft gehouden nl. den verkoop van honing. Ze heeft daarentegen zich geworpen op den verkoop van goederen. Daarbij komt een te gemakkelijk gebruik van de gelden der Vereeniging (suikerfonds). Dit heeft ten gevolge gehad een onbegrijpelijk dwaze inkoop van voorraden, gepaard met een te dure administratie. Hierbij komt nog, dat het jaarlijksche verslag van de handelingen van Afd. Handel geen voldoende duidelijk beeld gaf van den werkelijken toestand, waardoor veel onrust in de Vereeniging ontstond.
Het verslag van den Heer Spiele, dat hieraan als bijlage is toegevoegd geeft thans een duidelijk beeld van den werkelijken toestand. Een en ander is oorzaak, dat ingrijpende maatregelen noodig zijn. Bovendien bleek het der commissie, dat meer honing is omgezet dan uit de boeken blijkt, zoodat de vraag rijst, of de Directeur ook op eigen gelegenheid handel in honing gedreven heeft. Naar de meening van de commissie zou deze handelsinstelling wel levensvatbaarheid kunnen hebben, indien
1e. deze Afd. werd omgevormd in eene Naamlooze Vennootschap, waarin de Vereen. vertegenwoordigd was met een aandeelenkapitaal van minstens 51%. 49% van de aandeelen zouden geplaatst kunnen worden onder de imkers-leden van de vereen. De comm. geeft dan ook in overweging om eene Alg. Verg. uit te schrijven (gevoegelijk zou deze met de A. V. in April kunnen samenvallen) waarin besloten wordt, dat de Vereen. aandeelen tot een gezamelijk bedrag van ƒ 7500.— 't zij in natura, 't zij in geld zal nemen.
2e. Op deze Alg. Verg. een inteekenlijst deponeeren voor eventueele aandeelhouders. Later kan deze lijst van aandeelhouders worden uitgebreid, echter niet tot een gezamelijk bedrag, hooger dan het aandeel der Vereen. omdat deze een overwegend aantal stemmen voor zich dient te reserveeren.
3e Daarna eene vergadering houden met het Hoofdbestuur der Vereen. en de inteekenaren, teneinde tot de oprichting van een Naamlooze Vennootschap te komen.
4e De statuten der N.V. laten opmaken door een Notaris en ze Koninklijk laten goedkeuren.
De commissie is van oordeel, dat op deze wijze tevens gekomen kan worden tot eene Honing- en Wascentrale en dat voor handel in imkersartikelen slechts in aanmerking zullen mogen komen:
a. Honing, was, bijenvolken en verder alle bijenteeltproducten;
b. Verpakkingsmiddelen, zooals honingflacons, honingtonnen, honingbussen, Vereenigingsetiketten, verpakkingsmiddelen voor raathoning enz.;
c. kasten, korven, bijenkorvenriet en verder wat bij deze woningen behoort, zonder te vervallen in zgn. snorrepijperijen, een en ander al of niet in eigen beheer gemaakt;
d. bijenkappen en de meest gebruikelijke gereedschappen;
e. kunstraat (in eigen beheer gemaakt).
Opmerking:
Deze N.V. zal moeten in den handel brengen gegarandeerd zuiveren inlandschen honing en was, aanvankelijk door aankoop, later door zelfbereiding. In het bizonder zal zij zich dienen toe te leggen op den verkoop van puiken inlandschen voerhoning. Zij zal reclame moeten maken voor het zuivere inlandsch product honing en was, of die reclame steunen. Aan de leden der Vereen. zullen de verschillende artikelen, welke bij het bedrijf noodig zijn, alsook voerhoning en kunstraat met de kleinst mogelijke winstmarge dienen te worden verkocht, terwijl getracht zal moeten worden de producten honing en was, tegen loonende prijzen te verkoopen.
Teneinde de kans van slagen zoo groot mogelijk te maken, meent de comm. dat de aandeelen op hoogstens ƒ 25.— per aandeel zouden moeten worden gesteld en zoonoodig het aantal te nemen aandeelen per persoon te limiteeren. Deze N.V. zal dus staan buiten de Vereen. als zoodanig, doch zal de Vereen, doordat zij het grootst aantal aandeelen aan zich houdt, een domineerende stem hebben, zoodat het b.v. niet meer zal kunnen voorkomen, dat imkersbenoodigheden, tegen ongemotiveerde prijzen aan de leden verkocht zullen kunnen worden.
Mocht de Vereeniging de meening van de commissie, om te komen tot een Naamlooze Vennootschap niet deelen, dan geeft zij beleefd in overweging, onverwijld tot liquidatie van Afdeeling Handel over te gaan, opdat deze afdeeling de Vereeniging niet in haar verderen val meesleurt.
De Commissie, (get.)
A. VAN EST, Voorzitter.
H. STIENSTRA, Lid.
H.G. SCHUTTE, Lid.
W. VAN 'T LAND, Lid.
JOH.A. JOUSTRA, Secretaris.
Rapport van de commissie van vijf inzake de mogelijkheid van uitgave van een meer actueel Maandschrift.
Het is der commissie gebleken, dat het uitgeven van een meer actueel Maandschrift, waaronder zij verstaat een meer oogelijk en met cliché 's verlucht blad, met omslag, met groote moeielijkheden gepaard gaat. Indien de commissie de vrije beschikking had over een bepaald bedrag, dan zou van het blad wel wat te maken zijn, maar de commissie heeft, gezien de beperkte financiën en het feit, dat dit geschrift gratis verstrekt wordt, gemeend binnen het raam der begrootte kosten te blijven, zooals deze voor 1924 zijn geprojecteerd.
Het komt der commissie voor, dat gaandeweg wel te komen zou zijn tot een nettere uitgave:
1e. Indien uit het advertentiegedeelte meerdere baten zouden komen, welke 't zij omslag, 't zij betere kwaliteit papier zouden kunnen vergoeden.
2e. Door het toestaan van een hooger bedrag per jaar.
3e. Het blad in handen te geven van een uitgever.
4e. Een bepaald orgaan, dat zich beweegt op land-, tuinbouw- of bijentteeltgebied, als officieel orgaan kiezen.
5e. Boven het quotum een bepaald bedrag heffen, wat uitsluitend aan het Maandschrift ten goede mag komen.
Eén lid der commissie geeft voorts in overweging
a. meerdere pagina's per maand te laten vullen door Rijksbijenteeltconsulenten en Secretaris der Ver.
b. Het blad laten verschijnen in twee kwaliteiten, n.l. zooals thans en beter uitgevoerd met omslag. Zij, welke prijs stellen op een beter verzorgde uitgave, zouden hiervoor een bedrag meer moeten betalen.
c. Een Maandschrift per jaar doen schrijven door een daartoe aangezocht persoon, tegen flink honorarium.
d. Verzending te laten geschieden door den drukker, met verplichting tot overname van de adresseermachine, of door den Secretaris, welke in vele gevallen ook als Redacteur zou kunnen optreden.
Zoowel, wat het eerste gedeelte betreft, als de voorstellen van bedoeld lid meent de commissie niet in dat deel van haar taak te zijn geslaagd en zou h.i. de oplossing alleen te vinden zijn, wanneer voor het blad meer geld beschikbaar gesteld zou kunnen worden, zooals haar uit diverse prijsopgaven is gebleken. Het in handen stellen van een uitgever lacht de commissie evenmin toe. Het is echter onze commissie ter pore gekomen, dat een lid van het Hoofdbestuur andere voorstellen ten opzichte van het Maandschrift heeft welke waarschijnlijk aannemelijk blijken te zijn. Het is de wensch en hoop van de commissie, dat eerlang de Vereeniging een beter uitgevoerd Maandschrift, eene vereeniging van ongeveer 6000 leden waardig, zal kunnen uitgeven. Zij meent echter, dat het zonder hoogere uitgaven niet mogelijk zal zijn.
De Commissie,
als boven.
Aan
Het Hoofdbestuur der Vereen. voor Bijenteelt.