Verslag der Algemeene Vergadering gehouden op 30 April 1925
in Hotel de l'Europe te Utrecht.

De Voorzitter opent te 11 uur de Verg. en noemt allen welkom. De heeren De Visser en Beil zijn als H.B. leden met kennisgeving afwezig. De heeren Direct.-Gen. en de Inspect. v. 't Landb. ond. hebben bericht gezonden, dat zij de Verg. niet konden bijwonen. De Verg. zal om 5 uur gesloten worden.

Eerst wordt behandeld een motie van afd. Groningen, die zeer ontstemd is, dat haar voorstel door de Algem. Verg. wel is aangenomen doch niet is uitgevoerd, waarvoor de Voorz. aansprakelijk wordt gesteld. (Het ging om verhooging van invoerrechten op honing te krijgen). De Voorz. zegt, dat de uitvoering der besluiten niet is opgedragen aan den Voorz., doch aan 't geheele H.B. Het besluit is naar den Minister gegaan en is dus uitgevoerd. De toenmalige Secr. de heer van Os heeft verzuimd het antwoord van den Min. aan afd. Groningen te zenden. Deze beklaagt zich, dat ze over deze zaak nooit iets van 't H.B. heeft te weten kunnen komen.

Thans komt Punt 2, de notulen, die er niet zijn, wat de heer Hundt (afd. Amsterdam) zeer jammer vindt, daar de vorige Algem. Verg. toch zeer belangrijk was. De Voorz. had zich daarover scherp moeten uitspreken, ook tegenover den vorigen Secr. Van Os.
De Voorz. zegt, dat de heer Hundt veel te agitatorisch te werk gaat. Toen de voorz. en de heeren Joustra en v.d. Bent de boeken overnamen waren de notulen nog niet bijgewerkt. Van Os werd er op gewezen en zou 't doen. Er wordt nu aangenomen, dat het verslag van 1e Verg. van 't vorige jaar van den heer Joustra in 't Maandschrift zal beschouwd worden als de Notulen.

Er wordt zeer geklaagd dat 't April nr. van 't Maandschr. zoo laat is gekomen zoodat de verslagen in de Afd. niet tijdig meer konden besproken worden. De Voorz. zegt, dat het hem ook spijt, doch dat het onmogelijk was alle verslagen enz. tijdig klaar te krijgen. De Verg. moet volgens de Statuten steeds in April worden gehouden. In 't vervolg zullen de verslagen eerder verschijnen.

Thans komt punt 4, rapport van de Comm. belast met het nazien der rekening enz. over 1924. Dit wordt door den Voorz. voorgelezen. De accountant, de heer Bothof geeft enkele toelichtingen. Hij heeft steeds de balans in den zelfden vorm opgemaakt, als de Algem. Verg. hem vroeger had verzocht. Per saldo komen de cijfers met elkaar overeen. Die vorm bevalt den acc. ook niet, maar hij moest zich daaraan houden.

De afgev. v. Kennemerland wijst den acc. op art. 8 van 't Reglement van de ver. van accountants. Daarom had de acc. Bothof de balans met een bijschrift moeten onderteekenen. Hij had gezondigd tegen art. 8. De acc., zegt dat hij er meermalen met den Voorz. over heeft gesproken.
Kennemerl. zegt dat de acc. de zaak van Van Os niet had moeten verdedigen, doch moeten afkeuren, had bezwaren moeten maken. De acc. wijst er op dat de balansen goed waren. De Voorz. zegt, dat Kennemerl. geen clausules er uit mag nemen op zich zelf.

De heer Naëzer (Eck en Wiel) beweert, dat de acc. Bothof reeds 2 jaar geleden heeft gewezen op een onjuisten grondslag der boekhouding. Ook de afgev. van Arnhem, de heer Heppener, geeft hierover zijn meening. Hij heeft op vorige verg. steeds er voor gestreden, voor een duidelijker voorstelling.
De acc. Bothof zegt, dat de heeren Brouwer en Van Os de zaken zoo mooi mogelijk voorstelden.
Eck en Wiel wil de scheiding der rubrieken en tevens een gecombineerde balans.

De heer Schutte zegt, dat het gelukkig is, dat de heer Frankenhuis zoo krachtig heeft gereageerd. De acc. heeft die balans door dik en dun verdeedigd.
De Voorz. vestigt er de aandacht op, dat de acc. Spiele tot dezelfde cijfers is gekomen als de acc. Bothof. Op verzoek van den heer Ebb. Wubbe is er een gecombineerde balans gekomen, welke een meer begrijpelijk overzicht gaf voor de eenvoudigen. Die gewenschte vorm zal in 't vervolg ook komen.

De heer Schimmel (afd. Scherpenzeel) dringt aan op een eendrachtig samenwerken in 't belang der Vereeniging. Even als de Voorz. heeft ook hij Van Os de hand boven 't hoofd gehouden. Maar spreker is ook bedrogen. Laat de eendracht er niet door lijden (Applaus). Ook de Voorz. sluit zich bij deze woorden aan. Hij brengt dank aan de Comm. belast met het nazien. Als leden der Comm. voor 1925 worden benoemd de afgev. van Oosterbeek en Bennekom.

Bij punt 5 brengt de Voorz. dank aan den Waarn. Dir. van Afd. Handel, den heer Van de Bent. Ook bij punt 6 wordt aan den heer v.d. Bent en de heeren Visscher en Frankenhuis, die aan 't rapport hebben mede gewerkt, dank gebracht.
Punt 7 wordt uitgesteld tot na de pauze, omdat de Voorz. der Comm. van vijf niet eerder aanwezig kon zijn.
Bij punt 8 wordt het quotum voor 1926 weer vastgesteld op ƒ 1.—, nadat meerdere afgev. er op hadden gewezen, dat bij verhooging vele leden zouden bedanken.
De Heer Hundt zegt, dat de leden zijner Afd. gaarne ƒ 0,25 meer willen betalen, om de onkosten te dekken. De Voorz. stelt dit zeer op prijs. De afgev. v. Arnhem zegt dit namens de leden zijner afd. ook toe, doch wil er een fonds voor stichten om imkersdagen te bekostigen.
De afgev. van Lunteren is van meening dat de H.B. leden best 3e klas kunnen reizen en dat het H.B. zeer goed van 9 op 7 leden kan gebracht worden, wat de Statuten toelaten. Bij wijziging der Stat. wenscht hij 't getal op 5 te bepalen, 't Is genoeg voor een Ver. die moet bezuinigen en waarvan de H.B. verg. in 't vorige jaar bijna ƒ 1100 hebben gekost.
De Voorz. wijst op 't Regl. waarbij is bepaald, dat de H.B. leden 2e klas mogen reizen. De kosten van 't H.B. zijn werkelijk te groot. Het matigt zich door zoo weinig mogelijk bij elkaar te komen.

Punt 9. In 1926 wordt de Algem. Verg. weder te Utrecht gehouden.
Na de Pauze wordt druk gesproken over den heer Van Os, over wien een scherpe kritiek wordt geveld. Velen zijn van meening, dat veel ellende en onrust in de Ver. door hem is gekomen. Er wordt besloten hem te royeeren en nooit meer als lid der Ver. toe te laten.

Thans komt punt 7. De heer Hundt beweert, dat dit rapport behoort bij het rapport van den acc. Spiele. Het eerste is gebaseerd op 't laatste. Waarom is dit niet aan alle afd. gezonden? Het heeft ƒ 300 gekost. De comm. van vijf heeft de voorraden onderzocht. Er is ruim ƒ 14.000 weg. Die zijn foetsie! De heer Van Os stond in voor de waarde der voorraden. Hij garandeerde dat in de vorige Verg. en bevestigde het met een vuistslag op tafel. We kunnen dat tekort dus op hem verhalen. Twee heeren stonden bovendien in voor ƒ 20.000. De Comm. heeft goed werk verricht.

Spreker vindt het jammer, dat er omtrent het Maandschr. niets is beslist. Er is echter geen geld. De heer Hundt spreekt verder nog harde woorden over de leiding van den Voorz. Deze zegt: „wanneer er werkelijk slechte leiding zou geweest zijn, dan zou die toch niet alleen bij den Voorz., doch bij 't geheele H.B. geweest zijn".
De Voorz. vraagt, hoe de heer Hundt komt aan 't rapport van den acc. Spiele. Het H.B. lid de heer Frankenhuis zegt, dat hij 't den heer H. heeft gezonden. De heer Fr. wil klaarheid en waarheid en voor hem heeft het H.B. geen geheimen. Het rapp. Spiele houdt verband met 't rapp. der Comm. van 5.

De heer E. Wubbe meent, dat de taxatie der goederen wat te laag is geweest. Hij wil liquideeren, den bestaanden voorraad aan den man brengen en verder zal Afd. Handel bemiddelend werken.
De acc. Bothof geeft nog eenige inlichtingen en zegt, dat hij de waarde heeft aangenomen, zooals Van Os die gaf.
De afgev. van Lunteren vraagt nog, waar nu eigenlijk die ƒ 14.000 zijn gebleven.

Thans spreekt de heer van Est namens de Commissie van vijf. Hij brengt dank aan den heer v.d. Bent, Direct, van Afd. Handel en aan het verdere personeel.
Hij zegt, dat de Commissie heeft gewerkt geheel zonder zijdelingschen druk of concessies, volkomen vrij, en beweert dat de acc. Bothof meer heeft geweten dan hij heeft gezegd. Deze is afgegaan op Van Os. Het personeel van den acc. is opmerkzaam gemaakt, dat er stroppen in zaten. Er is gezegd, dat de waardeering der goederen veel te hoog is geweest.
De Voorz. heeft straks gezegd, dat men vooral de bezittingen ƒ 30.000 wil geven, doch dat wil men voor het huis der Ver. geven, niet voor den pijpenboel.

De Comm. heeft nauwkeurig de waarde getaxeerd. Van alles klopt er niets. Van verschillende rubrieken waren 5 en 10 tallen voorwerpen zoek.
Er zijn voor duizenden guldens aan pijpen (meer dan voor een halve eeuw genoeg). Vele voorwerpen zijn reeds minderwaardig geworden. Nog eens, de waardeering is vooral niet te laag. Van Os heeft op roekelooze wijze met het geld omgesprongen. Hij heeft handel in honig gedreven buiten de Ver. om, voor eigen rekening.
De Ver. Geldersche vallei heeft in werkelijkheid gelijk. Laten we die post dus afschrijven.

Liquidatie van afd. Handel moet het laatste zijn, maar zooals 't nu is, is 't strop op strop. De acc. Bothof zegt, dat hij 't vorige jaar niet meer heeft geweten.
De waarn. Dir. v.d. Bent verklaart, dat hij er op heeft gewezen, dat er doode voorraden waren, waarvan in 2 jaar niets was verkocht.
De heer Frankenhuis, lid der Comm. wijst er op, dat men zich geen illusies moet maken van de voorraden in Wageningen. Behoudt de courante artikelen als honig, was en kasten en ruimt de snorrepijperijen op, geeft het weg aan de afdeelingen.

Het Hoofdbestuur wil geen liquidatie, ook geen N.V., doch reorganisatie zooals in de punten a, b, c, d en e van het Rapport der Comm. van vijf is voorgesteld.
Er is geen tijd meer om te stemmen. De Voorz. brengt nog dank aan de Comm. Ook over de begrooting kan niet meer worden gestemd. Er is een tekort van ruim ƒ 300.—. De heer Frankenhuis stelt namens het H.B. lid de Visser voor, de bezuiniging te vinden door geen redacteur meer aan te stellen, doch de verzorging van het Maandschrift op te dragen aan den Secretaris. Dit zal in de eerste H.B. vergadering worden behandeld.

Reeds zijn vele afgevaardigden vertrokken en thans krijgen ook de overigen haast. De voorzitter sluit met een kort woord de Verg., die niettegenstaande de drukke bespreking over den treurigen toestand van afd. Handel, toch rustig is gebleven. Er heerschte een veel gezelliger toon dan op vorige vergaderingen.

T.C Hootsen.