Het imkeren in den boogkorf.
Het winnen van slingerhoning.
Aangezien wij den boogkorf hoofdzakelijk aan imkers willen aanbevelen, die tot nog toe met den gewonen strookorf, dus met vasten bouw werken, wenschen wij in dit artikel tevens aan te toonen dat ook in de heidestreken de boogkorf de voorkeur verdient boven den gewonen korf, omreden men met den eersten een beter honingproduct verkrijgt.
Tot het winnen van slingerhoning heeft men noodig: een ontzegelvork, een honingslinger resp. een honinglosser, een honingzeef en een honingbus. Men slingert uitsluitend rijpen honing. Rijp is de honing niet slechts wanneer alle honingcellen gezegeld zijn, maar ook al, wanneer de niet-gezegelde honing niet meer uit de cellen loopt, als men de raat met de cellen naar beneden houdt. Hoe de honingraten met een bijenveger van bijen ontdaan, ontzegeld en geslingerd worden, zullen wij ditmaal buiten beschouwing laten en alleen wijzen op de kwaliteit slingerhoning, die uit boogkorven gewonnen wordt en die men uit gewone korven nooit zoo zuiver oogsten kan.
Dit verschil in kwaliteit kan men het best waarnemen bij heide-slingerhoning. Wordt deze uit kasten of boogkorven gewonnen door middel van een honinglosser en de gewone honingslinger, dan zal deze later in den flacon of pot wel kristalliseeren, plaatst men hem echter vervolgens een tijdlang in warm water (tot ± 40° C), dan lost hij weer op en is dan doorschijnend tot kristalhelder. Slingerhoning uit gewone korven van vele kleinere stukken raat verkregen, zal echter nooit die helderheid vertoonen. Bovendien kan men de raten in boogjes na het slingeren opniew in den boogkorf terugplaatsen, waardoor de dracht beter kan worden uitgenut, dan zulks met den
gewonen korf mogelijk is.
Het winnen van raathoning.
Er is maar ééne dracht, die ons goede raathoning oplevert, n.l. de heidedracht. Er wordt ook wel raathoning op andere velden gewonnen, maar wij
houden vol: Voor raathoning is alleen heidehoning geschikt, d.i. honing, die op de Erica gewonnen wordt. Deze honing staat vast in de cellen en loopt aan de snijvlakken der raat niet uit, zooals dat bij elken anderen bloemenhoning plaats heeft.
Wil men nu in boogkorven zulken raathoning winnen, dan moet men er volken in hebben met jonge koninginnen, die alle ramen belegeren en veel broed bezitten. Heeft men bijv. volken, die 16 boogjes belegeren, dan laat men elk volk slechts acht van de mooiste broedraten behouden en verdeelt de overige raten, nadat zij afgeveegd zijn, aan zwakkere volken. Vervolgens komt op de negende plaats een boogje, met een klein begin in de ronding, dat door twee dwarslatjes, elk van een reepje voorbouw voorzien, in drieën wordt verdeeld.
Dit „latten-boogje" dient om te voorkomen dat de bijen, ter bescherming van het broed, naast de laatste broedraat in het eerste boogje van boven naar beneden een lange tong van raat bouwen, die voor raathoning onbruikbaar is. De zeven overige boogjes daarentegen voorziet men slechts in de ronding van een stukje voorbouw. Aangezien zulke sterke volken met jonge moederbij op acht raten geen ruimte genoeg hebben, zijn ze genoodzaakt te bouwen om den verschen honing in de nieuwe cellen te kunnen overbrengen.
Moet men evenwel met oude koninginnen naar de heide reizen, dan is het gewenscht, dat men op de 9e en 10e plaats 'n uitgebouwde ledige raat plaast en vervolgens boogjes met voorbouw in de ronding, waardoor men voorkomt, dat de moederbij op de versche raten eieren afzet.
In beide gevallen heeft men dus geen koninginnerooster noodig. Wij gebruiken het tijdens de herfstdracht nooit. Zoodoende wint men bij goede dracht in boogkorven eerste soort raathoning, zooals men dien in die grootte in gewone korven nooit kan oogsten.
Tenslotte willen wij nog even meedeelen, hoe men volken uit lossen bouw, dus ook uit boogkorven het best kan vereenigen. Men plaatst de raten met bijen van beide volken, die men vereenigen wil en waarvan het eene moerloos is, ca. 5 minuten buiten den korf op een zoogen. raamstandaard en wel afwisselend van elk volk telkens een raam met bijen. Men doet goed gedurende deze bewerking de moederbij in een kooitje op te sluiten. Hierbij plaatst men het aldus vereenigde volk in dezelfde volgorde in de woning en laat de moederbij weer vrij.
H.A. BEIL.