OFFICIËELE MEDEDEELINGEN.
Secretariaat der Vereeniglng: RANDENBROEKERWEG 11, AMERSFOORT
Postrekening No. 27772.
IN MEMORIAM W. EMMENS. †
In den avond van den 2en Paaschdag overleed plotseling te Emmen dhr. W. Emmens, lid van het Hoofdbestuur en voorzitter van de afd. Emmen.
Welk een arbeidszaam leven hier is heengegaan kunnen zij weten, welke meer van nabij met hem in aanraking kwamen. Dhr. Emmens werd op 25 Mei 1869 te Zeyen gem. Vries geboren, bezocht te Meppel de normaallessen en werd in 1888 te Havelte benoemd als onderwijzer.
Na verschillende standplaatsen als zoodanig te hebben gehad, werd hij op 1 Nov. 1910 leeraar aan de R.L.W.S. te Zutphen, om 15 Sept. 1917 als zoodanig te Emmen te worden benoemd, waarbij hij tevens Redacteur werd van het Drentsch Landbouwblad.
Op landbouwgebied was hij een zeer bekende persoonlijkheid en de bijenteelt, welke hij op medisch advies als afleiding voor een geschokt zenuwgestel moest beoefenen, werd hem een levensbehoefte.
Zijne adviezen werden gaarne gehoord en opgevolgd en in het Hoofdbestuurscollege bleek het, dat hij een helder inzicht had in verschillende zaken de organisatie betreffende.
Het was een strijder voor de belangen van den Drentschen imker, met welker nooden hij zoo ten volle bekend was.
Wij brengen hem voor zijn werken hierbij gaarne een eeresaluut, overtuigd, dat het vele goede, dat hierdoor tot stand kwam, anderen tot voordeel strekte.
Wij roepen onzen kameraad hierbij een „Rust Zacht" toe.
Red.
Insignes.
Er kwamen reeds vele bestellingen binnen, maar nog lang niet genoeg. Als nu elke afdeeling b.v. eens eene afd.best. deed van b.v. 10 stuks en deze indien zij in de afdeeling niet verkocht kunnen worden eens verlootten?
Voor den luttelen prijs van 40 ct. per stuk heeft men zoo'n insigne en men stelt anderen niet teleur. Mogen wij spoedig op de „laatste loodjes" rekenen?
Nieuwe afd.
Gaarne maken Wij melding van onze jongste nl. Enter.
Welkom in ons midden!
De Secr.
Bericht.
Wederom moest veel copie overstaan. O, dat plaatsgebrek!
Red.
Verslag van de Algemeene Vergadering op 28 April 1927 in Hotel L'Europe te Utrecht.
Zooals gewoonlijk, de Vergadering was druk bezocht, naar het scheen echter veel meer belangstellenden.
Behalve de Inspecteur van den Landbouw, de beide Rijksbijenteeltconsulenten en het Hoofdbestuur waren 82 afdeelingen vertegenwoordigd. Later verscheen ook Mr. D.G.W. Spitzen, Hoofdcommies van het Departement van Landbouw.
Eerst overal kleine groepjes druk pratend, lachend, gesticuleerd .... het was als op een Imkersdag! Het tafeltje aan den ingang druk bezocht, door de binnenkomenden, immers het was zoo nadrukkelijk gezegd, wie niet teekent derft zijn presentiegeld. Toch nog een nalatige. Maar de koorden werden niet zoo heel streng aangehaald, hoewel de gang van den „misdadiger" naar de H.B. tafel om te teekenen wel wat zwaar geweest zal zijn.
Zouden er ook nog afgevaardigden zijn, welke nadat zij de presentielijst geteekend hebben, weer vertrekken? Vóór de pauze althans bleek uit de stemming, dat er al één manko was, wel wat erg vlug!
Enkele nieuwe gezichten; helaas, enkele oude getrouwen ontbraken, waaronder een Hoofdman, men zou wel kunnen zeggen de man uit Drente, dhr. Emmens, zoo kort geleden plotseling overleden.
Ook te Velthuis misten we èn Schrikkema èn Vossenaar en anderen niet bij name genoemd; ze werden allen door den Voorzitter in roerende woorden onder doodsche stilte staande herdacht .....
En we voelden het, dat wij een gemeenschap vormen, dat daar niemand gemist kan worden, dat, al wonen wij uren en uren van elkaar weg en al spreken wij elkaar misschien ééns in het jaar, men langzamerhand kennissen wordt, vrienden, familie.
De Voorzitter kreeg een nieuwe voorzittershamer, hem aangeboden door dhr. de Visser namens velen; „niet om er alles mee af te hameren" zeide de oolijkert.
Handel kwam er zonder kleerscheuren, ja met een pluimpje af. Groningen hief den waarschuwenden vinger omhoog! Leg je toch meer toe op honingverkoop desnoods op honingexport.
Dhr. de Visser werd kittelig en de geheele Z.L.M. (Zeeuwsche Landbouw-maatschappij) kwam erbij te pas.
Er wordt dan ook alle hens aan het dek gezet, om tot een goede oplossing te komen, maar men staat voorloopig nog machteloos.
Groningen was dan ook niet onwelwillend, bracht alleen onder den aandacht.
De Voorzitter zegt, dat het H.B. diligent blijft en dat gelooven we, want we zagen al meer van het, zij het vruchteloos, pogen van dit college. Leeuwarden spreekt uit ervaring en stelt de Visser in het gelijk; honingverkoop tegen goede prijzen is o zoo moeielijk .....
Suiker passeert de linie zonder op- of aanmerking.
Stemmen gaan op om het quotum te verhoogen, maar het H.B. voorstel is niet gedecideerd en de afgevaardigden hebben geen mandaat.
Gaat het niet volgens de weg van de vrijwillige verhooging? Verschillende afdeelingen gaven reeds een voorbeeld. Amsterdam, Den Haag, Leiden en onlangs ook een der kleinen, n.l. Berkelstreek ..... uit waardeering voor de leiding.
De Klomp wil 10 ct. per lid en per jaar meer, dat is ruim ƒ 600.-, inderdaad een heel bedrag en wel te dragen; de afgevaardigden zullen het bij de afdeelingen bespreken, maar dan niet voor 1929 te betalen, immers het quotum voor 1928 blijft op ƒ 1.— bepaald.
De begrooting wordt aangenomen; het reservepotje moet gereglementeerd worden en reglement door de A.V. 1928 worden goedgekeurd. Voorzitter zegt toe.
Amsterdam en Arnhem waakten hier voor de willekeur van uitgave, hetgeen gezien de ervaringen met het „suikerpotje" goed gezien is.
Amsterdam wil kino, radiospeechen enz. evenals Kennemerland. Radio is
in de maak zegt de Voorzitter en kino is te kostbaar en slechts voor enkelen.
Zwolle als plaats voor A.V. vindt geen genade in de oogen der afgevaardigden, wel dankbaar voor de goede bedoeling om ook de Noordelijken in de gelegenheid te stellen de Verg. te doen bijwonen, maar dan later óók in het Zuiden én in het Westen én in het Oosten en daardoor anderen uitsluiten?
Leeuwardens motief klemde: beter elk jaar ieder in de gelegenheid stellen de A.V. bij te wonen, zij het voor sommigen met opoffering van een deel van de nachtrust, dan ieder jaar slechts een deel, hoewel afwisselend daartoe in de gelegenheid te stellen. Het was geen portefeuillekwestie en het H.B. was soepel al spijt het mij persoonlijk, om het feit, dat dit voorstel van het H.B. feitelijk uitging van wijlen dhr. Emmens terwille hoofdzakelijk van de Drentsche afdeelingen, welke hij toch zoo gaarne op de A.V. vertegenwoordigd zag.
De Statuten ....! Bron van alle ellende, twistappel door de jaren heen. Stormachtige vergaderingen heftige gemoederen .... wij hooren nog woorden als: „de dood voor de vereeniging," „wij zagen een ferm Hoofdbestuur vallen" .... „geld voor een Buitengewone A.V. vermorsen". Thans echter gemoedelijk. De Voorzitter vraagt Eck en Wiel, of die het coöperatie-amendement nog wil toelichten.
E. en W. is als de dood zoo bang voor coöperatie, had slechte ervaringen ermede, daarom een verbodsbepaling in de statuten.
Voorzitter ontraadt dit amendement, immers, wordt het er niet in opgenomen, dan beteekent dit niet, dat we aan coöperatieve gaan doen. In de 30 jaar van bestaan is het nog niet voorgekomen, dat de Vereeniging aan coöperatie deed, dus geen bange zorg.
Lunteren wil liever inlasschen „voorloopig geen deelname aan coöperatie," maar dat houdt in een belofte voor later.
Amsterdam dient van goeden raad. „Trekt het toch in, dan wordt immers geen uitspraak voor of tegen coöperatie gedaan en er mag toch geen verbod in de statuten voorkomen?"
Maar E. en W. is gebonden en daarom stemming, welke in het nadeel van het voorstel uitvalt; het is geen groote ramp, want we blijven die we zijn.
Stemrecht Ringen vindt geen goed onthaal bij enkelen. Heiloo klapt uit de school van Ring 8 en komt met onthullingen, maar de voorzitter als een goed advocaat laat de bijzaken rusten en vraagt wat er nu feitelijk tegen het stemrecht als zoodanig is.
Amsterdam is verbaasd te hooren, dat Ring 8 dood is, hetgeen niet juist is, doch dhr. de Meza praat van een ander soort dood.
De Klomp is onder die huishoudelijke kibbelarij de kluts niet kwijtgeraakt en brengt de gesprekken weer op meer zakelijk terrein. Van de Algemeene Vergadering moet geestkracht uitgaan voor de afdeelingen betoogt dhr. de Leeuw en we voelen ons warm worden onder zijn pleidooi, een weldadige warmte.
Tegen dergelijke woorden is men niet bestand en met overgroote meerderheid is het Ringstemrecht van de baan.
3e amendement Eck en Wiel vindt heel wat bekijks. Van alle kanten adviezen, waarbij de keuze van den huidigen voorzitter een zeer gelukkige genoemd wordt. Maar, de wijze van stemming is toch niet democratisch zoo wordt betoogd en de Voorzitter staat sterker, als hij staat bij de wil van de vergadering, dan bij die van het H.B.
Leeuwarden vindt echter beter, dat de toestand blijft zoo hij is. Wij kiezen zelf het H.B. dat ons vertrouwen heeft. Die vertrouwensmannen kunnen ook beter een keuze doen, weten wie beter geschikt is; Oosterbeek daarentegen wil ter A.V. laten stemmen door de afgevaardigden.
Deventer blijft het om het even, als de voorzitter maar neutraal is.
Amsterdam waarschuwt een anderen weg in te slaan dan thans gevolgd wordt.
Op de A.V. komen soms de hartstochten wakker en worden deze opgezweept en dan wordt hij Voorzitter die den grootsten mond heeft. Het H.B. heeft onze leider met zorg gekozen. Heiloo onderschrijft dit, de keuze is uitstekend, maar het is geen systeem.
Lunteren wil uit iedere groep een candidaat stellen, Doorn-Driebergen meent dat de voorzitter door het H.B., maar dan uit zijn midden gekozen moet worden.
Eindelijk gedecideerd voorstel als sub-amendement, van de Klomp.
„De Voorzitter wordt uit een voordracht van minstens 3 personen, opgemaakt door het Hoofdbestuur, door de Algem. Verg. gekozen."
Dit voorstel wordt aangenomen met 174 stemmen vóór en 59 stemmen
tegen. Waarna statuten en huishoudelijk reglement met algemeene stemmen worden aangenomen.
Als dessert kregen we te behandelen de herdenking van ons 30-jarig feest waarvoor ƒ 300.— voor honingreclame werd uitgetrokken. Een commissie zal voor alles zorgen en als we weten, dat aan het hoofd daarvan staat dhr. Ebbinge Wubben, laat ik maar zeggen „de man van Elst", dan weten we dat we iets goeds verwachten kunnen in het laatst van September te Deventer.
De hoofdschotel kwam feitelijk pas na het dessert, n.l. de voorstellen tot aansluiting bij de op te richten contrôlevereeniging voor het bekomen van een Rijksmerk op onzen Nederlandschen honing.
Dhr. Minderhoud leidde dit onderwerp in en verklaarde op de hem eigen duidelijke wijze, hoe feitelijk de vork in den steel zit.
Reclame maken voor honing thans, anders dan voor eigen zaak, beteekent ook reclame maken voor het overzeesch product en dat willen we niet. Eerst recht kan de reclame beginnen, indien het Rijksmerk verleend wordt, maar dan moeten wij beginnen met het oprichten van zoo'n vereeniging.
Op andere manieren is reeds geprobeerd, om ons product uiterlijk te doen onderscheiden van het buitenlandsch, o.a. door het verplichtend stellen, om den honing te declareeren naar het land van herkomst, doch dit alles bleek onuitvoerbaar te zijn. Het Rijksmerk is mogelijk en de controle, hoewel moeilijk, niet ondoenlijk.
Het zal wellicht de eerste jaren geld kosten, maar wanneer velen zich aansluiten en niet eerst de kat uit den boom kijken, dan bedruipt deze vereeniging zichzelf, ja, dan duizelen we van het bedrag, dat misschien wordt overgehouden.
Het betoog was rustig, overtuigend en er sprak iemand, welke zeker van zijn zaak is. Edoch een Hollander is een Hollander en gaat niet over ijs van één nacht, zoodat hij vaak tot zijn schade bemerkt, dat hij het ijs wil gebruiken als het reeds gesmolten is en zoo kwamen de voorzichtigen met bezwaren.
De rij werd geopend door dhr. Ebbinge Wubben, als eenige in het H.B. welke niet overtuigd is van het nut van een Rijksmerk dat geen waarborg geeft voor de kwaliteit. Dhr. E. W. begaf zich in vele juridische kwesties, welke elk op zichzelf onaanvechtbaar zijn en blijk gaven dat de zaken goed bestudeerd en doordacht waren, doch misschien in den toekomst zullen blijken te zijn niets anders dan vermoedens, of misschien juist zijn en dan zal de vereeniging geen lang leven beschoren zijn. Ook de kosten zullen misschien tegenvallen en dan moet het geld toch betaald worden.
Lunteren vindt het beter de zaak nog eens in de afdeelingen te bespreken, maar de voorzitter, welke vervolgens een krachtig pleidooi voor aanneming houdt, raadt dit ten sterkste af, omdat we dan weer een jaar moeten wachten. Was het een bang voorgevoel van den voorzitter, dat het Rijksmerkscheepje in het zicht der haven zou stranden, of zijn groot idealisme, zijn groot verlangen, dat nu eindelijk eens wat gedaan zal worden voor het naar voren brengen van ons Nederlandsch product, welke hem zoo krachtig, zoo vol hoop op een goed verloop van de komende vereeniging deden spreken en aanbevelen de voorstellen van het H.B.?
Wij veronderstellen beiden, wetende, dat sinds het optreden als voorzitter dhr. v. d. Flier al heel wat pogingen in het werk gesteld heeft, om onzen Nederlandschen honing op eigen markt de plaats in te doen nemen, waar hij al zoo zoetjes aan door het overzeesch product wordt verdrongen. Plaats voor eigen product op eigen markt, welke door lauwheid misschien van sommigen en het niet smeden toen het ijzer heet was, op den achtergrond gekomen was.
Hier viel wat te redden, hier was een kans, misschien met vele risico's, maar flink aangepakt, tot een goed einde gebracht kan worden.
Scherpenzeel vindt de bedoeling o zoo goed en mooi, maar vreest voor fiasco's en zoo zijn er meer. Kennemerland wil zooals Lunteren uitstellen, maar dhr. Minderhoud betreurt namens de commissie ten zeerste, dat men aldus wil doen, gezien het feit, dat men met 4 organisaties te werken heeft. Dhr. Frankenhuis betoogt met kracht en klem de H.B. voorstellen aan te nemen en dhr. Jippes uit Groningen heeft er spijt van, dat de voorzitter reeds niet lang zijn hamer gehanteerd heeft. Steeds is er geklaagd en geschreven om wat te doen voor onzen honing, nu is de kans er, laten we de knoop doorhakken en de voorstellen aannemen.
Er zal gestemd worden; de uitslag is wel te raden. Met groote meerderheid zullen de voorstellen er door komen, maar hoofdelijk wordt gestemd; in dan klinkt het vóór .... vóór .... vóór .... en dan eindelijk tégen. Er wordt al geroepen aangenomen, maar er moet geteld worden en de uitslag is zooals gedacht werd 157 voor het voorstel om in beginsel toe te treden en slechts 30 stemmen ertegen, dat wil zeggen slechts enkele afdeelingen, omdat sommige afdeelingen méér stemmen hebben. Zonder hoofdelijke stemming worden vervolgens de twee andere voorstellen aangenomen en men ziet verheugde gezichten, het was een moeilijke geboorte, maar gelukkig alles is nog prachtig verloopen en aan het wiegje van de kleine spreken wij den wensen uit, dat het mag opgroeien tot een flink en nuttig lid van de maatschappij en wij wenschen met den voorzitter, dat de twijfelaars mogen bekeerd worden door den prachtigen groei en de vruchten mogen plukken van wat heden bereikt is.
Dan nog de rondvraag, waarvan slechts door 2 personen gebruik gemaakt wordt, een slotwoord van den Voorzitter allen voorspoed en geluk wenschende met gezin, bijenteelt, ambt en beroep, een echt hartelijken groet van mensch tot mensch, welke ondanks verschil aan inzicht zich ook weer op dezen dag hebben kunnen overtuigen welk een aardig volk die imkers toch zijn, met voorbijzien van rang en stand voelen dat wij één, dat wij imker zijn. Een opwekking om de bijenmarkt te Eerbeek welke zijn 25-jarig bestaan viert, dit jaar te bezoeken, bezoek aan den imkersdag te Deventer en de hamer valt tot slot.
En toen ..... een bestorming van de Hoofdbestuurstafel, handen uitgestoken naar de bestuurders, gelukwenschen, prettige gezichten tot weerziens!
Haastig geloop naar den uitgang, men kan den trein nog net halen. Zóó heeft onze Vereeniging hare Algemeene Vergadering gehouden, waardig,
prettig ondanks kritiek elkaar waardeerende ....... er is veel veranderd ....... ten goede .......
De Redacteur,
JOH. A. JOUSTRA.