De Simplexkast.
Op verzoek van onze volijverige algemeene secretaris ben ik gaarne bereid een artikeltje te schrijven over de Simplexkast. Nu zal het maar zelden voorkomen, dat een bakker zijn eigen koek niet als de beste roemt, maar mijn practische ervaring met een groot aantal volken in diverse woningen bieden veel gelegenheid een oordeel daarover neer te schrijven.
Onder hen, die zich met de moderne bijenteelt bezig houden zullen weinig, imkers of amateurimkers zijn in ons land, die de Simplex- en W.B.C, bijenwoning niet kennen of althans van haar bestaan niet op de hoogte zijn. Enkele gedeelten van ons land uitgezonderd, is het dan ook een vrij algemeen in gebruik zijnde bijenwoning en mogen we dezen kast dan ook wel als een speciale Hollandsche betitelen. De naam Simplex, wat beteekent: Eenvoudig, door wijlen de Heer F.Aug. Kelting aan dezen kast gegeven, is wel juist; maar een naam, die wees op zijn eenvoud maar bovenal op practisch zijn, was m.i. juister geweest.
Haar ontstaan hebben wij te danken aan jarenlange proefnemingen en studiën van den Heer Aug. Kelting. Ongetwijfeld heeft de Heer Kelting met het propageeren dezer bijenwoning de bijencultuur zoowel voor teelt als sport belangrijk bevorderd. De Simplexwoning verdient dan ook ten volle de belanstelling, die ze in het algemeen ondervindt. Haar raammaat mogen eenige bestrijders hebben, ik geloof niet, dat voor ons land een andere maat als standaard-maat is te vervangen.
De practische waarde van een bijenwoning wordt allereerst beoordeeld naar haar resutaten ten opzichte der honingopbrengst, ten tweede als huisvesting voor het bijenvolk. Terwijl als een derde factor de prijs der bijenwoning ongetwijfeld ook een woordje meespreekt. (En of, Red.) Toetsen we eerst de honingopbrengst aan andere mobielwoningen, dan zou daarvoor als gevaarlijke concurrent alleen de Gravenhorster boogkorf in aanmerking kunnen komen, want wat in andere kastsystemen met meer of minder naam bereikt kan worden, kan ongetwijfeld in de Simplexkast ook bereikt worden als althans de omstandigheden en cultuurmethoden voor zoover dat mogelijk is, gelijk zijn.
Nu denke men niet dat ik met de Simplexkast juist die kast bedoel, die onder dien naam in den handel is, als ik spreek van de Simplexkast, dan bedoel ik daarmee in hoofdzaak de raammaat 35 X 20½ voor broedkamer en 35 X 12½ voor honingkamer. Hij, die zelf zijn kasten vervaardigt met dezen raammaat, maar door eigen inzicht aan de uiterlijke vorm of althans aan het buitenwerk iets veranderd heeft, kan toch zijn product als Simplex-kast betitelen, omdat niet het uiterlijk, maar de raammaat het systeem in hoofdzaak vertegenwoordigt. Dat de vele z.g. verbeteringen, die vooral door amateurs aan de buitenkast der Simplexkast worden aangebracht, maar al te vaak tot teleurstelling aanleiding geven is maar overbekend. Dat ook vele systemen gelijkend op de Simplexkast en maat, als paddestoelen verrijzen, maar even vlug het leven roemloos eindigen, is eveneens bekend genoeg.
Waardoor heeft de Simplexkast zooveel voor op andere woningen? Zooals ik straks reeds schreef, is de Gravenhorster boogkorf een gevaarlijke concurrent van de Simplexkast, want hoewel zelf geen bewonderaar daarvan, zijn toch met deze bijenwoning uitstekende resultaten te bereiken, mits men in de behandeling daarvan voldoende bedreven is. De boogkorf toch is voor amateurs vooral, een der lastigste woningen om te behandelen, temeer daar als boogkorven zeer vele worden aangeboden, die met de eigelijke Gravenhorster boogkorf niets gemeen hebben dan alleen de naam, door slordige en onnauwkeurige afwerking. Vergelijkt men daasbij de Simplex, dan zal het gemak in de behandeling daarvan direct opvallen.
De losse onderdeelen, die als courantartikelen ten alle tijden ernieuwd en over en weer gebruikt kunnen worden, geven aan de woning een economisch voordeel, terwijl het behandelen der bijenvolken daardoor zeer wordt veraangenaamd en vergemakkelijkt. Dat er ook hier evenals bij de boogkorf het euvel van goede en minder goede kwaliteit en afwerking der kasten sprake is, behoeft geen betoog. Scherpe concurrentie doet dikwijls aan de kwaliteit en afwerking groote afbreuk.
Een der meest ongunstigste tijden van het jaar om bijenvolken te inspecteeren is ongetwijfeld het voorjaar. Een eerste onderzoek in het voorjaar moet liefst zoo vlug en toch zeker mogelijk gebeuren. Amateurs zullen in dit opzicht bij elke bijenwoning wel in dezelfde
fout vervallen door de raten met bijen stuk voor stuk uit te nemen en te bekijken. Een iets meer ervaren imker doet dat niet, eerstens in 't belang der bijen en tweedens omdat het niet noodig is. Wil men de Simplex in het vroege voorjaar onderzoeken, dan neemt men de bedekking weg en kan men met één oogopslag de voedselvoorraad overzien, bijna zonder de bijen te verontrusten. Een raam uit het midden van het broednest, even ruim gemaakt en halverwege opgetild, zal U vrij zeker vertellen of de moer nog aanwezig is en of er al broed is. De broedbak weer toegedekt en in zijn geheel opgenomen om de bodemplank te inspecteeren, is een oogenblik werk, waarbij hoegenaamd geen warmte verloren behoeft te gaan, die juist in 't voorjaar zoo noodig is voor de ontwikkeling van het bijenvolk.
Dat de systemen, waar achterbehandeling en vooral zij, die hun ramen in warme bouw hebben, in alle opzichten een groot bezwaar is, behoeft niet uitgelegd te worden. De warme bouw moge voordeelen hebben, wanneer zij van achter behandeld moeten worden acht ik dat een groot nadeel, omdat ook bij een zomerbehandeling b.v. bijna het geheele volk uit elkaar genomen moet worden, wat naast afkoeling ook onrust en gevaar voor rooverij meebrengt.
Gaan we nu de verschillende methoden na, welke bij de Simplex kunnen worden toegepast, dan mogen we gevoeglijk constateeren, dat hiermee voor elke streek en ieder inzicht een methode te gebruiken is. Het maakt een enorm verschil of we amateurs zijn, die, hoewel belust op een mooie honingoogst, zich toch in hoofdzaak voor de biologie van de bij interesseeren, of, dat we de bijen houden als bron van inkomsten of bijverdienste.
Nemen we de amateurs die in de steden hun bijen houden en uit dien aard geen groote honingoogst kunnen verwachten, voor deze is de eenvoudigste methode van broed- en honingkamer met koninginnerooster de aangewezen weg. Is hij niet genoodzaakt zijn zwermen te keeren voor mogelijke overlast zijner buren, dan zal menige amateur het genot van een afvliegende zwerm niet willen missen. Want als iets de amateur zijn liefde en bewondering voor bijen doet gloeien, is het een afvliegende zwerm. De zwerm scheppen en 's avonds weer opstorten na de kast grondig ontdaan te hebben van alle overtollige moercellen en die bewerking na 3 à 5 dagen nogeens herhaald, zal hem voorloopig geen zwermen meer bezorgen.
De buitenimkers, die door betere drachtvelden in de gelegenheid zijn meer honing van hun bijen te oogsten zullen in de Simplex een woning vinden, die hem op verschillende wijze daartoe gelegenheid biedt. Allereerst de omhang-methode, mits niet al te veel volgens theorie, maar practisch en elastisch toegepast zal voldoening geven. Om verder uit te wijden over deze behandeling is nu geen gelegenheid, maar hoop ik later eens te doen. De omhangmethode is ongetwijfeld een methode om naast de hoogst mogelijke opbrengst het zwermen zooveel mogelijk te beletten.
Dan het separeeren, ook hiervoor eigent de kast zich bij uitstek. Dat niet iedereen daarmee het gewenschte succes bereikt, zal ongetwijfeld zijn oorzaak vinden in niet voldoende vakkundige toepassing. Verder is er nog een methode, die helaas, zeer weinig nog wordt toegepast, die gebaseerd is op het effect, dat men bereikt als men in het voorjaar zijn bijenvolken op flinke getalsterkte heeft. Deze methode alsook over reizen, voeren, inwinteren en enkele algemeene werkzaamheden aan en met de Simplexkast hoop ik in een volgend artikel uitvoeriger te beschrijven.
„Mellona" Santpoort,
DE MEZA.