Onderzoek Bijenziekten.

In aanvulling van het verzoek om toezending van bijen of broed, verdacht van ziekte (zie Aprilno. van dit blad) zou ik er alsnog op willen wijzen, dat om o.a. eenig inzicht der z.g. Nosemaziekte te krijgen en van het verband tusschen deze en de roer er een eenigszins regelmatig onderzoek van de volwassen, ook van de gezonde bij, moet plaats hebben.

Het is uit systematisch uitgevoerde onderzoekingen in het buitenland toch gebleken, dat de parasiet de Nosemaziekte veelvuldig kan voorkomen, zonder dat eenig ziekteverschijnsel het volk in verdenking brengt, terwijl bij gelijktijdig samengaan met b.v. de roerziekte, of daardoor voorafgegaan, zij haar aanwezigheid op fatale wijze doet merken.

Behalve dus dat onderzoek van bijen van onverdachte stokken zijn nut kan hebben, zal het onderzoek van bijen, afkomstig van standen, waar voor en na de roer werd waargenomen, hetzij dat men daarvoor een reden meende te kunnen vaststellen of niet, waarschijnlijk van nog meer waarde kunnen zijn.

Er zullen in ons land dus wel eenige imkers zijn, van eene afdeeling, b.v. één of twee, om terwille van een meer doeltreffend resultaat mij b.v. elke mand, of twee maanden een 20-tal bijen (haalsters) toe te zenden. Willen wij waarlijk over een jaar b.v. iets zekers weten omtrent het eventueel voorkomen van bijenziekten in ons land en dus in staat zijn op grond van feiten en niet van ongecontroleerde waarnemingen, „ins Blaue hinein", voort te werken als het noodig blijkt, dan moeten de imkers hun belangstelling aan dit onderzoek geven.

Dat de heeren van Giersbergen en Minderhoud hun medewerking wel willen verleenen bij het werk, is de vaste waarborg, dat binnen eenige jaren zekerheid omtrent de kwestie kan bestaan.

WINKEL.
Rijksseruminrichting Rotterdam.