Maandpraatje.

Augustus.

Augustus, de heidemaand voor onze imkers, van ouds de oogstmaand, is dikwijls weinig meer dan een regenmaand. Uit onze schooljaren weten we nog, dat onze vacantie zoo heerlijk verregenen kon en alle voorgenomen uitstapjes in het water vielen, of juister, het water in onze uitstapjes viel. Of het was gloeiend heet en sleepten wij ons met loome schreden langs de wegen voort, smachtende van dorst en onkenbaar van het stof.

Déze Augustusmaand wordt door nagenoeg alle Imkers met zeer veel belangstelling in hoop en vrees bekeken. Zal 1927 een jaar worden, dat met een zwarte kool in de Imkersalmanakken wordt aangeteekend, of zal die heerlijke, lieve, beste, brave Augustus alles goed maken, wat daarvóór bedorven werd? Zal er nog heidehoning komen, zullen de imkers nog mogen halen, waar zij tot heden nog niets anders dan betaald hebben? Zou het ongelooflijke nog mogelijk zijn, zouden we nog gevulde honingtonnen krijgen?

O, die groote onzekerheid, welke, voor velen onzer met angstige spanning wordt doorleefd, omdat op de bijen gerekend wordt. Ja, gij stadsimker, welke hoofdzakelijk Uwe bijtjes verzorgt, omdat gij uitsluitend door liefde tot de levende natuur gedrongen wordt, gij vermoed wellicht niet, dat daar in menig huisje op de heide het einde van het bijenjaar met angstige spanning wordt tegemoet gezien, omdat het resultaat invloed uitoefent op een beetje meer levensgeluk.
En nu weten we wel, dat het levensgeluk niet in de eerste plaats afhangt van meerdere of mindere inkomsten, maar die inkomsten helpen toch vaak mede het levensgeluk wat te verhoogen.
Misschien is gerekend op een nieuw kleedingstuk bij een beetje goeden oogst; misschien zal hier of daar in een stulpe van de opbrengst de zoo lang begeerde geit, de koe van den armen man, worden gekocht en is op de melk van dit beestje al gerekend, omdat de allerjongste geitenmelk niet kan ontberen, of men heeft zich wie weet, welke hoop gevestigd werd op den bijenstand en met welk een vreugde bij het doorwandelen van de heide de lange scheuten werden begroet.

Zal de Augustusmaand al die hoop in rook doen vervliegen? Zullen we inplaats van gevulde honingtonnen de laatste beetjes van den bodem moeten schrapen, om de bijen voor den hongerdood te behoeden? Hopen wij, dat na de slechte maanden, de Augustusmaand goed mag wezen én voor onze vacantiegangers en voor onze imkers en vooral voor hen, welke van de bijen, zij het dan gedeeltelijk misschien, moeten bestaan.

Wie zijne volken nu niet in orde heeft, moet zijne verwachtingen ook maar niet te hoog spannen, wat meegenomen wordt is winst. Wie gedurende het regenachtig weer zijne bijen in orde gehouden heeft, dat wil zeggen, door voeren gezorgd heeft, dat zijne volken niet verzwakten zal dit bij een zelfs matige heidedracht kunnen merken. De imkers, welke geen dracht van eenige beteekenis meer te wachten zijn kunnen hunne bijen voor het volgend jaar op streek helpen. In de tweede helft van Augustus beginnen zij hunne volken drijfvoer toe te dienen en houden dit een week of drie vol.

Indien dit drijfvoeren beëindigd wordt, wordt tevens voortgegaan met het verstrekken van het wintervoedsel en hebben zij op tijd krachtige volken. Vooral die imkers, welke in het voorjaar sterke volken moeten hebben roepen wij toe, verzuimt deze maand niet Uw volken op kracht te brengen.
Duizenden volken staan in het voorjaar in de boomgaarden, maar er zijn er vaak bij, welke voor het bestuiven van de vruchtboomen weinig beteekenen. Vandaar onzen raad, vooral aan de kleiimkers, hunne volken goed te verzorgen en slechts zeer sterke volken op te zetten.

In September zullen verschillende tentoonstellingen en honingmarkten worden gehouden, welke er zeer toe kunnen bijdragen, om de bijenteelt en den honing meer bekend te maken. Steunt het werk der organisatoren, door in te zenden, of de tentoonstelling te bezoeken en er reclame voor te maken. In de laatste jaren staat de bijenteelt in het brandpunt van de belangstelling, de velden zijn wit om te oogsten. Haalt Uw oogst op tijd binnen en versterkt de gelederen; een flinke volkssterkte maakt de kans op gewin groot.
Door een sterk ledenaantal is het mogelijk de belangen der leden zooveel mogelijk te dienen. Daarom medeleden, maakt propaganda voor Uwe vereeniging, in Uwe omgeving, op de markten en tentoonstellingen en overal, waar gij U vertoont. Zelden zal een propaganda zoozeer gewaardeerd worden, als die, welke gemaakt wordt voor de bijenteelt.

Als wij van een 65jarigen Heer dezer dagen hoorden, dat het hem speet, dat hem pas nu de oogen geopend werden voor de bijenteelt en hij gaarne er een 40 tal jaren eerder mede begonnen was, dan kunt ge met een gerust geweten Uw vrienden aansporen bijen te gaan houden. Zelden deedt ge beter werk.
J.A. J.