Open brief aan H.A. Beil te Dinxperlo.

Geachte Heer Beil,
Wij zijn er van overtuigd den tolk te zijn van zeker alle Nederlandsche Imkers, wanneer wij U geluk wenschen met de Koninklijke onderscheiding, welke U dezer dagen te beurt gevallen is.
Het is voor ons een blijk, dat Uwe zeer belangrijke diensten gedurende bijna een halve eeuw op het gebied der Bijenteelt in ons land, óók door de Hooge Regeering gewaardeerd worden.

Een Koninklijke onderscheiding aan den nestor onzer Imkers.


Beter dan iemand anders weten wij, die gedurende tal van jaren met U mochten samenwerken om de bijenteelt in ons land te helpen bevorderen, welke groote offers U gebracht heeft om de imkerij dien plaats te doen innemen, waarop zij zich thans mag verheugen.
De Nederlandsche Imkers zelven wisten U eenige jaren geleden reeds hiervoor hunnen dank te brengen, door U te benoemen tot Eerelid van de afdeeling Amsterdam onzer Vereeniging en van Groep 8, terwijl de Algemeene vergadering U benoemde tot lid van verdienste.

Waar zoo uit het geheele land de imkers zich beijverden, om U blijk te geven van hunne waardeering voor wat Gij voor hen gedaan hebt, waar de Hooge Regeering U, het Ridderkruis op den borst heeft gespeld, daar zijn wij er van overtuigd, dat Gij als Ridder dien Eeretitel volkomen hebt verdiend.
Wij weten, dat Gij vaak hoon en verdachtmaking hebt verdragen, omdat Gij er van overtuigd waart, dat men later zou inzien, dat Gij reeds vooruit zaagt, waar anderen nog geen idee van hadden. Gij met Uw groote kennis van het bijenleven en met Uw breed gezichtsveld, verkregen door jarenlange ervaring en Uw omgang met de groote voormannen uit binnen- en buitenland, wist welke nooden de imkers hadden, wist hoe men het best die nooden kon lenigen.

Gij hebt U in den loop der tijden óók tegenstanders gemaakt, maar dat is een waardeering temeer, omdat daaruit blijkt, dat Gij een eigen meening had en dat Gij, overtuigd van het goed recht van Uw eigen meening, hier aan vast hield, omdat Gij haar in het belang wist van de imkers. Uw ideaal, de organisatie van de honingproducenten, hebt Gij ondanks al Uw moeiten niet kunnen verkrijgen, omdat, wat Gij zelf erkent, onze imkers thans nog niet rijp zijn voor een dergelijke organisatie, hoofdzakelijk tengevolge van de vele mislukkingen op dit gebied. Maar ééns, hopen wij, zal zoo'n organisatie tot stand komen, misschien zult Gij daarvan getuige kunnen zijn, misschien ook niet. Maar hoe dan ook, de Imkers uit latere tijden zullen dan dankbaar U herinneren, omdat Gij het waart, die onvermoeid, ondanks Uw leeftijd, getracht hebt met alle kracht die in U was, om de voorbereidingen voor zoo'n organisatie te treffen en deze te propageeren.

De Regeering heeft U geridderd als Hoofdredacteur van de Practische Imker, niettegenstaande Gij ook als Hoofdbestuurslid van de Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt zeer zeker geen mindere verdiensten hebt. Wij kunnen hierin een wijs beleid zien, omdat Gij niet uitsluitend Uwe krachten gewijd hebt aan die vereeniging, maar aan de belangen van de bijenteelt in het algemeen. De Regeering heeft daarmede blijkbaar willen uitspreken haar diepgevoelde belangstelling in Uw werk, uw levenswerk, de zorg voor de Nederlandsche Bijenteelt en voor den Nederlandschen Imker.

Toen men U het Ridderkruis op de borst speldt, laagt Gij ernstig ziek te bed. Gelukkig, hoorden wij, dat Uwe ziekte een gunstige wending genomen heeft en dat er kans is op algeheel herstel. Wij hopen van harte, dat dit het geval moge zijn en U nog zeer vele jaren ons van Uw wijzen raad moogt dienen. Maar het zal voor U, toen men U ridderde op Uw ziekbed, een balsem geweest zijn, wetende, dat de Nederlandsche Imkers Uw naam in dankbare herdenking op hunne lippen hadden en met hunne gedachten bij U toefden.

De grootste Nederlandsche Imker gehuldigd door de Regeering. De eerste Imker, welke zoo'n Koninklijke onderscheiding ten deel viel zijt Gij heer Beil en met de wensch, dat het Ridderkruis nog lang Uw borst mag sieren wenschen wij U namens alle Nederlandsche Imkers geluk met die onderscheiding, terwijl wij er trotsch op zijn, dat Gij deel uit maakt van het Hoofdbestuur van onze Organisatie.
REDACTIE.