Ingezonden.

Kinderkoor „Zanglust", Amsterdam.

Leert de bijtjes kennen in haar werken
en leven, en ge zult haar liefhebben.

Zondag 14 Augustus werd door een gedeelte van bovengenoemd koor, bestaande uit een 120-tal jongens en meisjes, een bezoek gebracht aan den imker, den Heer Chr. Broekhuizen te Bakkum. Waarlijk genoemde Heer heeft onze kinderen, hetzij met platen, hetzij in nature het geheele bijenleven en werken op zeer begrijpelijke wijze uiteengezet. Veel hebben zij daar gezien en gehoord, ook de leiders, wat voor ons stadsmenschen verborgen was.

Als wij hooren en zien de saamhoorigheid in de bijenwereld, als wij daarnaast het ijverige werken van elke bij afzonderlijk beschouwen hoe elk een het hare moet bijbrengen om de bijenmaatschappij in goede sporen te doen leiden, dan beschouwen wij ons menschen als nietige wezens in deze wereld. In de bijenwereld is geen plaats voor nietsnutters. Elk een moet zijn opgedragen arbeid vervullen.

Spreker zette op een zeer bevattelijke wijze uiteen hoe de bijen hare cellen bouwen en allen wat vorm en grootte betreft, niet verschillen, en daar de honig in garen. Hij gaf een heldere uiteenzetting, hoe een ander gedeelte water haalde en honig gaarde, terwijl weder andere als hun werk beschouwden het in de korven te bergen.
Spreker deed daarop uitkomen de trouw aan de Koningin. Hoe zij, de bijen, met ontzag tegen haar opzien en haar bewaken en voeden. Terwijl zij er op aangewezen is de bijenbevolking in stand te doen houden.

Onmidellijk deed spreker uitkomen dat wij nietige menschen veel van haar kunnen leeren om een geordende maatschappij te verkrijgen. Spreker liet daarop uitkomen dat de kleine bij een helderziend oog had voor alles wat om haar heen geschiedt en een goed kleurenkenster was, getuige haar voorliefde voor de blauwe kleur der bloemen. Als wij nu hooren, hoe zich bij elken korf wachteressen bevinden die elken vreemde bij, die daarin niet thuis behoort, de toegang weigeren, terwijl 't aantal bewoonsters van zulk een korf veilig op 10.000 kan geschat worden, waaruit voldoende blijkt het groote onderscheidingsvermogen der bijen.

Veel belangwekkends werd nog door den Heer Chr. Broekhuizen medegedeeld en zoowel de kinderen als hunne leiders hoorden met genoegen de gegevens door hem medegedeeld, terwijl hij niet kon nalaten er met kracht op te wijzen de jeugd aan te wakkeren om het bijenleven zoo eenigszins nogelijk zelf ter hand te nemen en het honiggebruik aan te bevelen. Hiermede was deze zeer interessante lezing geëindigd en brengen wij dan ook den Heer Chr. Broekhuizen nogmaals dank voor zijn bereidwilligheid voor deze demonstratie en hebben wij getracht naast het aangename van een uitstapje ook het nuttige niet te moeten vergeten.

Amsterdam, 20 Aug. '27
J. WILLEMSE.

NASCHRIFT REDACTIE.
Wij plaatsen dit verslag, dat feitelijk voor ons Groentje te veel ruimte in beslag neemt, ditmaal zeer gaarne en wel om de volgende reden.
Daar in dat Noord-Hollandsche dorpje Castricum woont een liefhebber-imker, zooals wij ze maar zelden aantreffen. Reeds lang wisten wij, dat die „stille werker" daar in Castricum zooveel als in zijn vermogen was, de bijenteelt onder de jeugd ingang trachtte te doen vinden, met hen kasten bouwde en alle mogelijke werkzaamheden, welke nu eenmaal aan het bijenhouden onafscheidelijk verbonden zijn, met hen en door hen liet uitvoeren.

Deze amateur-bijenhouder en amateur-jeugdleider, dwingt ons achting af voor de wijze, hoe hij de zaken aanpakt en de bescheiden wijze waarop hij dit doet. Deze gelegenheid grijpen wij gaarne aan, om ons lid Chr. Broekhuizen wat naar voren te trekken en hem in ons feestnummer (kon helaas wegens plaatsgebrek in dat nummer niet worden opgenomen) hulde te brengen voor de wijze, waarop hij propaganda voert voor de bijenteelt.

Zoo menigmaal hebben wij hem reeds gevraagd iets van zijn werken onder de jeugd op het gebied van de bijenteelt op papier te zetten, hij trok zich steeds bescheiden terug; nu anderen dit doen laten wij de volle maat gelden en spreken wij de hoop uit, dat hij nog lang zijne krachten aan dit werk zal kunnen blijven geven. Hulde vrind Broekhuizen!
Joh.A. Joustra.