Welke bijenwoning?

Wanneer en waar de ronde korf voor 't eerst in gebruik is gekomen, is niet met zekerheid te zeggen. In ons land moet hij echter zeer lang voorkomen. Door de eeuwen heen heeft deze bijenwoning zich met succes gehandhaafd. De oorzaken voor dit succes waren velerlei. Voor eerst kwam in ons land veel heide voor. En het zijn juist de heidestreken, waar de bijenhouderij het meest voorkwam.

Groote imkers reisden in 't voorjaar naar de klei. De oogst, hier behaald, kon echter niet worden binnen gehaald. Dat moest wachten, tot de heide was afgebloeid. Hoofddracht dus de heide. Wat ziet men nu in streken met de hoofddracht in 't najaar? Dat men daar z'n bedrijfswijze inricht op 't verkrijgen van veel zwermen. De praktijk heeft uitgewezen, dat deze methode de meeste honing en was opbrengt en daarom is het tenslotte te doen geweest.

Als nadeel voert men nog al eens aan, dat ruim de helft der volken wordt afgezwaveld. Hierin schuilt juist de groote opbrengst. Is men van 100 volken op 250 gekomen, dan kan in September het werk en de voorraad van 150 volken worden geoogst. Had men losse bouw, dan was men in theorie op 100 volken gebleven en kon alleen het overschot, de honing, welke meer dan de wintervooorraad aanwezig was, worden geoogst. Het afzwavelen van volken mag dus ruw zijn, de opbrengst bij het volgen van de zwermmethode is groot. Hoe kan men ook anders. Het aantal volken, zou bij het overwinteren van alle dan aanwezige, 't volgend jaar veel te groot worden.

Vereenigen van volken in het rondekorf-bedrijf, met uitzondering van het versterken van enkele, is praktisch een fout, omdat het niet aankomt op de buitensporige grootte van 't volk, maar wel op de hoedanigheid. Een normaal volk met veel jonge bijen, en die zijn er tegen de winter in streken met herfstdracht, komt veel beter de winter door, dan het volk, dat met een volledig volk uit een andere korf is versterkt.
In vroegdrachtstreken kan men echter het vraagstuk van de vereeniging van volken voor de winter op heel andere wijze oplossen, maar daar is de ronde korf niet op z'n plaats.

Toen in de vorige eeuw door een samenloop van omstandigheden de losse
bouw naar voren kwam, (hiertoe hebben de volgende uitvindingen bijgedragen: losse raampjes met afstandsregeling; kunstraat, de honingslinger) meende men, dat de ronde korf zijn tijd had gehad. Vele systemen werden uitgedacht, sommige heel samengesteld, maar men hield bijna nooit rekening met de dracht. Ieder voor zich prees aan, wat in zijn streek goed bleek en generaliseerde. In heidestreken voelde men één nadeel van de geliefde ronde korf. Slinger-honing en groote plakken fijne raathoning, het groote voordeel van losse bouw, was in de ronde niet te verkrijgen. De qualiteit van het gewonnen product was minder. Daarom trachtte men de genoemde voordeden van de
losse bouw te verbinden aan de zwermmethode, in gebruik bij de ronde korf.

Van alles werd en wordt nog geprobeerd. Opzetkastjes, tusschenringen, losse kap enz. enz., maar steeds zal het knoeierij blijven, vergeleken bij de behandeling van kastvolken. Zelfs de grootmeester Gravenhorst, van wie gezegd wordt, dat hij onovertroffen is in 't vermenigvuldigen van volken, trachtte de zwermmethode te koppelen aan den lossen bouw, welke bij uitstek voor de streken met vroegdracht geschikt is. Hij construeerde de boogkorf, welke geheel opgevat moet worden als een ronde korf, ingericht voor raampjes van gelijke grootte. Voor 't winnen van slingerhoning is de boogkorf totaal ongeschikt, daar men gedwongen is de broedramen te slingeren Hierbij is de verstoring van 't volk veel te groot en ten tweede begaat men de zeer groote fout, de honing vlak rondom 't broednest te oogsten. Voor 't winnen van raathoning biedt de boogkorf te weinig ruimte.

In streken met vroegdracht en zomerdracht is de ronde korf niet te gebruiken. Hier treedt de losse bouw op de voorgrond, waar men door zwerm-verhindering de hoofddracht onverzwakt kan benutten. Ook in heidestreken kan met losse bouw uitmuntend worden gewerkt, indien men er voor zorgt op de heide met een dubbel aantal volken te verschijnen.

Blijft tenslotte de vraag, welke woning voor onze volken te kiezen. Het antwoord luidt: in streken met najaarsdracht de ronde korf naast de kast;
in streken zonder herfstdracht de kast, en dan in 't bijzonder de kast met bovenbehandeling.
Dw.
S. C.

NASCHRIFT REDACTIE.
Het laatste woord over het „woningvraagstuk" is zeker nog niet gesproken en wij laten hier nu eens aan het woord een imker, wonende temidden der uitgestrekte heidevelden. Wij twijfelen er aan, of deze meening wel door het gros der imkers (zelfs al wonen zij in heidestreken) zal worden onderschreven, maar vooruit ...... het lokt missschien nog eens een heerlijk debat uit ter leering van ons allen.
Joh.A. Joustra.