Inleiding tot het gebied der bijenziekten.
(Slot).
Wel schrijft Rennie, dat er chemische stoffen zijn, welke in het volk in dampvorm verspreid, de parasieten zouden dooden, de bij echter niet zouden schaden. Van resultaten las ik nog niets.
Een hoogst interessante en als zij juist mag blijken, ook een zeer ingenieuze gedachte spreekt Rennie uit, als hij nagaat, hoe het eigenlijk komt, dat de mijt de voorste en grootste borstbuizen heeft toegankelijk gevonden. Hij veronderstelt, dat zij zijn aangetrokken door afscheiding van reukstoffen vanuit deze buizen.
Ben ik in staat, zegt Rennie, deze reukstof door een andere weg te nemen, of te maskeeren, dan zal de mijt „verdwalen" en haar lot is geteekend. Hij meent reeds dergelijke stoffen te hebben gevonden.
Hiermede ben ik gekomen aan het einde van mijn beschouwingen en rest mij slechts met de volgende opmerking deze inleiding tot het gebied der bijenziekten te besluiten.
Uitgaande van het standpunt, dat wij noch broedziekten noch boosaardige vormen van Nosema, noch de mijtziekte in ons land kennen, hebben wij ons rekenschap te geven, van dit groote voorrecht, door wel zeer deugdelijk te overwegen, op welke wijze wij dit voorrecht zullen blijven behouden. Onderzoek naar het nut van verbodsbepalingen, wat betreft invoer van levende bijen en wat hiermede annex is, voor zoover gevaar van binnensleping van broed- of mijtziekten daarvan het gevolg kan zijn, is op zijn plaats.
Het ligt niet op mijn weg, hierover meer te zeggen. Slechts dit: zal een bestrijding of een wering van ziekten doeltrelfend geschieden dan zal ook doelbewust moeten worden gewerkt. En bewust van het gevaar wordt men eerst door zich op de hoogte te stellen van den omvang van het gevaar, en zoo zal studie van de verschillende ziekten, ook in ons gebenedijd land, de eerste en doeltreffende stap zijn, waarmede men de Nederlandsche bijenteelt zal kunnen dienen. Dan bestaat de kans, dat men met verbodsbepalingen het gevaar in het hart treft.
A.J. WINKEL.