Strenge nachtvorst.
Men schrijft ons: Het is me een behoefte U mededeeling te doen van de groote schade, die de nachtvorst van 10 op 11 Mei j.l. ons Twenteland heeft geteisterd.
We zaten nog midden in de volle dracht en deze ongekende strenge nachtvorst heeft in niet meer dan één nacht tijds al onze honinggevende gewassen in vollen pracht voor den voet weggemaaid. De bloesems van al onze ooftboomen, die reeds zoo'n schitterenden dracht gaven en nog zooveel beloofden, zijn bevroren; zoo goed als alle bloemen zijn verschrompeld! Zoo intens heeft het gevroren, dat zelfs de kruisbessen, pruimen enz. als kleine vruchtjes zijn vernietigd, frambozen en aardbeien het zelfs in den knop nog moesten afleggen.
Voorwaar een treurige Meinacht voor onze imkers en niet minder voor Twentsche land- en tuinbouwers. Een treurigen aanblik vertoont thans onze bijenstand, waar de nijvere bijtjes vergeefs uitvliegen naar de oogstboomen die nog voor enkele dagen zoo'n ruimen nectaroogst gaven en thans in bruin vorstgewaad zijn gedompeld.
Een Meimaand als deze, die ons reeds zulke uitstekende drachtdagen heeft bezorgd en beloofde, doch waaraan in één nacht tijds voorgoed een einde is gemaakt, zal nog lang in ons geheugen blijven.
Wij danken den berichtgever voor dit berichtje. Misschien is het voor onzi imkers van weinig waarde, daar wij allen min of meer hebben kunnen zien en ervaren, hoe deze Meimaand ons eens lekkertjes te pakken heeft gehad. Maar voor het nageslacht zal dit berichtje des te meer waarde hebben. De hedendaagsche imker, zal — oud geworden — later aan jong-imkers vertellen, dat het thans niets meer gedaan is met de bijenteelt, maar dat we vroeger (dat is thans) korven beurden van wel 80 pond zwaar, dat we in het voorjaar nooit!!! zulk slecht weer hebben als thans en dat het weer slechter is, dan in de jaren dat hij imkerde . . . Precies hetzelfde, wat wij nu van oude imkers te hooren krijgen. Als men dan nog eens dit Maand schrift openslaat, dan weet de jong-imker, dat opa weer van dat echt onvervalschte imkerslatijn spreekt, zooals hij later zelf zal doen en zooals wij op onzen beurt eens gedaan hebben of nog zullen doen.
J.A. J.