Waarnemingsstations over Juni 1928.
VLIEGDAGEN EN VERSCHILLENDE OPMERKINGEN.
Warnsveld: -2,150; -1,600;+3,100; totaal -0,650 K.G.
Gemiddelde temperatuur 13,8° C, normaal 16,3° C. Dus weer een koude Juni. Hoogste stand 24,6° C. op 29, laagste 2,7° C. op 2 en 4 Juni. Slechts 10 dagen boven 20° C. Een stand boven 25° C. kwam nog niet voor. Neerslag 71,5, normaal 65,6 m.M. Op 14 dagen was het droog. Bewolking 6,4, gemiddeld 6,3. Heldere dagen 3, betrokken 7, normaal 4 en 11 dagen. Barometer 760,7, normaal 761,8 m.M. Het weer was van 1—7 droog en vrij goed. Van 8—21 was het slecht weer, koel en regenachtig. Daarna werd het iets beter, 't werd warmer, minder regenachtig, doch 't bleef veranderlijk. Echte zomersene dagen gaf de maand niet. Windverdeeling: N. 6, N.O. 7, O. 7, Z.O. 1, Z. 16, Z.W. 19, W. 24, N.W. 20, stilten 0 op 100 keer. Vliegdagen waren er 29, waaronder 5 zeer goede (3, 4, 13, 25 en 29 Juni), 14 goede en 10 zwakke. Van 5—21 Juni beteekende de vlucht over 't algemeen weinig, na 21 Juni werd zij beter.
Gewin: Hiermee was het tot den 21en, evenals in de beide voorgaande jaren, slecht gesteld, zoodat na 10 Juni weer tot noodvoedering moest worden overgegaan. De acasia bloeide van 13—22 Juni, doch wij kregen slechts op 2 dagen een gering kansje, dat de bijen er iets op konden winnen. Na den 21en kwam er, dank zij het iets gunstiger weer, lichte tot matige dracht, op den 29en zelfs sterke dracht voor. Hierdoor werd 't verbruik, dat op 20 Juni sedert den 1en tot 3,75 K.G. gestegen was, op 30 Juni tot 0,65 K.G. gereduceerd. De toestand werd hierdoor niet zoo slecht als in 1926 en 1927, toen in Juni 3,1 en 4,6 K.G. verlies werd geboekt. Buitengewoon beste Junimaanden hadden 1924 en 1925 met 16,45 en 16 K.G. toename. Om te watertanden! Er werd 's nachts 4,25 en over dag 3,25 K.G. ingeteerd en op 11 dagen 6,85 K.G. gewonnen. Grootste toename 1,75 K.G. op 29 Juni. Het beste volk, welke op een andere bascule stond, won dien dag 3,1 K.G. Dat ging van 25—30 Juni 3,7 K.G. vooruit, het waarnemingsvolk 1,9 K.G.
Behandeling waarnemingsvolk: Op 29 Mei voorzwerm, die terugvloog, 5 Juni jonge moer tuut, 6 Juni uitgevangen, alle doppen weggebroken, raampjes afgeschud, 16 Juni raampje honig in honigkamer gehangen, omdat er gebrek aan voer begon te komen. 17 Juni een oude moer in kluisje in de honigkamer gelegd. Deze 18 Juni 's avonds in de broedkamer laten loopen. 23 Juni wederom een zwerm. Een deel der bijen is vermoedelijk bij een ander volk, dat ook zwermde opgevlogen, want 's avonds was 't gewicht 1,3 K.G. minder. De moer lag voor de kast, 24 Juni een jonge moer, welke bevrucht is, gegeven, nadat deze eerst een dag opgesloten was geweest. Op 30 Juni werd 's avonds van een zwerm weer 1,3 KG. bijen aan 't waarnemingsvolk teruggegeven, waardoor dit weer op de oude sterkte kwam.
Toestand der volken: Waar de volken geregeld verzorgd zijn geworden, zijn de meeste voorzwermen afgekomen en hebbun op 30 Juni verscheidene volken weer jonge bevruchte moeren. Op 21 Juni was de toestand alles behalve rooskleurig, doch op 30 Juni zijn de vooruitzichten verbeterd. Wij zitten midden in de hoofddracht, welke nog ca. 3 weken aanhoudt. Als 't weer nu maar wil meewerken, kan de mid-zomerdracht nog goed worden. De honigkamers zijn geplaatst, waarin nu al aardig gebouwd wordt.
Koninginneteelt: Van 25 Mei—7 Juni was 't vrij gunstig weer voor een spoedige bevruchting der moeren. Van 7—21 Juni ging dit zeer langzaam, daarna weer beter. Vooral op 25 Juni werden veel moeren bevrucht.
Dracht planten: acasia, klaver, vuilboom, korenbloem. De linde bloeit nog niet. De dracht op de acasia mislukte. Gemiddeld gewin in Juni over de voorgaande tien jaar 5,095 K.G. Grootste toename 16,45 K.G. in 1925, grootste afname 5,35 K.G. in 1923.
Wageningen: +0,700; -1,250; +1,600; totaal +1,050 K.G.
1e dekade. De wind was uit verschillende richtingen. Hocgste temp. 25°, laagste 1° op den 5en. Regen op 4 dagen, 1 dag bewolkt, helder 5 dagen. Vliegdagen 10, dracht op 10 dagen, waarvan 4 matig, 6 gering. Gevallen regen 30,1 m.M.
2e dekade. Aanhoudende Westelijke winden met veel regen. Regen op 10 dagen, 4 dagen onweer, 2 dagen hagel. Hoogste temp. 21°, laagste 6°. Vliegdagen 10, dracht op 5 dagen, 1 matig, 4 gering. Gevallen regen 36 m.M., 1 dag gevoerd.
3e dekade. Wind van Zuid tot Zuid-West en West. Regen op 2 dagen, helder 4, bewolkt 4 dagen. Hoogste temp. 25°, laagste 9°. Vliegdagen 10, dracht op 10 dagen waarvan 5 goed, 4 matig, 1 gering. Gevallen regen 4,6 m.M. Merkwaardig dat de 2e dekade in 3 opvolgende maanden slecht was voor de bijen. Met den 23en begon goed weer. Het volk gaf 29 Juni een kleine zwerm af, die terug kwam. De moer was geknipt en lag op het gras en is weggenomen. Onderzoek op 30 Juni, daardoor 400 gr. verlies. Een moercel was uitgeloopen, de 12 aanwezige moercellen zijn verwijderd. Toename 1 Juli 800 gr. Veel broed en veel bijen.
Drachtplanten: vuilboom, grasanjer, eereprijs, herik, reuzen beerenklauw, rabarber, kardinaalshoed, Japansche zijring, valeriaan, korenbloem, witte mosterd, zuring (wilde), braam, slangenkruid, witte klaver. Op 19 Juni veel bijen op bladhonig van beukenbladeren. Verlies 's nachts vrij groot.
Assen: -0,100; -2,600; +0,150; totaal -2,550 K.G.
Vliegdagen 27, waarvan 6 met goede, 13 met matige en 3 met weinig vlucht; bevlogen werden in 't begin der maand nog framboos en kastanje, in 't laatst: korenbloem, witte klaver, braam en sprokkelhout. Het weer was niet heel gunstig, de temperatuur door elkaar genomen veel te laag, vaak regen en onweersbuien en op 17 Juni nog een ferme hagelbui. De weegschaal wees op 5 dagen een toename, hoogste op 27 Juni 0,800 K.G., afname had plaats op 10 dagen. Op 20 Juni gaf het volk een voorzwerm, hetwelk 1,600 K.G. woog en afgehouden werd en 24 Juni een nazwerm van 0,800 K.G., die 's avonds teruggegeven werd, na vooraf alle koninginnecellen weggebroken te hebben. De waarnemingsstok heeft zich dit jaar geheel zelf kunnen redden en is tot op heden nimmer gevoederd.