Iets over het winnen van heideraathoning.
De heer H.A. Beil beveelt in het mndschr. van Oct. aan om raathoning in doozen van eenzelfde afmeting te verpakken. Noodzakelijk lijkt me dat niet. Evenwel is eenheid in verpakking om verschillende reden steeds aan te bevelen.
De maat van de gedecoreerde blikken welke Afd. Handel in de handel brengt is mij bij ervaring gebleken een zeer practische te zijn in 't bijzonder met het oog op de meest gangbare ramen in Nederland. Als men bij 30 ponds of kleine blikken b.v. 10 kilo's blikken neemt, dan haalt men uit een kast of boogkorf het grootst aantal blikken verpakte raathoning. b.v. Een doos raathoning moet bij mij aan beide kanten voluit verzegeld zijn wil hij aanspraak maken op 1e kwaliteit.
Dhr. Beil beveelt den boogkorf aan voor het winnen van raat- en slingerhoning. Wat slingerhoning winnen in het practische van den boogkorf aangaat, wil ik niet ontkennen dat de boogkorf voor een bedrijfsimker beter geschikt is dan een kast, nog daargelaten, dat ze in aanschaffen althans goedkooper is. Wat winnen van raathoning betreft kan ze echter niet meekomen.
Dhr. Beil noemt voor raathoning winnen in boogkorf geen kunstraat gelukkig. Vermoedelijk omreden hij geen gewone kunstraat (broedkamer) in raathoning wil hebben. Dus werken de bijen in boogjes met een strookje kunstraat, wat beteekent bij goede dracht, vette ramen welke vaak te dik zijn voor doozen, waartusschen soms een ander 't welk te dun is daarvoor.
Mij dunkt de kast welke met de bekende zeer dunne kunstraat in honingkamer naar de hei wordt gebracht, heeft hier een aanmerkelijke voorsprong. Al zijn de volken nog zoo vet geworden men oogst uit zoo'n kast bijna zonder uitzondering raathoning geschikt voor doozen.
Bovendien snijdt men voor doozen voordeeliger uit rechthoekige ramen dan uit een boogje. Uit boogjes vallen uit de ronde hoeken veel schadelijke hoekjes weg, wat in 't bijzonder in minder goede jaren het geval is, daar juist de raathoning in de ronde kop zit.
Neemt men b.v. 6 honingramen van een Simplexkast waarin (zoo in 't raam) 8 p. verzegelde raath. zit en 6 boogjes met evenzooveel, dan heeft men kans uit de kastramen 5 à 6 doosjes van een pond te snijden en uit de boogjes geen één, tenminste niet uit één stuk.
Een doosje met twee halve stukken mag toelaatbaar zijn, doch uit één stuk toont oneindig veel beter.
De Mellonakorf heeft nog geen ervaring wat bovenstaande betreft opgeleverd, doch het voordeel der dunne kunstraat heeft hij natuurlijk ook niet. Deze korf is trouwens ook meer bedoeld om den vastebouw-imker tegemoet te komen.
Dat in een boogkorf de zeer dunne kunstraat gebruikt zou kunnen worden lijkt me in de practijk zeer twijfelachtig zoo niet onmogelijk.
Wat verder dhr. Beil schrijft over het laten uitbouwen van eenzijdige raten en zijn ondervinding op dat gebied zal het dunkt mij alle imkers interesseeren hierover iets naders te mogen hooren.
Leeuwarden.
TJ. STIENSTRA.