
Ons Maandpraatje zal dit jaar dienstig worden gemaakt aan de propaganda, zoowel naar binnen, als naar buiten. Adviezen over de techniek en cultuur van de bijenteelt, zult ge dus niet onder dit opschrift meer aantreffen, hoogstens enkele algemeene opmerkingen.
We vinden dergelijke adviezen in andere rubrieken terug.
Dit praatje wordt een praatje tusschen U en mij en ge moet het maar beschouwen als een gesprek onder vier oogen.
En dan beginnen we, met wat ons momenteel het naast aan het hart ligt, n.l. de theoretische scholing van den imker.
Het wordt wel een beetje eentonig steeds op hetzelfde aambeeld te moeten hameren, maar de ervaring leert, dat dikwijls veel en hard gehamerd moet worden, om het belang van Uzelf en anderen goed te doen beseffen en misschien bereik ik met dit praatje, dat U gewonnen wordt.
Zoo nu en dan hoort men wel eens na eene lezing of bijeenkomst, ach ik kan me met de bijen niet zoo druk maken, want . . . . . en dan komt de verontschuldiging: „Ik houd ze maar voor liefhebberij."
Ik begrijp deze uitdrukking niet zoo goed, want naar mijne meening doet men alles, wat men uit liefhebberij doet, juist goed, ja zelfs vaak nog beter, dan het werk waarvan men bestaan moet, juist omdat het liefhebberij is, dus uit liefde tot die bezigheid zelve.
Wat zullen zich die bijtjes van zoo'n liefhebber gelukkig gevoelen slechts uit liefhebberij gehouden te worden! Laten we eens afspreken, dat we van stonde afaan werkelijk onze bijtjes gaan behandelen uit liefde voor haar en dus goed.
Maar dan dienen we ook op de hoogte te zijn, of te geraken met de eischen, welke die diertjes stellen en dat is alleen maar een zorgvuldige vakkundige behandeling.
Die vakkundige behandeling kan men zich eigen maken door op te volgen, wat deskundigen U vertellen en dat doen zij door middel van ons Groentje, door middel van boeken, welke men leent of koopt, of op lezingen of persoonlijk bezoek. Ervaren imkers zullen soms geen voorlichting meer noodig hebben, zij zitten in een bepaalde denkwijze en bedrijfswijze vastgeroest, maar toch kan het geen kwaad, indien zij veel lezen en ook eens proeven nemen met een aangekondigde werkwijze e.d. Zij zien dan al spoedig, of het advies waarde voor de praktijk bevat, of eenvoudig niets anders is, dan humbug. In het laatste geval is het voor de lezers van ons Groentje nuttig, dat zij zich laten hooren.
Maar dan liefst geen theoretische beschouwingen, maar werkelijk een oordeel getoetst aan de praktijk. Zoo hebben we al vaak kennis gemaakt met velerlei „Spielerei", maar ook werkelijk goede dingen geleerd, kleine handgrepen, eenvoudige hulpmiddelen, verbluffend eenvoudige bedrijfswijzen.
We kunnen geen werk over bijenteelt opslaan, of we vinden daarin vermeld de meest gangbare bedrijfswijzen en dat is ook goed. Maar dat wil natuurlijk allerminst zeggen, dat er geen andere bedrijfswijzen zijn en zelfs ook niet eens, dat de genoemde beter zijn. De denkende imker en vooral zij, welke veel gelezen hebben zal aan den hand van het gelezene komen tot andere, eenvoudiger en wellicht betere methoden. Is dit zoo, dan zijn daarvoor de periodieken, om de ervaringen ook kenbaar te maken aan hunne collega's, want dat is het mooie van de imkers, dat zij, hoewel in zekeren zin concurrenten zijn, toch zich niet als concurrenten gevoelen, maar als menschen, door dezelfde liefhebberij aangetrokken.
En in dat verband is het in ons kleine landje zoo'n zonde, dat er steeds groepeering is en hergroepeering zonder eind.
Niet alleen op bijenteeltgebied treffen we dit aan, neen, welke tak van ontwikkeling, liefhebberij e.d. ge ook neemt, telkens weer afscheiding en en deeling. Hier hoor ik en daar jij; ieder in zijn eigen hokje en elk hokje weer een andere kleur en elke kleur weer van een andere soort verf en elke andere soort verf weer van een andere samenstelling, vooruit maar jongens, terwille van hetzelfde doel: uit elkaar, verdeel!
Ons landje is zoo heerlijk verdeeld en al probeeren we aan de eene kant het stukgescheurde Holland aan elkaar te lijmen (Zuiderzee droogmaken, polders indijken enz. enz.) de menschen zelve leggen overal slootjes en beekjes en wonen elk op een eiland en zoo kunnen we hier beleven, dat men connecties zoekt met het buitenland en eigen landgenooten niet eens kent of er mede in vijandschap leeft.
En al schudden verstandige menschen daarover het hoofd en al predikt men in eigen kring steeds maar weer eendracht maakt macht, de zonde zit ons zoo diep in het bloed, dat we onder het aanheffen van die leuze druk bezig zijn eilandjes te maken met slooten, liefst zoo diep en zoo breed mogelijk.
En dan slaan we ons op de borst en zeggen: wij zijn vrijheidlievende Hollanders ieder zijn eigen stukje grond, ieder ruzie met zijn buurman, ieder zijn eigen stukje aether, ieder zijn eigen bijenvereeniging. Eendracht maakt macht. We hebben getracht ons Groentje wat aanlokkelijker te maken, maar welk een schitterend orgaan zouden de imkers niet voor minder geld kunnen bezitten, indien die verfoeielijke volkszonde dit niet onmogelijk maakte?
Laten wij 1929 maken tot een jaar van eendracht naar den daad!
JOH.A. JOUSTRA.