Is de schoone Meimaand weer in 't land, dan zijn er ook weer volop bloemen, ja bij prachtige zonneschijn en warmen wind is het een lust buiten te wandelen en in te ademen de zoete nectargeur van een groote verscheidenheid bloemen die men nu overal en in alle nuanceeringen aantreft. Wat kan het dan heerlijk zijn, heerlijk buiten en heerlijk binnen.
Heerlijk buiten waar boom en struik en plant in volle bloesempracht ons oog verrukken onze bijen vriendelijk uitnoodigen het beste wat ze al lang hebben gemist, van haar binnen te halen; heerlijk binnen, waar door de opengeslagen ramen binnenzweven schoone Meimaandsgedachten, gedragen door zachte zoelten, vermengd met de heerlijkste bloemengeuren. Welk een pracht overal!

Wat hebben onze bijtjes het dan druk, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zijn ze in de weer. Heel wat stuifmeel en honing wordt er geoogst, als het weer haar tenminste geen parten speelt. Men let er vooral op dat men de vlieggaten niet te klein heeft. Meermalen heb ik gezien dat men daar niet op had gelet, zoodat de bij beladen met dikke pollen stuifmeel, onmogelijk het vlieggat binnen kon en het dan eindelijk voor de korf liet vallen. Dit is al op eenigen afstand zichtbaar. Ze loopen dan in snelle bewegingen, zenuwachtig doende om het vlieggat. 't Zelfde verschijnsel kunnen we ook waarnemen, als ze de Koningin missen. Men moet dan de vlieggaten verruimen, want het is zoo jammer hetgeen zij met moeite en vlijt bijeenverzamelen, door onze onoplettendheid weer verliezen.

Hoe meer onze bijen nu binnenhalen, vooral honing, hoe meer eieren legt de Koningin. 't Is of dat ook haar aanspoort tot meer werklust. Naarmate de broedaanzet toeneemt, neemt ook het aantal jonge bijen toe. De volken worden steeds sterker en met de toeneming van nieuwe geslachten, begint men ook de woning te vergrootten, de ratenuitbouw neemt een aanvang.
Eerst op een paar plaatsen voor in de korf en eindelijk over alle raten. Wat krijgt alles nu een mooier aanzien. De oude donkere raten verdwijnen voor mooie witte. We weten dat het zweet dat uit haar achterlijf straalt, uit de zoogenaamde waskliertjes stolt en van die dunne gestalten schijfjes bouwen zij raten. Wij constateeren dat maar zoo eventjes, doch mogen niet vergeten welk een moeite het haar kost en welk een stillen intensen arbeid, er uit die nieuwe ratenuitbouw tot ons spreekt.

Bouwen zij in 't begin meest raten met kleine cellen — fijn raat noemen we dat —, het duurt gewoonlijk niet lang of zij beginnen ook met den bouw van grof- of darrenraat, zoodat we dan in de korf krijgen 3/4 tot 4/5 fijn raat en 1/4 tot 1/5 darrenraat.
De genoemde broedverhouding wijzigt zich nu natuurlijk wel iets, omreden er ook raten of vele cellen daartusschen met honing of stuifmeel gevuld zijn. De genoemde verdeeling vind ik altijd de mooiste stand niet alleen, doch ook de beste, het karakteriseert het betreffende volk als een werkzaam volk, als goede honingaanhalers en tevens kan men van deze volken een flinken zwerm verwachten.
Nu vindt men op zijn stand gewoonlijk vele korven, die van de genoemde verdeeling afwijken. Zoo vindt men er, die veel darrenraat bouwen of die de fijne raten niet ver genoeg doorbouwen, vooral vóór in de korf. Dezen vallen in den regel tegen, stellen teleur wat teelt en honing-aanhalen betreft.

Op een zeker moment houdt de ratenbouw op. 't Is net alsof de bijen, nu zij bemerken, dat ze de koningin met het cellen bouwen of ruimte geven niet meer voor kunnen blijven, er mee ophouden. Bezien we nu zoo'n korf dan blijkt ons dat in de ondereinden der raten eieren liggen, in het midden gedekseld broed, verder naar boven uitgeloopen of uitloopend broed en op een paar plaatsen koninginnecellen.

We zeggen nu het volk is zwermlustig. Honing of stuifmeel wordt haast niet meer aangehaald, alles bereidt zich op een splitsing van het volk voor. Is het fijnbroed nu in het midden en onder in de korf op 5, 6 à 7 cM. na uitgebroed en de koninginnecellen gesloten, dan op een mooie dag met zonneschijn vliegt de zwerm er af, als men ze tenminste niet wil aftrommelen. In een volgend artikel gaan we hierover nog wat verder.

IMMENVAÊR.