Bij het verschijnen van dit nummer van ons Groentje is het pleit bijna beslecht en kan de imker dra zijn kas opmaken. Daarna rest hem nog het wintervaardig maken van zijn volken, waarbij hij de grootste nauwkeurigheid en zorg in acht dient te nemen.
Het inwinteren eischt nog heel wat meer, dan de volken op gewicht te brengen, het op gewicht brengen is er slechts een klein onderdeeltje van. Toch meent menig imker reeds voldoende te hebben gedaan, indien hij zijn 7½ K.G. suiker per volk heeft opgevoerd.
Voor de zoo noodzakelijke rustige winterzit komt heel wat meer kijken, dan alleen maar voedsel geven en wij geven onzen lezers (essen) in overweging hierover de uitvoerige mededeeling van Dr. Winkel e. a. nog eens goed na te lezen en zich zelf duidelijk voor oogen te stellen, wat zoo'n rust kan schaden.

Ook het vereenigingsjaar loopt zoo zachtjes aan ten einde en ook hiervan zullen we binnenkort de eindrekening moeten opmaken. In de laatste 5 jaren hebben we steeds een stijgende lijn, wat het aantal leden betreft, kunnen constateeren en er is reden aan te nemen, dat die lijn ook dit jaar een, zij het dan ook kleine, stijging zal doen zien.

Niet alleen het ledental echter maakt een vereeniging groot, maar ook en niet in de allerlaatste plaats wat zij presteert. Eene Vereeniging voor Bijenteelt heeft niet voldoende gedaan indien de suikerlevering vlot van stapel is geloopen; er is nog heel wat meer.
Ondanks, of misschien juister tengevolge van haar bijna 35 jarigen ouderdom is zij bezig een nieuwe kracht te ontplooien, welke nu in het bizonder gericht is op den honingafzet. Zeer jammer is het, dat het Rijksmerk ook dit jaar nog op zich laat wachten, daar alle reclamemaatregelen hoe grootsch en schoon ook, alleen dan doeltreffen als het publiek met zekerheid weet, dat het Nederlandschen honing bekomt. Voor ons Imkers is het dan ook niet alleen voldoende, dat het publiek meer honing gaat consumeeren, maar het moet overtuigd worden van de goede kwaliteiten van onzen Nederlandschen honing en dien ook vragen.

In Duitschland heeft men het z.g.n. Eenheidsglas. In dit keurig uitgevoerde glas mag slechts Duitsche honing ten koop worden aangeboden.
Het glas heeft een zoodanigen vorm, dat het uit andere direct te herkennen is. Zou het voor ons land ook niet dienstig zijn rijksmerkhoning in een speciaal glas te verkoopen? Dit zou én voor publiek én voor controleurs zeer eenvoudig zijn; we behoeven wel niet alles uit het buitenland te copieeren, doch waarom zouden we niet overnemen, wat in het buitenland uitstekend blijkt te voldoen?
Voor onze Vereeniging is het een prettig verschijnsel, dat veel wat wij wrochten, door anderen wordt nagebootst of overgenomen. Dat is voor ons een bewijs, dat wij op den goeden weg zijn en zelfs een toonaangevende plaats innemen. Dat men in zijn nabootsing niet altijd even gelukkig is, doet aan het feit niets af en kunnen we slechts betreuren

We betreuren het tevens, dat men in ons land op allerlei gebied zich zoekt te verdeelen, inplaats van te vereenigen. Ons land telt ongeveer 12000 imkers, welke bijna allen in een 4 tal vereenigingen zijn ondergebracht en waarvan onze vereeniging het leeuwenaandeel, n.l. bijna 8000 leden onder haar vleugelen geschaard ziet. Welk een kracht zouden de Nederlandsche imkers kunnen ontplooien, indien zij allen waren vereenigd in, als het kan ééne algemeene Nederlandsche Vereeniging, of als dit door eigenaardige Nederlandsche verhoudingen belet wordt, door een federatie van alle bijenteeltvereenigingen. Zij zou dan naar buiten en naar binnen meer respect afdwingen. De nooden van alle Nederlandsche imkers zijn van denzelfden aard. Nu tracht ieder bondje die op eigen gelegenheid op te lossen, of men doet zelf niets en laat Gods water maar over Gods akker loopen. Daarbij komt nog, dat er geen uniforme lijn ligt in methoden en natuurlijk de kosten ongeveer het viervoudige bedragen van wat zij zouden behoeven te zijn.

Een gelukkig verschijnsel mag het genoemd worden, dat de Noord-Brabantsche, de Limburgsche en onze Vereeniging inzake het Rijkshoningmerk in één Vereeniging zijn ondergebracht. Gelukkig was daar geen splitsing mogelijk en het demonstreert tevens de onjuistheid van het verdeelsysteem. Immers de met zooveel tam-tam opgerichte Ned. Imkersbond moest wegens bloedarmoede te kennen geven, dat hij niet bij machte was de luttele kosten aan het Rijksmerk verbonden te dragen. Hier wreekt zich op duidelijk zichtbare wijze de lichtvaardige manier waarop men Vereenigingetje tracht te spelen en daardoor parasiteert op de kasmiddelen van anderen.

Er zal nog wel heel wat water door de Rijn moeten stroomen alvorens men zal inzien, dat één krachtige bond meer en beter werk kan leveren dan een aantal kleinere, maar intusschen benadeelen wij onszelf en onze imkers door op deze funeste weg voort te gaan.

JOH.A. JOUSTRA.