Wenken voor beginners.


Het zij mij allereerst vergund, om te mogen terugkomen op mijn vorig artikel van October en wel naar aanleiding van een schrijven van den geachten Heer Y. Stienstra uit Leeuwarden, betreffende hetgeen ik schreef:
1. Over het warmer zitten op gedekselde voorraadcellen dan op ongedekselde voorraadcellen.
2. Over het ontnemen der overbodige raten.

Wat punt 1. betreft was mijn redactie, te oordeelen naar de opvatting van den Heer S. misschien minder gelukkig of onvolledig. Ter verduidelijking het volgende: Ik ben het geheel met den Heer S. eens, dat in een goed ingewinterd volk, de bijen geheel of althans grootendeels op leege cellen moeten zitten, want én door de trosvorming en door het zitten op ledige met lucht gevulde cellen, wordt het warmteverlies gedurende den winter zooveel mogelijk beperkt.
Wat dit punt aangaat, was 't echter mijne bedoeling erop te wijzen, dat het wintervoer verzegeld moet worden. In mijne artikelen voor Augustus en September wees ik reeds op het toedienen van drijfvoer voor het aanzetten van nieuw broed. Het volk gaat dan met nog veel jonge bijen den winter in. Zoodra dit broed uitgeloopen is, komen er dus veel cellen voor den winterzit op de middelste raten leeg. Waar ik in dit punt echter sprak over verzegelde en onverzegelde voorraadcellen was het ter voorkoming van misverstand, zooals ik zie, beter geweest om ook het punt der ledige cellen onder de loupe te nemen.

Aangaande punt 2. als volgt: De woning wordt in 't najaar als het ware aan het bijenlichaam (de tros) aangemeten, met dien verstande, dat men het volk de noodige ramen met voldoende wintervoer over laat.
Met een scheidingsplank of stroomat, wordt dan de broedruimte verkleind, waardoor het warmteverlies der wintertros wordt beperkt. Deze inkrimping van de broedruimte komt ook in het voorjaar aan de ontwikkeling van het broed ten goede. Bevatten de ontnomen ramen nog opgelegd wintervoer, dan kunnen deze raten in het voorjaar zoo mooi van pas komen voor volken, die een noodvoedering mochten noodig hebben.
Ik heb er mij persoonlijk steeds goed bij bevonden, door de overbodige ramen te ontnemen en de broedruimte te verkleinen. Bij Simplexkasten en soortgelijke woningen, waarvan de ramen in kouden bouw staan, worden daartoe kantraten ontnomen. Bij kasten met achterbehandeling waarvan de ramen in warmen bouw staan, worden zoonoodig de achterste ramen ontnomen.
Enkele beginners zullen zich misschien nu afvragen, wat is warme en wat is koude bouw?
In woningen met kouden bouw bevinden zich de raten loodrecht ten opzichte van de lengte van het vlieggat en in warmen bouw loopen de raten hiermede evenwijdig.

In deze maand naderen wij al meer en meer het einde van het bijenjaar en valt er op den stand practisch weinig meer te doen. Misschien geeft deze maand nog eens een mooien vliegdag, waarop de bijen nog eens een uitvluchtje doen en waardoor de winterzit wordt onderbroken en verkort, zoodat de bijen zich in 't voorjaar niet zoo spoedig aan een reinigingsvlucht bij minder gunstig vliegweer behoeven te wagen. De bijengereedschappen en voedertoestellen worden nu grondig schoongemaakt en opgeborgen en de stand wat opgeredderd.

Ledige uitgebouwde ramen worden eerst uitgezwaveld en daarna opgeborgen. Bij het uitzwavelen kan men aldus te werk gaan. Men zet buiten een ledige broedkamer op den grond. In deze broedkamer plaatst men een bus met een paar zwavellapjes erin. Deze lapjes worden aangestoken en vlug worden nu op deze broedbak enkele broedkamers en honingkamers gezet, waarin zich de uit te zwavelen ramen bevinden. Men zorge dat een en ander luchtdicht afgesloten wordt, zoodat geen of weinig zwaveldamp naar buiten ontsnapt. Na een kwartiertje kunnen wij de bakken met ramen opbergen op een droge stofvrije plaats, waar de muizen niet aan de raten kunnen vreten en zij bovendien tegen wasmotten beveiligd zijn. Wees zuinig op Uw raten, want zij zijn voor den imker van groot belang.

Verder wordt voor goed afsluitende dekkleedjes gezorgd, alsook dat voor strenge invallende koude nog eenige winterverpakking gereed ligt. Kleedjes die bij het opvoeren door uitwaseming wat vochtig zijn geworden en tot schimmelen zouden overgaan, worden door droge andere vervangen en gedroogd. Tegen vochtige bedekking dient te worden gewaakt. Wanneer de bijen niet meer uitvliegen, is het mogelijk zoonoodig de woningen voorzichtig van standplaats te veranderen.

Op volken, welke men door omstandigheden niet van voldoende wintervoer heeft kunnen voorzien, moeten nog suiker-borstplaten boven den tros op de ramen gelegd worden. Men doet dit op een mooien dag, nadat men de borstplaat tevoren even in lauw water heeft gedompeld, waardoor de bijen de borstplaat beter kunnen aflikken.

De geoogste honing wordt goed afgesloten bewaard. Zoodra het kouder wordt, gaat goede honing kristalliseeren. Wil men den honing weer vloeibaar maken, dan gaat men hem langzaam verhitten. De flacons plaatst men daartoe met afgenomen deksel in een pan met water en men verhit deze flacons zoolang, tot men den vinger niet meer in het water kan houden. Tijdens het verwarmen moeten de flacons op een paar latjes staan om springen der glazen te voorkomen. Zoodra de honing vloeiend geworden is, worden de flacons weggenomen en terwijl alles nog warm is, met het deksel gesloten.
De kwaliteit wordt er door het vloeiend maken niet beter op, het aroma vermindert.
Sterk verhitte honing mag dan ook niet anders dan onder den naam „verhitte honing" in den handel gebracht worden.

Nu de bijen weinig tijd meer van ons vergen is het goed eens wat bijenlectuur te gaan doorlezen, eens met onze aanteekeningen na te gaan hoe wij in 't verloopen bijenjaar hebben geïmkerd, plannen te ontwerpen voor de toekomst en eens te overdenken, hoe ieder van ons persoonlijk in eigen tuin bij vrienden of kennissen of in onze naaste omgeving aan de verbetering van de bijenweide kan medewerken.

G. VELDKAMP.