HOE HET HONINGKOOKBOEKJE DOOR DE
BUITENSTAANDERS WORDT BEOORDEELD.
Met "buitenlanders" bedoelen we hier eigenlijk „niet imkers", bedoelen we het honingetende publiek, dat het beste kan beoordeelen, of de reclame, die wij imkers voor onzen Nederlandschen honing maken, op voldoende wijze tot hen doordringt. En in dit bijzonder geval zijn die „buitenstaanders" wel heel goed tot oordeelen bevoegd.
We laten hieronder n.l. volgen de beoordeeling door de redactie van het populair wetenschappelijk tijdschrift „Voeding en Hygiëne" gegeven betreffende ons Honingkookboekje. Deze redactie bestaat uit de heeren Dr. A. van Raalte, Dr. J.H.J. de Vos en Jr. J. Straub.
Deze op het gebied van onze voedingsmiddelen zoo bij uitstek deskundige redactie, schrijft als volgt:
„Eindelijk! Wij oersolide Nederlanders, zijn zoozeer overtuigd van de voortreffelijkheid van onze boter, onzen honing en andere producten van onzen bodem, dat ons volk wel zou doorgaan met ze te gebruiken. Maar wij hebben buiten den waard, dat is in dit geval de reclame van anderen gerekend. En onze boterbereiders én onze ijmkers zien met leede oogen, dat het gebruik van margarine en dat van buitenlandschen honing toeneemt.
Het wordt tijd, dat we voor onze heerlijke nationale producten op groote schaal reclame gaan maken. Eindelijk ziet men dat in.
En nu geven onze ijmkers het goede voorbeeld. Een reclamemiddel, als dat boekje van de alom bekende Martine Wittop Koning is, zal ongetwijfeld resultaten opleveren.
„Eet honing!" In zijn antwoord heeft Dr. H.W. de Boer te Enschede doen uitkomen, dat dit ook indirect van groot belang is voor ons volk"
.-.-.-.-.-.-.
We hadden het zelf nooit beter kunnen zeggen!
Goede, deugdelijke reclame, welke, zonder humbug te zijn, indruk op het publiek maakt, ook op het intellectueele, tot oordeelen bevoegde publiek — dat is wat we noodig hebben, — dat is, waar we mee bezig zijn.