Het chronisch plaatsgebrek maakt, dat het Maandpraatje zoo nu en dan moet vervallen. Ook thans wacht weer veel en belangrijke copie, doch bij het begin van het bijenseizoen wil ik nog even met U praten, en wel in de eerste plaats over onze bijtjes. Ze hebben een goede winter gehad en zooals wij op verschillende bijenstanden hebben kunnen zien, de volken hebben weinig verlies aan bijen geleden. Het soms gure voorjaarsweer vergt vaak vele slachtoffers en daarom is het zaak Uw bijen aanhoudend in het oog te houden. De medewerkers van de betrokken rubrieken over de behandeling van de bijen vertellen U daar meer over. Preuss had het wel bij het goede eind, toen hij zich niet slechts toelegde op volksvermeerdering, doch vooral in het voorjaar volksverlies tegenging.

Dan staan wij aan den vooravond van de Algemeene vergadering. Het is geen gewoonte om over de komende vergadering iets te zeggen en wij zullen dit ook thans niet doen. Wel willen wij aan de afgevaardigden verzoeken, om zich in de debatten zooveel mogelijk te bekorten en niet nog eens te zeggen, wat een ander reeds met andere woorden gezegd heeft. Daardoor wordt tijdsverspilling voorkomen en kan de vergadering tot het eind worden bijgewoond door de afvaardigden die van verre komen.

Aan het honingprobleem wordt hard gewerkt. Afdeeling Handel heeft een stand gehad in het R. A. I. gebouw te Amsterdam, welke stand gezien mocht worden en waar ook vele connecties zijn aangeknoopt. Uit de Dagbladen heeft men een en ander over deze Dameskroniek kunnen lezen. Er was veel bezoek en men heeft kennis kunnen maken met goede Nederlandsche honing. Door de verkoopster werden beschuitjes met honing aangeboden. Wij zagen ook nog een andere honingstand, n.l. die van dhr. de Meza te Santpoort. Ook deze stand zag er keurig uit en zijn unieke reclame, een beer, die uit een bijenkorf reclame-biljetten uitdeelde, sloeg bij het publiek kostelijk in zooals wij met genoegen konden constateeren. Zoo wordt allerwege het publiek duidelijk gemaakt, dat het gebruik van honing niet alleen de gezondheid ten goede komt, doch ook een heerlijke lekkernij is.

Vooral is dit thans zoo gewenscht, omdat, zooals bekend is, Duitschland de invoerrechten op honing niet onbelangrijk verhoogd heeft en uitvoer van honing naar dat land wel tot de geschiedenis zal behooren. Onze imkers zullen zich dus zelf moeten helpen en daarvoor is reclame een van de voornaamste eischen.

Binnen afzienbaren tijd zal het Ned. HoningcontrĂ´lestation wel in werking treden en kan men het Rijksmerk op zijn honing aanbrengen indien men aangeslotene is. Voor aanmelding gelieve men zich te richten tot de Secretaris van die Vereeniging Dr.Ir. A. Minderhoud, Rijksbijenteeltconsulent te Wageningen, waar tevens nadere inlichtingen te bekomen zijn. Nog wacht ons een Imkersdag, hoogstwaarschijnlijk te Rotterdam en wellicht omstreeks Pinksteren, dus vroeg van het jaar.

Van het uitstapje naar het buitenland komt helaas niets, omdat er zich veel te weinig deelnemers(sters) voor aanmeldden. Toch behoeven wij den moed niet op te geven. Het is ook wel eens aardig en nuttig om te zien hoe niet-Hollanders hun bedrijf beoefenen. Uit de geschriften krijgt men niet steeds een goede kijk op hetgeen elders geschiedt.

April is de maand van verwachtingen, hoop en vreeze. Wij hopen, dat de algemeene malaise in land- en tuinbouw geen oorzaak zal zijn, dat ook de Imkerij nog meer geslagen wordt. De imkers krijgen slaag genoeg, bijna elk jaar weer. Hopen wij, dat wij nu eens een goeden slag mogen slaan en onze bijtjes de honingtonnen mogen vullen. Na een paar misjaren zou dit geen onverdiend loon zijn.
Hadden onze imkers niet zulke goede harten en hielden ze niet zoo hardnekkig stand, het zou met de bijenteelt in ons land en tengevolge daarvan met de fruit- en zaadteelt treurig gesteld zijn.

JOH.A. JOUSTRA.