Overzicht der scheikundige samenstelling van den in Nederland
verkochten honing over het jaar 1928.

door Dr. H.W. DE BOER.


(deel III)

Keuringsgebied Maastricht:
Bij de 27 monsters honing werden 3 monsters aangetroffen, welke niet van het voorgeschreven opschrift waren voorzien en waarvan 2 monsters kunsthoning bleken te zijn. Verder bleek een monster „bak- en smeerhoning" eveneens uit kunsthoning te bestaan. Totaal werden vier schriftelijke waarschuwingen verzonden.

Keuringsgebied Nijmegen:
Onderzocht werden 19 monsters honing. Een partij geïmporteerde honing bleek kunsthoning te bevatten; de voorraden, die werden aangetroffen, werden uit den handel genomen. Een monster honing, bij een koekbakker genomen, bleek geheel uit kunsthoning te bestaan. In verband hiermede werden meerdere monsters genomen van honing, die geleverd wordt aan bakkers voor de koek- en banketbakkerij. Hierover zal het volgende jaar worden bericht. Op de overige monsters was geen aanmerking te maken.

Keuringsgebied Utrecht:
Van 48 monsters honing bleken 5 vervalscht te zijn met invertsuiker. Een monster bezat een abnormaal hoog aschgehalte, een andere een te hoog saccharose-gehalte. Een partij honing verkeerde in ondeugdelijke toestand tengevolge van gisting.

Keuringsgebied Rotterdam:
Op de onderzochte honing behoefde geen aanmerking te worden gemaakt.

Keuringsgebied Zutfen:
Van de 42 onderzochte monsters honing, voldeed 1 monster, dat in gistende toestand verkeerde, niet aan de gestelde eischen. De etiketteering was niet steeds in orde, vooral de partijen, op de markten aangevoerd, waren dikwijls niet op de juiste wijze aangeduid.

Keuringsgebied Zwolle:
Onderzocht werden 48 monsters honing. Een groote partij Havannahoning bevatte eenige vaten verhitte honing, zonder dat zulks gedeclareerd was door de afzenders.

Beschouwingen:
Overzichten als bovenstaande zijn steeds leerzaam voor de iemkers en voor de handelaars in honing.
Laten we maar direct naar voren komen met de nog te veel, ook hier te lande, gemaakte fout van het verhitten van honing, om kristallisatie te voorkomen. Een niet geheel afdoend middel om het uitkristalliseeren van den honing te voorkomen, is het verhitten van dezen. Veelal geraakt men hierbij van den wal in de sloot. Door het langdurig en hoog verhitten (meerdere uren boven 65º C.) gaan de diastatische fermenten, de zeer waardevolle bestanddeelen, waaraan o.m. toe te schrijven is, dat een boterham met honing zoo licht verteerbaar is, verloren. Deze aldus verhitte honing, die geene diastatische fermenten meer bevat, mag alleen onder den naam van „verhitte honing" worden verkocht.
Wie koopt echter nog dergelijken honing? Door deze aanduiding verliest de waar zijne grootste aantrekkelijkheid.
Een ander gebrek, dat ook hier te lande nog bestaat, is het slordig, om niet te zeggen onzindelijk winnen van den honing, zoodat deze veel stuifmeel, wasdeeltjes en fragmenten van bijen bevat.
En wat te zeggen van honing, die 12% zand bevat! (Zie verslag den Haag).

Vraag:
Hoe kunnen we het vlugste zorgen, dat Nederlandsche honing geheel in discrediet komt bij de afnemers?

Antwoord:
Door er 12% zand in te verwerken!
Je zou zoo zeggen: hoe krijg je het voor elkaar; het antwoord hierop is: door de uitgebroken raten op den grond neer te gooien, nog eens in het stof om te wentelen, een flinke, vuile, stoffige pers te gebruiken en dan aan het werk te tijgen!
En nu komen we bij de geconstateerde vervalschingen; met kunsthoning, met suiker en met aardappelstroop of glucosestroop. We willen aannemen, dat een groot deel dezer vervalschingen betrekking hebben op buitenlandschen honing.
Wat echter te zeggen van dien iemker te Noord-Laren, die zijne bijen voerde met aardappelstroop en een beetje honing en zoodoende honing won en afleverde met 62% aardappelstroop vervalscht? Zijn raathoning bevatte zelfs 70 à 80% aardappelstroop!

Gelukkig is er de Warenwet in ons land en zijn er de Keuringsdiensten van Waren, die dergelijke knoeierijen achterhalen. Gelukkig zijn er rechters in ons land, die dergelijke oneerlijke concurrentie, dit ten grabbel gooien van den goeden naam van onzen kostelijken Nederlandschen honing, straffen met (ƒ 100 —) honderd gulden boete of vijftig dagen hechtenis.