Als dit praatje onder Uwe oogen komt, dan is het bijenjaar zoo goed als beslist.....en welk eene beslissing!!!
Het geheele jaar door waren alle verwachtingen gunstig. Een goede uitwintering, goed voorjaar, tamelijk goede zomer, de heide stond er prachtig voor en toch.....leve de suikerzak!!!!
We hebben al weer merkwaardige dingen kunnen zien. Vele volken bleven weken lang hunne zwermen vasthouden en sommige zeer sterke volken maakten reeds hunne darren af, vóórdat het tot zwermen kwam.
In het voorjaar bij goed weer en na een zoo zachten winter laat broed aanzetten en in den beginne slechts zeer kleine broedoppervlakten.
Eenige omgehangen volken op mijn stand, welke kunstraat hadden gekregen, deden plotseling hun best om zoo spoedig mogelijk te zwermen. Ze bouwden een kleine oppervlakte uit, zetten vele moerdoppen aan en toen ik me eens wilde overtuigen of misschien in de bovenverdieping ook moerdoppen aangezet waren, stortte de zwerm zich al uit de woning. Boven den rooster géén, onder den rooster vele moerdoppen; zoo ziet men alweer, dat alle theorie grauw is en dat het bijenleven ons dikwijls in vertwijfeling brengt. Een bevruchtingsvolkje dat goed in zijn broed zat werd de koningin ontnomen en eenige dagen later een onbevruchte moer gegeven, na alle aangezette moerdoppen te hebben verwijderd. De moer werd spoedig bevrucht en zoo zagen we al spoedig tusschen de groote broedvlakten weer opnieuw eitjes. En hardnekkig wordt vaak volgehouden, dat de nieuwe moer eerst eieren begint te leggen, ja zelfs eerst dan bevrucht wordt, indien het geheele broednest uitgeloopen is.
Vergeten we niet, dat we hier met uitzonderingsgevallen te doen hebben en dat een uitzondering geen regel is.
Voor de tweede maal sedert ik imker ben, ben ik van de heide thuis gebleven. Bijzondere omstandigheden noodzaakten mij de bijen thuis te houden. Als ik het weer aanzie en de heide-imkers hoor, behoef ik er geen spijt van te hebben, want ik heb al mijne kindertjes aan de flesch en zij varen er wel bij.
Na dit gruwelijke bijenjaar komen wij tezamen in Rotterdam en wij hopen daar weer vele bekende, als het kan ook vele onbekende gezichten te zien. Imkersdagen, georganiseerd door onze vereeniging behoeven geen aanbeveling meer. Het zijn prettige dagen waar men elkaar weer eens spreekt en heel wat gedachten worden uitgewisseld. Men ontmoet imkers uit alle deelen van ons land en doet zoo heel wat ervaring op en men leert elkaar waardeeren en begrijpen. Wij hopen elkaar te Rotterdam ook weer te treffen en er te genieten.
1930, al is het geen goed honingjaar, geeft ons toch reden tot tevredenheid. De suiker is spotgoedkoop (ik durf niet meer te zeggen, dat we op het laagste niveau zijn aangeland) en wat ons bizonder verheugt, is dat thans de Regeering bereid gevonden is, het zoo hinderlijke kalmoes weg te laten, zoodat we dit jaar de suiker alleen vermengd krijgen met fluoresceïne. Hiervoor komt onzen hartelijken dank toe aan Dr.Ir. A. Minderhoud, die zijn best gedaan heeft, om aan de wenschen van velen tegemoet te komen met het genoemde resultaat.
Zoo zijn er toch lichtpuntjes te ontdekken en welaan vrienden, het zal toch wel ééns beter worden. Hoop doet leven! Oude imkers zeggen wel eens, 1 keer in de 5 jaren is het bijenjaar goed. Welnu, 1926 was goed, 1931 moet dus volgens de overlevering ook goed zijn en wie zou het nog niet eens 1 jaar willen probeeren? Wij houden de bijen toch niet alléén om het honinggewin?
JOH.A. JOUSTRA.