
Uit „Die Bienenpflege''
1. Uitbreiding van het aantal volken. Volgens de laatste telling is er in Duitschland een toename van 100.000 bijenvolken te constateeren, wat een meerdere honingopbrengst van 2.500.000 Mark per jaar beteekent. De hooge invoerbelasting op honing in Duitschland 65 Mk. of f 39.— per 100 K.G. is hieraan zeker niet vreemd.
2. Honingreclame. Plaatselijke Duitsche afdeelingen der bijenteelt laten van de reclameplaat van het Duitsche eenheidsglas mooie bioscoopplaatjes maken, buitenwerks groot 8½ x 8½. Tegen een kleine maandelijksche vergoeding worden dergelijke plaatjes gaarne aan het publiek vertoond. Onze mooie reclameplaat „Nederlandsche honing, gezondheid met lepels" leent zich voor dit doel uitstekend. Misschien volgen „enkele" afdeelingen, liefst „vele" dit mooie voorbeeld voor hun plaatselijke bioscopen. Of anders kan het hoofdbestuur misschien enkele plaatjes hiervan laten maken ter circulatie (met of zonder vergoeding), terwijl de afdeelingen de vergoeding voor het afdraaien in de bioscoop zeker gaarne voor hun rekening nemen! Ook een lichtreclame op drukke bekende punten 's avonds, zou zeker niet zonder succes blijven. Men late toch niets onbeproefd! ! Wie eerst ?
3. Behandeling van leege raten voor het inhangen. Aangeraden wordt het volgende: zooals bekend is wordt aan de zonnestralen een genezende desinfecteerende werking toegeschreven. Daarom zou het zoo goed zijn de ramen vóór het inhangen in de kasten door de zon te laten bestralen. Men legt de raten daartoe een weinig schuin, zoodat de zon direct op den celbodem schijnt. Hierbij moet de noodige voorzichtigheid worden betracht, aangezien de raten niet mogen smelten. Zoodra men merkt, dat de celwanden iets geel worden, hangt men de raten in de kast. De bijen, aangelokt door den reuk van het was, vallen als dol op de ramen. Op deze wijze kan men de bijen het beste en snelste ook in de honingruimte lokken. Dus, eens probeeren!
4. Ouderdom en prestatievermogen der bijen. De bekende Koninginneteler Wilhelm schrijft in „De Prakt Wegweiser": dat hij het volkomen eens is met den Heer Prof. Rösch, die aan den langeren levensduur van volken, welke in den herfst veel voorraad en weinig bijen hebben, het grootere prestatievermogen toeschrijft. De ervaring leert, dat de langere levensduur van sommige volken veel bijdraagt tot een hoogere productie. Misschien komt de koninginneteelt hierdoor in geheel andere banen ! ? Gevraagd wordt om in het voorjaar in verschillende volken vele bijen te teekenen, natuurlijk ieder volk met een andere kleur. Van de volken, waarvan bijen het langste zouden leven, zou men dan moeten natelen. Ook hierin zou een weg te vinden zijn, om de bijenteelt te bevorderen en op hooger peil te brengen.
5. De Russische lichtkast. In Rusland schijnt men kinderlijk blij te zijn met „de lichtkast". In „Ptschela i Pasieka", het Russische imkersblad heeft Igoschin deze kast uitvoerig beschreven. Guido Sklenar, de bekende Oostenrijksche imker liet direct deze kast door zijn fabriek aanmaken, terwijl Duitschland eerst eens de kat uit den boom wil kijken. Een uitvoerige beschrijving van de resultaten met deze kast kan men vinden in „de Practische Imker" van April 1930. Als men de resultaten leest, die men er mede bereikt heeft, vergeleken met andere kasten, begint men te watertanden en zegt men, als 't waar is, dan is 't schitterend!! En hoe dom zijn wij, dat wij er niets in gezien hebben en de roem ervan aan ons is ontgaan!
Want zooals onze redacteur te recht opmerkt, is deze kast hier reeds lang in gebruik. In de afdeeling Amersfoort bezitten reeds meerdere imkers zoo'n kast en op de landbouwtentoonstelling in Deventer konden wij deze kast bezichtigen. De hoofdgedachte, die aan deze kast ten gronde ligt, is deze: de bij is oorspronkelijk een lucht- en lichtdier. Buiten bouwende zwermen bevinden er zich best bij, alleen kunnen zij bij ons niet overwinteren en om hieraan tegemoet te komen, dient „de lichtkast", welke deels met glazen wanden is samengesteld.
„Die Bienenpflege" meent, dat men doorgaans met een nieuwe vinding te hoog wegvliegt en zegt, dat zelfs de schrandere Engelsche Miss Betts overwoog, of met deze kast niet een nieuwe periode in de bijenteelt was aangebroken. Igoschin wil in Rusland een nieuw geluid hooren, niet meer blindelings het buitenland volgen, waarvan het verouderde museumsmodellen ontving. In de proefbijenstanden van den Staat zullen groote proeven met de lichtkast worden genomen. Volgens Igoschin is door de raampjeswoning de levensverhouding der bijen erg verslechterd en verzwakt, waardoor de bijen zijn ontaard en voor bijenziekten vatbaar zijn geworden. In Noord-Amerika wil men van de lichtkast niets weten. Igoschin wil met zijn kast de warmtegraad van 35 tot 36° C. steeds vasthouden. De zonnewarmte moet benut worden. De verbruikte lucht moet in horizontale en verticale richting kunnen ontwijken.
In het broednest mag men alleen bij hooge uitzondering werken, waarom de kast zóó zal worden ingericht, dat men het broednest weinig behoeft te storen. In de kast zal het mogelijk zijn, het broednest door het inhangen van ramen in het voorjaar te vergrooten, zonder de kast van boven te openen. Hij wil de bijen met warm water drenken en van onderen voeren, maar niet van boven. (Voor ons dus geen nieuws.) Er zal 29 K.G. honing als wintervoedsel kunnen worden opgelegd, 't geen noodig is omdat het volk spoediger broed aanzet. Het ontwijkende vocht mag niet door belemmerende en vochtaantrekkende kussens worden afgevoerd, maar door ventilatie. Wij zien dus: een geheel nieuwe Russische bijenteelt doet met de lichtkast zijn intrede ! ?
G. VELDKAMP.
Noot Red. Wil de lichtkast werkelijk goed werken, dan baat gewoon glas natuurlijk niet, dat geen ultra-violette stralen doorlaat. Wij kennen de gezonde (en helaas bij overdrijving ook de schadelijke) gevolgen van directe zonnestralen. Waarom wordt ook de glaswand niet weggelaten ?