Het pleit is beslecht. De heideoogst is in vele streken van ons land goed tot best geweest en wij hebben over het algemeen dit jaar niet te klagen. Wij hebben schitterende raathoning gezien, o.a. op een honingmarkt te Vaassen, te Eerbeek en op verschillende andere plaatsen.
Het product, het kostelijke heideproduct, wordt thans weer aan de man gebracht en de uitkomst zal leeren, of men met voordeel geïmkerd heeft. Helaas de prijzen zijn, vooral voor het ruwe product, dit jaar schrikkelijk laag te noemen en er werden prijzen besteed als in de slechtste tijd vóór den grooten wereldbrand. Prijzen, die menig imker doen vragen, of alle Goden het er op gezet hebben, om de bijenteelt, die de imkers zoo lief is, met alle geweld op zoo'n radicaal mogelijke manier ineens te nekken. De oorzaken van dit verschijnsel op te sporen is niet zoo bizonder moelijk en liggen voor de hand.

Invoer van het Overzeesche product in vaak goede kwaliteiten, hooge invoerrechten in Duitschland, waardoor stellig geen pond Nederlandsche honing de grens meer overgaat. Nog geen voldoende erkenning, dat het ouderwetsche korfbedrijf in het tegenwoordig stelsel niet meer deugt, onvoldoende belangstelling voor wat menschen, die vooruitzien propageeren, verminderde koopkracht van het publiek, kortom oorzaken in- en buiten de imkerskringen gelegen. Het eerste jaar van het rijksmerk!!! Sommige voorbarige critici zeggen triomfantelijk: zie je nu wel, dat het Rijksmerk ook geen verlichting brengt? Alleen maar extra belasting van het bedrijf en meer en omslachtig werk. Het behoeft geen betoog, dat men met zulke uitingen geen rekening behoeft te houden, want we kunnen natuurlijk thans nog niet zeggen, of het R. M. zegenrijk zal werken of niet; daarvoor is het nog te kort in werking en nog lang niet algemeen genoeg. Bekijk b.v. eens de winkelétalages, waar men ook honing verkoopt. Wie heeft al flacons zien staan met het R. M. erop? Hoe ik er ook op gelet heb, nergens heb ik ook maar één flacon met het R. M. kunnen ontdekken wat natuurlijk niet wil zeggen, dat ze er niet zullen zijn.

Aan het R. M. alléén hebben we dan ook niets. Er dient het publiek op gewezen te worden en wel zeer suggestief, dat zij Nederlandschen honing moeten koopen voorzien van het R. M. Als iedere afdeeling eens een fondsje bij elkaar bracht waaruit zij gelden kon putten voor het vrij geregeld adverteeren (of op andere duidelijke wijze) in de plaatselijke bladen, kleine sprekende advertenties van b.v. den volgenden inhoud

Het staat bij mij vast, dat dergelijke advertenties niet na zullen laten invloed uit te oefenen zoowel op het publiek als op den winkelier en deze laatste zal, zijn eigen belang begrijpende, eischen, dat hem honing met het R. M. geleverd wordt. Dan zal, wat als ideaal gesteld werd, de winkelier trachten beslag te leggen op de Nederlandsche productie en onze honing heeft zijn plaats op de markt weer heroverd.

Dit voor wat betreft de slingerhoning. Met het ruwe product is het een andere zaak en ook voor dat product zal getracht dienen te worden een afzetgebied te vinden. Zoolang de Bijenteelt nog niet geheel gemoderniseerd is, zal ook pershoning aan de markt komen en het is nu een groote kunst om voor dit product een loonenden prijs te bekomen. Koekfabrieken e.d. gebruiken als regel voor hun bedrijf buitenlandschen honing. Zou het ook mogelijk zijn een verordening in het leven te roepen, dat minsten 50% van de in koek gebruikten honing van Nederlandschen herkomst moet zijn? Of als dit % te hoog lijkt met het oog op de Nederlandsche productie b.v. 30%?

Voor de volkswelvaart is het van belang dat er een behoorlijk aantal bijenvolken gehouden wordt, maar dan is het ook noodig, dat maatregelen genomen worden, om den imker van zijn producten loonend af te helpen.
Niet alleen met een Rijksmerk gaat dit; er zijn tal van maatregelen noodig om den verdrongen Nederlanschen honing weer een plaatsje op eigen markt te geven. Maar het is de dure plicht van ieder Nederlandsen imker, om aan de maatregelen, waaraan hij zelf kan medewerken ook deel te nemen. Dat is zich aan te sluiten bij het Ned. Honigcontrôlestation, vooral, omdat dan véél honing onder R. M. komt, opdat het publiek dan ook kan krijgen waarom het op den duur zal gaan vragen, omdat het een eereplicht is tegenover tal van vooraanstaande mannen, die in het belang van den imker zooveel gedaan hebben om een R. M te bekomen . . . Rijksmerk, honingreclame, verbetering van het bedrijf, gezamelijke honingverkoop, hetzij in het groot of in het klein. Honingmarkten enz. enz. zij allen kunnen bijdragen tot het kwiteeren van den honing.

Daardoor zullen de imkers zich beter kunnen toeleggen op hun bedrijf, daardoor zullen ook meer kosten besteed kunnen worden om én levend en dood materiaal tot in de perfectie op te voeren. Nederland telt zeer bekwame vaklui op Bijenteeltgebied. Zonde en schande, dat dit zoo noodige, nuttige en interessante bedrijf met zoete broodjesbakken, paaien e.d. voor den ondergang behoed moet worden. Geen enkel deskundige in ons land durft het bijenteeltbedrijf meer als een loonende bezigheid aan te bevelen. Het is nu groot indirect nut en schitterende natuurliefhebberij. Maar voor het indirect nut, houden weinigen bijen, omdat dat indirecte nut den bijenhouder juist niet ten goede komt. Rest dus alleen nog maar natuurliefhebberij met als prikkel misschien een kleine bijverdienste. Wil men echter voor Nederland en flinke bijenstapel waarborgen, dan zullen ingrijpende maatregelen moeten worden genomen, desnoods door een premie te stellen op het houden van bijen.

De Nederlandsche imker is een bescheiden man, laat men van zijn bescheidenheid geen misbruik maken . . . . niet langer misbruik maken.

JOH.A. JOUSTRA.