ACHTSTE NEDERLANDSCHE IMKERSDAG.
II.
Pastoor Haerens aan het woord.
Alvorens zijn onderwerp aan te vangen brengt spreker de groeten over van alle Vlaamsche Imkers en deelt mede, dat de vriendschap met Voorzitter, dhr. Frankenhuis en Joustra te Berlijn aangeknoopt, overgaat naar het gansche Vlaamsche land. Spreker dankt den Voorzitter hem hier het woord te laten voeren en dankt tevens hen, die de tentoonstelling te Antwerpen hebben bezocht.
Zijn onderwerp aanvangende noodigt spreker ons uit in gedachten een bijenwoning te betreden. Overal heerscht de grootste orde. Alles is op zijn plaats en er is plaats voor allen. Waar geen orde is, is geen vrede. Zoo gaat het ook in het huisgezin. Ook als er veel kinderen zijn kan er orde zijn. Ieder moet zijn werk hebben, zooals dit ook in de bijenkorf het geval is. Er moet regel zijn. De reinheid in de bijenkorf strekt menig menschenkind tot voorbeeld. Bijen sterven liever, dan in een onreine woning te vertoeven . . . In sommige huisgezinnen, moet men echter de voeten eerder vegen als men de woning verlaat, dan wanneer men er binnentreedt.
De bijen zijn ook werkzaam; iedere bij moet dagelijks plm. 4000 bloemen bezoeken. Deze deugd van werkzaamheid past ook in het huisgezin, dat leidt tot welvaart en geluk. Onze bijtjes zien ook vooruit; ze halen honing voor de toekomst en nemen honing in haar honingblaasje mede, indien zij gaan zwermen. Huismoeders, die niet vooruit zien komen steeds te laat en als het Zondags tijd is om naar de mis te gaan, ziet men vaak, dat hier nog een knoop moet worden aangezet, daar een scheur hersteld enz.
Ook hebben bijen liefde voor eigen haard; ze zijn op tijd thuis, werken voor eigen gezin enz. Hoe ziet het er soms uit in vele huisgezinnen. Uithuizigheid is regel, niet al de ellende van die, zooals twisterijen enz. Het gevolg is vaak dat de kinderen het ook ongezellig gaan vinden en ook uithuizig worden. Dan klagen de ouders over de kinderen van heden en zeggen „er zijn geen kinderen meer". Doch dan kan ik zoo gaat spreker voort met recht zeggen: „er zijn tegenwoordig geen ouders meer". Ook zuinigheid kan men in de bijenwoning vinden; geen drupje honing wordt onnut verbruikt en onmatigheid kennen de diertjes niet. Hoe geheel anders is het bij de menschen van heden. Spreker noemt daarvan vele treffende voorbeelden. Ook de waakzaamheid is groot bij de bijen. Laten de menschen ook waakzaam zijn, vooral voor eigen ziel en die van hunne kinderen. Zelfopoffering is ook een van de deugden van het bijenvolk . . . Als er hongersnood dreigt, dan zorgt niet ieder voor zich, doch allen hongeren, alléén de „moeder" wordt het langst verzorgd. Moeder, het mooiste woord, dat spreker kent houdt veel lieve herinneringen, veel schoons en nobels in. Laten we daarom moeder in eere houden.
Sprekers rede werd met de grootste belangstelling aangehoord. Oogenblikken van diepe ontroering wisselden af met leutige luim. In zijn Vlaamsen dialect en met de slechte accoustiek van de zaal konden sommigen den spreker wel niet overal volgen, doch allen geraakten onder den indruk van de zoo treffende vergelijkingen met bijenvolk en menschenleven. Menigeen zal zijn eigen geweten wel eens hebben hooren spreken onder de gloedvolle rede van Pastoor Haerens, onzen imkersvriend, en zeker velen zullen nog langen tijd bij het aanschouwen van zijn bijtjes zich niet los kunnen maken van de gedachte, dat wij nog zoo ontzettend veel te kort komen bij dat kleine insect, en zijn leven misschien met het bijenvolk als voorbeeld, degelijker nuttiger, doch vooral op hooger peil willen inrichten. Daartoe heeft zeker de lezing, van onzen Priester-imker bijgedragen.
Zoo is deze dag dan weer volkomen geslaagd, voordrachten, maaltijd, rondwandeling door de Diergaarde, gezellig samenzijn, zooals men gewoonlijk alleen bij vakgenooten aantreft, die met liefde voor hun vak bezield, gaarne met collega's gezelsen.
Onze dank gaat hierbij uit naar onze gastvrouwe Rotterdam, die geen kosten en moeite gespaard heeft om den bezoekers aangenaam te zijn; aan de beide sprekers, die op zoo'n buitengewoon royale manier hun taak hebben opgevat, aan het Hoofdbestuur, dat zich financieel niet onbetuigd heeft gelaten aan de deelnemers (sters) die, terwijl men tegenwoordig overal genieten kan, dien dag nergens beter meenden te kunnen wezen, dan op onze zoo gewaardeerde imkersdag. Zij toch hebben door hunne komst medegewerkt, dat zoo'n dag kan slagen en het is aan al die trouwe bezoekers en bezoeksters te danken, dat de Nederlandsche Imkersdagen er zijn mogen en op een hoog peil staan.
Wie ooit gedacht had, dat Imkersdagen in ons land niet zouden kunnen slagen, die moet door de feiten toch wel tot een ander inzicht zijn gekomen en gezien hebben, dat pessimisme een slechte gids is. Het is aan onze Vereeniging te danken, dat zij, midden in de malaise, den moed gehad heeft om dergelijke dagen te organiseeren en zoo ooit, dan heeft hier de moed zich honderdvoudig betaald gemaakt, door het samen brengen van imkers uit het geheele land, waardoor men elkaar leert kennen, begrijpen en vertrouwen. Vele vriendschapsbanden zijn aangeknoopt of vernieuwd. Nieuwe gedachten opgedaan, misverstanden uit den weg geruimd, kortom de imkersdagen hebben bewezen te zijn onmisbaar in het doel, dat onze Vereeniging beoogt. In dit verband spijt het ons, dat een van de vroegere voormannen onzer Vereeniging, die ook thans nog wel blijk geeft dat hij een scherpen blik op het imkersbedrijf heeft, dergelijke dagen als pralerij beschouwt. Hoe geheel wordt hier het doel van de imkersdagen miskend. Immers van pralerij is geen sprake, al kan er wel eenige propaganda voor de bijenteelt inzitten. Neen geachte heer Stienstra, van pralerij is geen sprake, trouwens ook nimmer geweest. Noch bezien in het licht van de bedrijfsimkerij, noch in ander opzicht. Wij zijn er van overtuigd, dat ge in deze miskenning geheel alleen staat, en ieder die de imkersdagen medemaakte zal dan ook nimmer den indruk gekregen hebben, dat er gepraald werd, daarvoor zijn onze imkers te nuchter en te eenvoudig.
JOH.A. JOUSTRA.
Bijschrift. De Afdeeling Rotterdam verzoekt mij een verzuim te willen herstellen, dat zij bij het inrichten van haar programma gemaakt heeft. Dhr. Matthes toch heeft een keurig bijenstandje aan de Diergaarde te Rotterdam ten geschenke gegeven en dit keurige standje mag zeker als een propagandamiddel beschouwd worden voor de Bijenteelt en honingverkoop. Tevens verzoekt Rotterdam mij te willen mededeelen, dat van verschillende kanten dankbetuigingen zijn ingekomen voor de hartelijke ontvangst te Rotterdam. De afdeeling dankt allen, die van hun dankbaarheid getuigden.
J. A. J.