PRIJSVRAGENINSTITUUT

ingesteld door den ORANJEBOND VAN ORDE.
Prijsvraag 1930/1931.

Sedert eenigen tijd openbaart zich in het land- en tuinbouwbedrijf eene hevige crisis, die naar veler verwachting in ernst zal toenemen, lang zal aanhouden en niet alleen voor genoemde bedrijven, maar ook voor de samenleving in haar geheel hoogst noodlottige gevolgen zal hebben.
Door een deel van de bevolking van ons land wordt getwijfeld aan het bestaan, den omvang, en den ernst van die crisis, nu en in de naaste toekomst; den hoogst noodlottigen invloed van een crisis in het land- en tuinbouwbedrijf op de samenleving in haar geheel; de overwegende beteekenis van een crisis in het land- en tuinbouwbedrijf voor de geheele samenleving in vergelijking met een crisis, die zich beperkt tot de industrie, den handel of de scheepvaart.
Het komt daarom wenschelijk voor, te trachten in dit opzicht zooveel mogelijk licht te verspreiden, hetgeen mede zou kunnen geschieden door het op ruime schaal verspreiden van eene brochure over dit onderwerp.

Met het oog daarop wordt door het Prijsvrageninstituut, ingesteld door den Oranjebond van Orde, gevraagd:
Een beknopte, duidelijke en overtuigende uiteenzetting, in aangenaam leesbaren vorm geschreven, van de huidige crisis in het land- en tuinbouwbedrijf, den omvang daarvan — nu en vermoedelijk in de naaste toekomst — en de fundamenteele beteekenis van zoodanige crisis voor de geheele samenleving.

Het Prijsvrageninstituut, ingesteld door den Oranjebond van Orde, noodigt belangstellenden uit tot de beantwoording van bovenstaande prijsvraag.
Het Instituut stelt voor de beantwoording twee prijzen beschikbaar, onderscheidenlijk groot vijfhonderd gulden en tweehonderd en vijftig gulden. De Commissie van Uitvoering van genoemd Instituut behoudt zich evenwel het recht voor, wanneer de ingekomen antwoorden daartoe naar hare meening aanleiding mochten geven, hetzij geen bekroning toe te kennen, hetzij slechts één bekroning toe te kennen of wel de uitgeloofde gelden op andere wijze te verdeelen.
De antwoorden, welke niet onderteekend mogen zijn, noch op eenigerlei andere wijze den naam van de(n) schrijver(ster) mogen verraden, moeten vóór den 1sten Februari 1931 ingezonden worden bij den Secretaris der Commissie, den Heer Ir. V.R.IJ. CROESEN, Prins Mauritslaan 56, 's Gravenhage. Zij moeten worden ingezonden onder eenig motto en geschreven worden met een andere hand dan die van de(n) schrijver(ster) of wel getijpt zijn.

Zij moeten vergezeld gaan van:
a. eene verzegelde enveloppe, dragende hetzelfde motto als bovenbedoeld, en bevattende den naam en het adres van de(n) schrijver (ster):
b. een gesloten enveloppe, dragende hetzelfde motto als boven bedoeld en bevattende het correspondentie-adres van de(n) schrijver (ster).
De beoordeeling geschiedt door de Commissie voornoemd of door de personen, die zij daarvoor meent te moeten aanwijzen.

Nadat de uitslag van de beoordeeling zal zijn bekend gemaakt, met vermelding van de onderscheidenlijke motto's, worden de niet bekroonde antwoorden aan de betreffende correspondentie-adressen teruggestuurd.
De bekroonde antwoorden worden het eigendom van het Instituut. Dit zorgt er voor dat de namen van de schrijvers (sters) van de bekroonde antwoorden, met vermelding van den prijs, worden bekend gemaakt. Het zorgt er verder voor, dat de bekroonde antwoorden — of althans het met den eersten prijs bekroonde antwoord — gedrukt worden en tegen lagen prijs in den handel gebracht of op andere wijze verspreid worden.

De Commissie van Uitvoering van het Prijsvragen-Instituut,
ingesteld door den Oranjebond van Orde.

H.W.C. BORDEWIJK, Groningen.
V.R.IJ. CROESEN, 's Gravenhage.
I.G.J. KAKEBEEKE, 's Gravenhage.
September 1930.