T.C. HOOTSEN †


In den nacht van Woensdag op Donderdag 15 Januari is te Driebergen op 64 jarigen leeftijd plotseling overleden de zeker in alle imkerskringen bekende natuurvriend en bijenliefhebber T.C. Hootsen. Trad hij in de laatste jaren in onze vereeniging niet meer zoo op den voorgrond, hij heeft vanaf de oprichting onzer vereeniging tot 1925, met enkele rustpauzen, een zeer werkzaam aandeel gehad in de Bevordering der Bijenteelt in het algemeen en in de vorming van imkers in het bijzonder.

In het voorloopig bestuur van de vereeniging (29 Oct. 1897) had hij reeds zitting en gaf toen mede den stoot aan onze grootsche beweging. Op 9 Februari 1898 werd besloten tot het uitgeven van het Maandschrift en Hootsen behoorde met Wigman en Kelting tot de Redactie. Van zijn hand verschenen zeer actueele onderwerpen en zijne artikelen o.a. „In en om den bijenstand" gedurende zijn Redacteursschap van 1920 tot 1925, werden zeer gaarne gelezen en getuigden van een groote kennis van de natuur.

Bij het 25-jarig bestaan van onze vereeniging in 1922, verzorgde hij een goed gedocumenteerd Jubileumnummer en gaf een historisch overzicht van de vereen., welk overzicht van blijvende waarde is. Zijn handboek over Bijenteelt zag in 1907 het licht en dit werkje wordt nog steeds gaarne gelezen. Het getuigt van zijn groote liefde voor de bijenteelt en zijne bijtjes en waar Hootsen een goed stylist was en een welverzorgde pen had en bovendien een zeer groote kennis op bijenteeltgebied bezat, hadden zijne artikelen, o.a. ook in de Veldbode, gezag. In tal van examencommissies had hij zitting.
In de laatste jaren genoot ik het voorrecht met hem de practijk te examineeren en het bleek mij daar, welk een goed mensch hij was. Het moest al erg scheef gaan, als Hootsen niet een middel wist te vinden om den candidaat weer te paard te helpen en ik mag het nu wel zeggen, Hootsen was de pleitbezorger voor menig candidaat, die op het puntje stond zijn Getuigschrift te moeten ontberen. Een warm gevoelvol woord, uit het minder goede nog iets goeds te zien, daarvan getuigde hij meermalen bij de slotzitting van diverse examencommissies.
Hootsen was een man van den ouden stempel, met alle deugden en gebreken van dien. Erg gemakkelijk heeft hij het niet steeds gehad. Zijn laatste Redacteursschap (l920—1925) van ons Maandschrift is zeker niet zijn gelukkigsten tijd geweest. De vereeniging was in zichzelf verdeeld en hij werd her en der geslingerd. Wij mogen hem dan ook wel vergeven, dat hij niet steeds de juiste toon heeft kunnen vinden om de stemmingen in kalmere wateren te voeren, temeer, omdat hij niet steeds zijn zenuwgestel de baas heeft kunnen zijn en hij een wankele gezondheid had, welke tenslotte leidde tot deze catastroph.

Na zijn ontslag als schoolhoofd te Ederveen, 1 Juli 1929, hoopte hij rust te vinden. Helaas, de onverbiddelijke dood verraste hem, nadat zijn oudste zoon den 13en Januari zijne bestemming naar Indië volgde.

Hootsen heeft veel studie gemaakt van de geschiedenis van zijn streek (Veenendaal) en zijne artikelen trokken zeer de aandacht. Met hem is een werkzaam leven ten grave gedaald, een pionier van de Nederlandsche bijenteelt, één van de ouderen voor welks rechten hij zoo gaarne opkwam. Hootsen, wij drukken in gedachte je den laatsten vriendschapshand. Moge de eeuwige rust eene vergoeding zijn voor je werkzaam leven, niet in het minst voor wat betreft de Nederlandsche Bijenteelt.

JOH.A. JOUSTRA.