Waarnemingsstations.
NOVEMBER 1930.
Soesterberg. November, een trieste natte maand dit jaar. Veel uitvluchten zooals vorig jaar, waren voor onze bijtjes niet weggelegd, het was bijna aldoor maar binnen blijven. Het voedselverbruik was gering, zeer gering zelfs. De eerste decade werd opgenomen 100 gram voedsel, de tweede eveneens 100 gram en de laatste decade was geen verbuiik te bespeuren, totaal dus 200 gram. Gemiddeld per dag dus ± 6½ gram, bijna de helft van verleden jaar in dezelfde maand (11½ gram). Vanaf de inwintering (na het voeren dus) is verbruikt 300 gram voedsel.
Ook de temperatuur was over het algemeen lager dan vorig jaar. De hoogste dagtemperatuur was 13° C. op 10 November, de laagste dagtemperatuur 4° C. op 18 November, de nachttemperaturen resp. 10° C. op 21 Nov en 4° C. op 18 Nov. In 3 nachten daalde de thermometer onder het vriespunt, op den dag altijd boven het vriespunt.
Bewolking als volgt, bewolkt 11, bedekt 16 en zon 2 dagen, totaal 30 dagen, waarvan 6 met veel en 15 met weinig regen, één met hagel en sneeuw (17/11) en één met hagel en zwaar onweder met bliksemslagen (22/11). De vochtigheid der lucht was ook hoog, van 40 tot 85, doch meestal 75—85, volgens de Hygrometer.
Windrichting hoofdzakelijk West en Z.W. en later Z.O. en O.
Betreffende de Min-Max-thermometer in het bijenvolk der Kuntzschkast het volgende. De thermometer werd, zooals reeds in het October-overzicht vermeld, den 2en November in het volk geplaatst. Deze thermometer in staafvorm, zooiets als een koortsthermometer maar langer (+ 20 c.M. lang) wordt door een klein geboord gat van 8 m.M. boven door het dek der kast, tusschen 2 raten, in de wintertros gestoken. Daar de 2 kleine staalstaafjes, die op het kwik rusten, op de hoogste en de laagste stand der kwikkolom blijven staan, kan men zoodoende de hoogste en laagste temperatuur in de wintertros dagelijks opnemen en daarna de staafjes met behulp van een bijgeleverde magneet weder op het kwik plaatsen. Deze thermometer gaf den eersten dag 's avonds een hoogste stand aan van 23° C. en een laagste van 18° C. (op 2 Nov.) Den volgenden dag waren de standen 21—15, den 5en 24—11. Daarna liep de thermometer geleidelijk terug, de eene dag iets hooger de andere iets lager, tot 18 November. Toen waren de standen 9 en 7° C., om opeens, op den 22en November, de dag met het zware onweder, 20—12 aan te geven. Door dat onweder is het volk natuurlijk verontrust en onrust veroorzaakt verhooging van temperatuur. Tot het einde der maand liep de stand weder geleidelijk terug tot 14—12° C. Eigenaardig is, dat de hoogste buitentemperatuur niet overeenstemt met de hoogste bijentrostemperatuur (22 Nov. buiten beschouwing latend) op 5 Nov. was de trostemp. 19° C. Ook de hoogste minimumtemp. kwamen niet overeen; op 21 Nov. 9° C. De laagste dagtemp. kloppen wel, 9° C., dus 5 graden hooger in het volk dan buiten en de laagste minimumtemp. eveneens 7° C., met buiten -4° C., een verschil dus van 11 graden.
DECEMBER 1930.
Soesterberg. Wederom het einde van een jaar waarvan we, wat de bijen betreffen, met gemengde gevoelens afscheid nemen. In verschillende streken werd overvloedig honing geoogst, in andere weder weinig of zoo goed als niets. Van droogte hebben we ook geen klagen gehad. Januari begon reeds met regen. Februari, Maart en April iets minder. Mei haalde de schade weder in. In Juni hadden we 3 weken droog weer en Juli-Augustus zetten de bloemetjes weer er eens buiten, d.w.z. aan regen geen gebrek. De laatste week van Augustus en de eerste 10 dagen van September wederom droog weer en na dien tijd, regen en nogmaals regen. Zou Prof. Veraart hier een hand in het spel gehad hebben? Hopenlijk krijgen we in 1931 eens wat beter weer.
Het verbruik deze maand is weder zeer gering, doch de gewichts-aangave schijnt mij toch niet juist te zijn. In de 2e decade gaf de weegschaal een toename aan van 50 gram. Dat is toch wel te gek, in een tijd dat het volk rustig op tros zit en toch een toename. De oorzaak schijnt de mist in deze te zijn. De kast, die aan de zijde met Celotex bekleed is, schijnt zooveel vocht te hebben opgenomen, dat daardoor een toename werd veroorzaakt. Trouwens de lucht was door en door verzadigd met water. De Hygrometer gaf geregeld 95 tot 100% aan. Nu bij droger weer, in Januari, is weer afname te boeken, terwijl de vochtigheid 70% is. De afname is dan; eerste decade 100 gram, 2e decade toename 50 gram en de laatste, afname 50 gram. Totaal dus 100 gram afname. Gemiddeld zoowat 3¼ gram per dag.
De thermometerstand was vrij normaal, de hoogste stand op 1 December met 9° C., de laagste op 6 en 24 December met 0° C. op den dag, des nachts resp. 5° C. op eveneens 1 Dec. en laagste -4° C. op 5 en 24 December. Des nachts daalde de thermometer 16 maal tot op of onder het vriespunt.
Windrichting hoofdzakelijk Zuid.
Bewolking: Zon 4, bewolkt 3, bedekt 24,totaal 31 dagen, waarvan 9 met mist en 3 met sneeuw.
Nu de temperaturen in het broednest. Hoogste temperatuur op 2 December met 14° C., laagste op 25 December met 3° C. Van 14° C. daalde de thermometer tot op 8° op 7 Dec., daarna een stijging tot 8 Dec. (9½°), met verdere stijging tot 14 en 15 Dec. (10°), 21 en 22 Dec. op 12° C., dan volgt weder een daling der thermometer tot 8° op 27 Dec. en een stijging tot eind Dec. met 11°. Dit zijn allen de maximum-temperaturen. Het verloop der minimum-temperaturen is tot 15 Dec. hetzelfde, de stand was toen 8° C., hierop daalde de temperatuur tot 6½° (19 Dec.) en liep toen weder op tot 9½° (22 Dec.), toen weder een daling tot 3° (op 25 Dec.) en verder een stijging tot 9½° (31 Dec.) Het verloop der temperatuur in de glazen kast, welke vrij is opgesteld, is ongeveer gelijk. Alleen op den dag zijn de temperaturen wel eens hooger als de max.-temperatuur van het weegvolk.