VOORSPELLING VAN 1931.


Ieder imker zou graag en liefst vooruit weten, wat hem dit jaar zal brengen. Als de teekens der natuur ons niet bedriegen hebben wij veel kans op het volgende:

a. Vroeg dracht (in hoofdzaak vruchtboomen) zeer goed tot best.
b. Zomerdracht, goed tot zeer goed.
c. Herfstdracht, in hoofdzaak hei, matig tot slecht. Waaruit men alzoo dit kan afleiden ligt aan het volgende:

a. De vruchtboomen enz. staan er zeer goed voor (veel bot) die zich aanstonds als bloesem gaat ontplooien. Door het late winterweer weinig kans op bevriezen en mooi weer. Dus goed voor vroegdracht.
b. In den terugslag van vele andere jaren met late winters, veelal een mooie zomer, dus kans op goede zomerdracht.
c. Wanneer zomerdracht goed tot zeer goed is, behoeven wij ons meestal van de heidedracht niet veel voor te stellen. Want goede zomerdracht en goede heidedracht komen maar hoogst zelden voor.

P.S. Het is echter alles maar een voorspelling.

D.