Vraag I. Is het U of anderen bekend, waarom de oude iemkers altijd spreken dat de bloem minstens drie dagen slecht honingt als het veel weerlicht na warme dagen?
Berust dat gezegde op practische ervaring, of is het wat men noemt een bakerpraatje?
Vraag II Men hoort wel eens onder iemkers spreken over rouw steken op de korven of bijenstal. Daar men beweert, dat, als de bijen hun dagelijksche verzorger missen, de bijen daardoor treuren en verarmen na het overlijden van den iemker van die stal.
Is dat een werkelijk bestaande gewoonte in de lemkerswereld, of alleen een plaatselijk praatje, overgenomen van Grootmoeder en Overgrootmoeder?
Gaarne vernam ik van U, zoo dat mogelijk is, hoe die menschen aan die gedachten komen.
H. L. C. J. te H.
Antwoord I. Inderdaad bestaat die meening, welke gegrond is op ervaringen. Red. vermoedt, dat de oorzaak gelegen is in een groote afkoeling in de natuur. Wie onzer lezers weet de juiste oorzaak?
Antwoord II. In sommige streken geschiedt het „rouwen en aanzeggen" nog steeds, hoewel nog zeer sporadisch. Hoe men er aan komt? Wie het weet mag het zeggen. 't Berust op bijgeloof en is al een zéér oud gebruik.
Red.
Vraag III. Indien men in den zomer of in het late voorjaar de bijenvolken met suikerwater voert, hoe kan men dan voorkomen, dat dit suikerwater tusschen de honing wordt opgeborgen en dus later „vervalschte" honing wordt geoogst? Anders gezegd, op welke wijze en in welke hoeveelheden moet men dit suikerwater voeren, opdat alles direct wordt verbruikt en er niets van wordt opgeborgen en verzegeld?
M. B. te B.
Antwoord III. Zoete vloeistof wordt steeds opgelegd, tenzij men zulke kleine porties geeft (b.v. per dag een eetlepel), dat practisch van opleggen geen sprake is. Het beste is dus in zulke jaargetijden honing te voederen. In den laatsten tijd redt men zich echter óók door suiker droog te voederen. Droge suiker wordt niet opgelegd en de bijen blijven er door in het leven. Ook suikerborstplaat b.v. kan dienen.
Red.