EEN ERNSTIG WOORD IN HET WERKELIJK BELANG
VAN MIJN IMKER VRIENDEN.


Hoewel ik nog pas heel kort imker ben en nog maar heel weinig menschen mij kennen, wil ik toch het woord tot U richten, mijne Imkervrienden, omdat ik als bij intuïtie gevoel, dat, wat ik U te zeggen heb, algeheel in Uw belang is en ik er zelf niet het minste profijt van trek. Daarom, dat ik dan ook des te vrijmoediger tot U kan en durf spreken.

In mijn positie van Secretaris van de Centrale Marktcommissie van Ring „Amersfoort en Omstreken" van Uwe Vereeniging, waardoor ik heel wat werk gedurende de organisatie van de beide Honingmarkten te Amersfoort en te Zeist heb mogen verrichten en waarbij mij o.a. ook de propaganda voor het Rijkshoningmerk werd opgedragen, heb ik over tal van zaken veel nagedacht en daarnaast ook met heel wat toestanden kennis kunnen maken.
Dit alles heeft mij sterk aangespoord, thans het woord tot U te richten en U met den meesten klem aan te raden: wordt lid van het Nederlandsch Honingcontrôlestation, door U zoo spoedig mogelijk daarbij aan te sluiten.
Ik zal U direct zeggen, op welke gronden ik U dat zoo warm aanbeveel.

Waren de inzenders op de Honingmarkt te Amersfoort toen nog ruim voorzien van verschillende soorten honing, de verkoop tijdens die markt en de bestellingen daarna door hen ontvangen, deden hen inzien, dat zij, wilden zij bij voortduring aan die bestellingen gevolg kunnen geven en ook met een flinken voorraad honing op de Honingmarkt te Zeist kunnen verschijnen, direct moesten zorgen, dat hun voorraden goed werden aangevuld, om ook aan de wenschen van de nieuw te verkrijgen relaties zooveel mogelijk te kunnen voldoen.
Naar verschillende imkers, aangesloten bij het Honingcontrôlestation, gingen aanvragen om toezending van voornamelijk Zomerhoning, doch de meesten hunner hadden hun hoofdvoorraad reeds van de hand gedaan, zoodat zij of nog bijzonder weinig konden leveren of niet meer aan die aanvragen konden voldoen. Dit jaar was er bijzonder weinig Zomerhoning geoogst, dat kwam er nog bij en van zeer nabij weet ik, dat het voor de zich voor de Honingmarkt te Zeist ingeschreven hebbende inzenders heel wat hoofdbrekens kostte, om voldoende hoeveelheid van dien honing te bemachtigen, ten einde behoorlijk op die markt voor den dag te kunnen komen.

Aan den anderen kant vernam ik van volkomen betrouwbare personen, dat er in verschillende streken van ons land tal van kleinere en grootere imkers aangetroffen worden, die met den door hen geoogsten honing om zoo te zeggen geen raad weten, dezen tegen zeer lage prijzen in de omgeving aan den man trachten te brengen en blij zijn, als ze er op die manier nog van verlost worden.

(Wordt vervolgd.)

W.E. ASBEEK BRUSSE