21 DECEMBER 1831 TOT 21 DECEMBER 1931

EEN CENTIAIR.


Op 31 December a.s. is het 100 jaar geleden, dat te Prègny bij Genève stierf de beroemde Imker Francois Huber. Het komt mij voor, dat een woord van groote waardeering in ons maandschrift niet mag ontbreken.
Abbè Della Rocca die vele jaren in Griekenland werkzaam was zag daar een Bijenkast gebruiken met los liggende latten. De Bijen bouwden haar raten aan deze latten en met de lat konden de raten worden opgenomen. In het handboek van Della Rocca van 1790 werd deze kast beschreven en een teekening daarvan komt voor op blz. 107 van Traitè complet d'Apiculture van 1931.

Huber ging een schrede verder op den weg naar den lossen bouw. Hij was de eerste Imker, die houten ramen in onderling verbonden bladen gebruikte als Bijenkast, die geopend en gesloten kon worden, zie bl. 110 en 111 van Traitè complet. Het handboek van Huber werd in 1926 nog in het Engelsch vertaald door M.C.P. Dadant in Amerika. Huber werd 17 jaar oud blind, met behulp van zijn assistent Burnens deed hij zijn onderzoekingen, toen deze Huber in 1795 verliet bleef hij met de hulp van zijn familie zijn studiën voortzetten. Hij toonde voor het eerst aan, dat de wasplaatjes werden afgescheiden tusschen de ringen van het achterlijf, voor dien tijd meende men, dat deze rechtstreeks van het stuifmeel afkomstig waren o.a. Swammerdam en Réamur. Als bewijs gaf hij de bijen alleen suiker en honig en zag toch de raten bouwen.

Voor hem was de bruidsvlucht der moederbij niet bekend, met Burnens vond hij, dat de darren tijdens de bruidsvlucht de moederbij bevruchtte. Huber schreef aan Bonnet, dat een moederbij geboren 4 October 1788, 24 bruidsvluchten deed zonder een dar te vinden; maar op 31 October met de resten van een dar terugkeerde. In Maart 1789 werden toen gevonden 600 eieren in darrencellen en 2438 eieren in cellen voor werkbijen. Juist omdat hij jong blind werd is het een buitengewone verdienste, dat Huber werken bleef, het beste bewijs, dat waar een wil is ook een weg is te vinden.

L.J. VAN RHIJN.