
Wenken voor beginners.
Het zij ons vergund deze eerste, van een serie bijdragen, aan te vangen met de meest hartelijke gelukwenschen bij de intrede van 1932 voor al onze imkervrienden, bekende en onbekende. Het is zoo ongeveer bij alle menschen gewoonte, om een nieuw jaar te beginnen met nieuwe voornemens en nieuwe plannen, óók ten opzichte van hun bedrijf of hunne liefhebberij.
Of er van al die voornemens veel of weinig terecht komt, hangt voor een deel van verschillende omstandigheden, buiten onzen wil, doch ook zeer veel van ons zelven af. Of er voor onze bijtjes een gunstigen of een slechten zomer staat te wachten, dus of er veel of weinig zal kunnen worden gehaald, ligt natuurlijk niet aan ons willen of kunnen, maar wij kunnen er wel invloed op uitoefenen, of we de omstandigheden wel volkomen benutten.
Onze bijtjes behoeden voor schadelijke invloeden van buiten af, zooveel mogelijk zorgen onze volken in goede conditie te hebben wanneer er wat valt te halen enz., dit zijn dingen, waarop onze aandacht voortdurend gericht moet zijn. Wij zullen dan ook trachten om in deze rubriek de beginners steeds tijdig voor te lichten omtrent alles, waarop in een bepaald seizoen gelet moet worden.
Voor het oogenblik is er aan de bijen zelve natuurlijk nog niets te doen. Het parool voor deze maand is dan ook "Rust". Wij hebben te zorgen, dat onze bijtjes, hoe en waar ook gehuisvest, door niemand en niets worden gestoord. Tot de meest gevreesde verstoorders van onze bijenvolken behooren wel de muizen, deze kunnen zich zelf zoo lekkertjes in onze volken "inwinteren". Wij hebben eens een bijenvolk aangetroffen, gehuisvest in een Simplex-kast, waarin het een muizenpaar gelukt was door te dringen. Deze hadden zich vlak achter den bijentros een nest gemaakt, dwars door een vijftal ramen heen en belaagden aldus èn de bijen èn de voedselvoorraad.
Dat zulks funest voor een volk is, behoeven we wel niet uit te leggen. We zorgen er dus voor, om bij het inwinteren de vlieggaten zooveel te verkleinen, dat een muis er niet door kan. We verkleinen ze horizontaal, d.w.z. maken de vlieggaten niet minder breed, doch minder hoog. Als er een potlood door kan, zijn ze wijd genoeg.
In sommige jaren heeft de groote reinigingsvlucht reeds in Jan. plaats. Wanneer dat het geval is, opent men tijdens deze vlucht de vlieggaten geheel, terwijl men, indien er sneeuw ligt integendeel het uitvliegen zooveel mogelijk moet beletten. Bij korven en boogkorven gebeurt het wel eens, dat de muizen in de onderste stroorand een gaatje knagen, ook hierop moeten we letten. Het is daarom wel goed, geregeld eenige muizenvallen te plaatsen. Katten mogen we ook niet dulden, daar deze bij het springen op de korven of kasten ook onrust verwekken.
Onrust, door welke oorzaak dan ook ontstaan, is vooral in den winter voor onze bijen zeer nadeelig, omdat meerdere bijen zich van den tros losmaken, over de raten gaan loopen en zoodoende kunnen omkomen, doch ook en vooral, omdat onrust leidt tot het opnemen van meer voedsel dan noodig is, hetwelk dan weer kan leiden tot darmovervulling met als gevolg roerziekte.
Moeten de bijen dus nog rust hebben, de imker mag dit niet. We zorgen in dezen tijd van het jaar voor het nazien van onze leege woningen en materialen. De noodige herstellingen worden gedaan, zoonoodig worden de woningen opnieuw geschilderd enz. Ramen uit kasten of boogkorven welke na de heidedracht uitgesneden zijn, worden flink schoongeschraapt, waarbij vooral de zaagsneden of groeven voor de kunstraat goed open worden gemaakt, draad kan worden ingespannen; ook kan men alreeds de noodige kunstraten inzetten, als men maar zorgt dit in een goed verwarmd vertrek te doen, daar anders de kunstraat gemakkelijk breekt.
Raten, welke zijn opgeborgen, worden van tijd tot tijd gezwaveld, teneinde ze voor beschadiging door wasmot en mijt te vrijwaren. Zoo zien we, dat er nog wel een en ander is te doen. Verder kunnen we onze lange avonden benutten om goede boeken over bijenteelt te bestudeeren. Er zijn zeer goede in den handel en we kunnen in onze vereenigingsbibliotheek te kust en te keur terecht. Het is echter raadzaam, dat men zelve een goede handleiding bezit, om deze zoonoodig in twijfelachtige gevallen eerst te kunnen raadplegen. Kan men als beginner een cursus in bijenteelt volgen, of lezingen bijwonen, dan mag men die gelegenheid nooit verzuimen. Het vermeerderen van onze kennis zal èn onze bijtjes èn ons zelven ten goede komen!
Leeuwarden,
IJ. STIENSTRA.