
(Vragen te richten tot den heer A. Oonk, Warnsveld.)
Vraag 1. Ik zag op 8 November nog veel darren voor een mijner kasten vliegen, gelijk midden in den zomer. Is dit niet iets abnormaals ?
Antwoord: Dit kan veroorzaakt zijn door een late honigdracht of de najaarsvoedering, waardoor de koningin nog darreneieren heeft ingelegd. Ook is het mogelijk, dat de kolonie moerloos is, of een darreneierleggende koningin heeft. In elk geval moet U dit volk in het voorjaar op een mooien dag eens nazien, of er bijtjes aanwezig zijn. Het komt wel meer voor, dat laat in 't najaar darren worden gezien en dat volk toch een goede koningin heeft, doch, als er van veel darren sprake is, dient men achter zulk een volk toch een vraagteeken te zetten. Blijkt het in Maart moerloos te zijn, dan is de beste oplossing het zoo spoedig mogelijk met een andere kolonie te vereenigen, want, als men moerlooze volken op zijn stand heeft, lokt men gemakkelijk rooverij uit, daar zooals U schrijft, dit volk flinken voorraad heeft.
Vraag 2. Vorig jaar kristalliseerde mijn heihoning met grove suikerkristallen. Terzelfder tijd zag ik bij kennissen, die een 5 pondsbus gekocht hadden, waarin de honing vloeibaar was. Hoe kan dat? Dit jaar blijft echter de heihoning veel langer vloeibaar.
L. Z. te Sch.
Antwoord: De mogelijkheid bestaat, dat Uw heidehoning niet geheel uit zuiveren heihoning bestond, doch dat er bij het slingeren nog zomerhoning mede uitgeslingerd werd. Voor zoover mij bekend, kristalliseert zuivere heihoning wel, doch hij blijft zeer zacht en gemakkelijk smeerbaar, terwijl enkele andere honingsoorten zeer grof kunnen kristalliseeren. Zulk een geval is uit de verte altijd zeer moeilijk te beoordeelen. De behandeling van uitgeslingerden honig door vaak omroeren, of soms te groote verwarming, oefent op de kristallisatie grooten invloed uit, terwijl ook de weersgesteldheid tijdens de dracht op de kwaliteit van den honing van invloed moet zijn.
Vraag 3. Mijn volk heeft niet genoeg voedsel. Kan ik in den winter dit tekort aanvullen?
A. C. te A.
Antwoord: Bijen moeten in den winter niet meer verontrust worden, dan hoogst noodzakelijk is. Een zorgzaam imker zorgt er natuurlijk voor, dat hij zijn volken vóór half October zooveel voer heeft toegediend, dat zij hieraan tot eind April voldoende hebben. In Uw geval is het gewenscht bovenop de ramen onder de stroo-mat of de dekkleedjes een flink stuk suikerborstplaat te leggen, of een raam met honing juist boven den bijentros en dan alles weer zorgvuldig van boven afdekken. En nu oppassen, dat zulk een nalatigheid een volgend jaar niet meer kan voorkomen. Dit bespaart U extra moeite en ergernis.
Vraag 4. Is het noodzakelijk de vliegplanken vrij te houden van sneeuw?
L.A. S. te Gr.
Antwoord: Als de vliegplanken door de losse sneeuw bedekt zijn, hebben de bijen hiervan geen hinder, omdat losse sneeuw de lucht doorlaat. Koloniën, die goed overwinterd worden, hebben maar weinig lucht noodig, doch als de vlieggaten door het smelten der sneeuw met ijs bedekt zouden worden, zouden de bijen hiervan de slechte gevolgen kunnen ondervinden en daarom is het gewenscht ervoor te zorgen, dat de vlieggaten steeds vrij van ijs blijven.
Vraag 5. Hoe te handelen om de bijen te verhinderen, dat zij uitvliegen, als de grond nog met sneeuw is bedekt?
W.E. te W.
Antwoord: Vele bijen kunnen 's winters in de sneeuw omkomen. Zij worden n.l. bij helderen zonneschijn door de schitterende zonnestralen, welke op de sneeuw schijnen uit hare verblijven gelokt. Is een reinigingsvlucht nog niet noodzakelijk, dan is het 't beste den bijen het uitvliegen te beletten door b.v. rietmatten of iets dergelijks voor de volken te plaatsen. Is daarentegen een reinigingsvlucht zeer noodzakelijk, dan moet de sneeuw een flink eind voor de standplaats worden verwijderd, of de grond worden bedekt met rietmatten, asfalt, enz. Als de bijen hierop gaan zitten, zullen zij na eenigen tijd weer kunnen op vliegen en op deze wijze aan den dood ontsnappen. Komt een bij evenwel in de sneeuw terecht, dan zal ze dit in de meeste gevallen met den dood moeten bekoopen, omdat de sneeuw een temperatuur heeft van 0° C.
Vraag 6. Ik heb 's zomers vaak veel jonge onbevruchte koninginnen over, die ik niet direct in bevruchtingskastjes kan plaatsen. Hoe houd ik deze zoo lang mogelijk in leven?
G. B. te L.
Antwoord: Als men volken heeft, die gezwermd hebben en die nog niet in het bezit eener bevruchte moer zijn, kan men bovenop de ramen van zulk een volk de onbevruchtte koninginnen in kluisjes leggen, welke door de bijen worden gevoed. Bij mij staan de volken meestal een 16 dagen moerloos, voordat ik ze een bevruchte moer teruggaf en juist deze moerlooze volken leenen zich uitstekend voor het in leven houden van jonge onbevruchte koninginnen. Ik heb wel eens een week lang 10 kluisjes met onbevruchte moeren op één volk hebben liggen, zonder dat ook maar één koningin was doodgegaan.
A. OONK.