INGEZONDEN.

Aan de bij het Nederlandsch Honingcontrôlestatlon aangesloten leden van onze Vereeniging.

Waarde Imkersvrienden.
Door enkele leden van de Afdeeling „Amersfoort en Omstreken" van de Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland werd de wenschelijkheid uitgesproken om op een nader vast te stellen datum te Amersfoort dan wel te Utrecht een vergadering te houden, waarop door de bij het Nederlandsch Honing-contrôlestation aangesloten leden onzer Vereeniging gezamelijk hunne belangen zouden kunnen bespreken en zoodoende wellicht zouden kunnen geraken tot meer eenheid terzake van verschillende aangelegenheden, den verkoop van honing onder Rijksmerk betreffende.

Zij meenden deze besprekingen niet tot de leden van genoemde Afdeeling te moeten beperken, doch daar zooveel mogelijk uitbreiding aan te moeten geven door deze wensen tevens bekend te maken aan alle leden van onze Vereeniging der Bijenteelt, die bij meer genoemd Honingcontrôlestation zijn aangesloten, om zoodoende te trachten, dat zooveel mogelijk allen, die gerechtigd zijn het Rijksmerk te voeren, op de voorgestelde vergadering tegenwoordig zijn.
Verschillende aangelegenheden toch vereischen een nadere regeling, althans het is hoogst wenschelijk dat dit geschiedt.

Zoo is het bijvoorbeeld ten zeerste noodzakelijk, dat ernstige stappen gedaan worden bij de Regeering, dat er in ons land een declaratiedwang voor buitenlandschen honing wordt verkregen voor alle honing, die aan het publiek verkocht wordt, zoodat het publiek niet langer in het duister blijft tasten of het Nederlandschen dan wel buitenlandschen honing consumeert.
Het wil ons voorkomen, dat in deze tijden van malaise ook in ons land er wel kans bestaat, dat ter bevordering van de comsumptie van zuiver Nederlandsche producten, de Regeering er toe te bewegen zal zijn, terzake de noodige maatregelen te treffen.

Daarom noodigen wij allen uit, wanneer zij deze zelfde meening zijn toegedaan, er bij hun afdeeling zoo krachtig mogelijk op aan te dringen, dat deze een door de Afdeeling Amersfoort en Omstreken terzake van zulk een declaratiedwang bij het Hoofdbestuur in te dienen voorstel voor de Jaarvergadering met klem ondersteunen zal. (Dit geschiedde dan zoo spoedig mogelijk.)

Voorts lijkt het meerbedoelde leden hoogst wenschelijk, dat er eenheid kome in de prijzen, waarvoor de verschillende soorten van honing onder Rijksmerk in den kleinhandel verkocht worden, opdat deze honing niet op de eene plaats voor geringeren prijs verkocht worde dan op een andere plaats. Waar al deze honing onder dezelfde controle staat van een en hetzelfde lichaam, daar is het rationeel, dat ook eenheidsprijzen worden vastgesteld na onderlinge overweging.

En zoo zullen er nog tal van andere zaken ter sprake kunnen worden gebracht, die een nadere regeling wenschelijk maken. Een ieder onderzoeke dit voor zichzelf en brenge dergelijke zaken ter sprake op meerbedoelde vergadering.
Ten einde eenige vastheid te hebben, dat het meerendeel der aangeslotenen ook werkelijk de wenschelijkheid van het houden van zulk een vergadering inziet, zouden wij gaarne zien, dat zoo spoedig mogelijk na het verschijnen van dezen oproep in het „Groentje", door allen, die met de besproken plannen instemmen, even per briefkaart of brief, dan wel met hun visitekaartje aan ondergeteekende hiervan kennis worde gegeven, liefst vóór eind Januari, aan zijn adres: Amersfoortsche straatweg 70b te Soesterberg.

In afwachting en met vriendelijke imkersgroeten steeds Uw U toegenegen
W.E. ASBEEK BRUSSE
Lid van Afd. Amersfoort en Omstr.

Krasse Beschuldigingen.

In het Decembernummer houdt de heer Joustra in zijn Maandpraatje een betoog ten gunste van het Rijksmerk. Van zijn standpunt, natuurlijk en prijzenswaardig. Maar hij gaat in zijn ijver veel te ver, waar hij beweert, dat, indien het Rijksmerk ten gevolge van te weinig aansluitingen verdwijnt, dat in dat geval de niet R.M.-voerende Nederlandsche imkers in de kaart zullen hebben gespeeld van de oneerlijkheid in den honinghandel en beschouwd zullen kunnen worden als de doodgravers van de Ned. bijenteelt.

Het is den heer Joustra toch bekend, dat er zijn, die juist het huidige Rijksmerk zelf een kras staaltje van oneerlijkheid vinden en die om deze en om andere den heer Joustra eveneens bekende redenen het Rijksmerk niet in het belang van de bijenteelt vinden en zich daarom niet aansluiten.
Een beetje overdrijving bij de aanprijzing van hetgeen men nuttig of noodzakelijk acht, is verschoonbaar, maar laat de heer Joustra en zijn mede-voorstanders van het Rijksmerk altijd bedenken, dat ook zij zich kunnen vergissen en dat er enthousiaste imkers kunnen zijn en ook werkelijk zijn, die op hun manier hun best doen voor de bijenteelt, al zijn zij het niet eens met het door velen zoo warm voorgestane rijksmerk.

Lent. Dec. 1931.
Mr. EBBINGE WUBBEN.

Naschrift Redactie.
Het is mij niet bekend dat er zijn die het Rijksmerk een kras staaltje van oneerlijkheid vinden, wel, dat er zijn, die liever hadden, dat het R.M. vandaag, dan morgen verdween. Ik zie de bevordering der bijenteelt in de richting van het onderwijs en in die van het loonend maken het bedrijf. Naar mijne meening, laden zij, die zich wel kunnen, doch niet willen aansluiten, het verwijt op zich, dat zij een prachtstuk propaganda voor het Nederlandsch product vernietigen.

Als we het R.M. kwijtraken, dan zijn we veel verder achteruit, dan we ooit geweest zijn. Daartegen te waarschuwen achtte ik mijn plicht. Nu vindt dhr. E. W. dat ik overdreven heb. Dat is mogelijk en ik hoop zelf waarlijk dat ik door een te donkeren bril gezien heb.
Maar ik draag liever dit verwijt, dan dat men mij later (als het te laat is) zou verwijten, dat ik niet de belangen van de Nederlandsche bijenteelt en de Nederlandsche Imkers ten volle zou hebben behartigd, zij het dan, dat ik, volgens dhr. E. W., mij aan overdrijving schuldig maak.
Vanzelfsprekend gaat het niet om die imkers, die geen honing in den handel brengen. Ik richtte mijn waarschuwing (krasse beschuldiging) tot hen, die dit wél doen en hun collega's R.M.-voerders maar laten modderen.
RED.