Bijenplanten.
Twee Klimplanten.
Klimplanten zijn er op den aardbodem vele. Moeder natuur kon blijkbaar niet dulden, dat onbegroeide muurvlakten of kale boomstammen, haar geheele schoonheid afbreuk zouden doen en wierp de klimplanten met kwistige hand tegen de vergane muren, rotsen en boomstammen. Een der velen door een ieder welbekend, is:
De Klimop.
Ook wel, "Wintergroen" (Hedera Helix) genaamd. De zeer honingrijke bloemen zijn groenachtig geel in bolvormige schermen. De bijen maken er dan ook gretig gebruik van en "De Practische Imker" van verleden jaar maakte dan ook nog melding van druk bezoek der bijen omstreeks 12 November. De bessen zijn meestal zwart en worden door de lijsters en spreeuwen gaarne gegeten, die dan zoodoende op hunne beurt, weer voor de verspreiding der zaden zorgen. In onze stadstuinen worden ze zooveel niet meer aangeplant. De hedendaagsche Hygiënische mensen, wil ze niet meer, vanwege 't stof en de uitwerpselen der vogels, die zich in hem verzamelen. Wie de klimop in vollen omvang wil bewonderen, ga eens naar deze of gene oude ruïne of slot. Daar is hij in zijn element. Ziet hoe hij met zijn ruige bruine behaarde takken het geheel als een reuzen Octopus (zeepoliep) in zijn vangarmen sluit en met zijn doordringende luchtwortels alles nog bij elkaar houdt, als wilde hij het klassieke zoo lang mogelijk bewaren. Echte broedplaatsen voor vogels zijn het daar, en de bijen houden zich gaarne, bij winderig weer zooveel mogelijk aan de beschutte zijde aan 't nectar zuigen. In den winter wordt zijn loof meer donkergroen, 't Heeft niet kunnen helpen dat hij toch grootendeels verdrongen is door:
Ampelopsis Veitchi.
Ook wel zelfhechtende wingerd genoemd. Ook deze beschikt over zeer honingrijke bloempjes. Maar ge hoort aan den muur enkel zoemen. Om de bijtjes te zien zult ge het blad moeten opbeuren, daar zitten ze te snoepen op de stervormige bloempjes. Rakkers als ze zijn, weten ze toch ook alles te vinden. De zelfh. wingerd wordt tegenwoordig zeer veel aangeplant, met zijn hechtschijfjes schaamt hij zich niet om soms tot 20 meter hoog te klimmen. In den herfst, kleurt zijn blad zich met de schitterendste kleuren, geel rood, zoo mooi dat de bekwaamste kunstschilder het penseel er bij neer moet leggen, weer iets later vuurrood, alsof de roode haan op het dak staat. Dit is dan ook het einde van al dat vuurwerk en de tuinman kan zijn kruiwagen gereed houden om al die hoeveelheid loof op den composthoop te deponeeren.
C. DE JONG.
Hoensbroek.