ONZE BIJEN ZIJN GEZOND.
Verslag van het onderzoek op Bijenziekten in 1930.
Het aantal monsters toegezonden bijen bedroeg 11, waarvan 6 van éénzelfden eigenaar. Deze monsters kwamen ter onderzoek in de maanden Februari, Maart, April en Mei en hielden verband met een min of meer opvallende sterfte bij de desbetreffende volken.
Behalve op de Acarapis Woodii (de mijtziekte) is het verdachte materiaal op het voorkomen van den Nosema parasiet onderzocht, enkele monsters op vergiften.
De mijtziekte kwam niet voor. De Nosema werd gevonden bij één imker met 86 volken waarvan 95 in kasten de rest in korven. Ruim de helft der kastvolken en alle korfvolken waren met Nosema besmet. De roerziekte kwam op dezen stand veel voor. Het onderzoek is in den zomer niet voortgezet bijzondere maatregelen zijn niet genomen. Bij de bijen van de overige monsters zijn geen specifieke ziekteoorzaken vastgesteld kunnen worden.
Broedziekten kwamen niet voor, ook geen gevallen van vergiftigingen. De algemeene gezondheidstoestand van de bijen in 1930 mocht gunstig beoordeeld worden. Zie.verslag van Rijksseruminrichting over het jaar 1930 Afd. VI N 48 bl. 37 der Bibliotheek.
L.J. VAN RHIJN.