Een toevallige waarneming van vervliegen der bijen.




De foto geeft den stand aan, de onderzochte kast was bruin, die er links van staat, licht groen en die er rechts van staat blauw met een witte vlek bovenhet vlieggat dus kast A, B en C. Nu was in B dezen zomer een Italiaansche moederbij gebracht, daardoor hadden de werkbijen er van een typische teekening.


Om de pollen te onderzoeken, die in October werden binnengedragen, werden enkele thuiskomende bijen gevangen en nu viel het mij op, dat in kast A en C Italiaansche werkbijen waren, die waren dus op de heide verdwaald. Is dit nu niet een afdoend bewijs, dat vervliegen meer voorkomt, dan vroeger werd aangenomen. Het komt mij dan ook voor, dat het beter is, wanneer dit praktisch geen bezwaren heeft, steeds tusschen de bijenwoningen een vrije ruimte te laten. Bij het vertrek der bijen naar de heide werden 4 kasten gewogen, 1, 2, 3 en 4. Kast N.1 woog 21,3, N.2 20,5, N.3 23 en N.4 21,8 K.G. alleen gedekt door reisraam. Bij den terugkomst van de heide bleek kast N.1 16,45, N.2 14,7, N.3 7 en N.4 5,7 K.G. zwaarder te zijn geworden (voor meerdere belasting van deksel dekkleed en stroomat was reeds 4,50 K.G. afgetrokken). Hieruit blijkt, dat het volk in kast N.1 preferent is; want de bijenweide en het weer waren voor de 4 volken gelijk. Het volk was een zwerm van juli 1929, die op de heide veel honig won in het najaar van 1929. Alle honig liet ik het volk houden, daarom was het geven van suiker niet noodig. De overwintering was zeer goed, weinig doode bijen en geen roer, ook de voorjaarsontwikkeling was zeer goed, 16 Mei kon worden omgehangen, 15 Juni werd het rooster gelegd en 27 Juli werd 6 K.G. slingerhonig gewonnen.

In ons Maandschrift van 1903 blz. 89 staat 1902 was een slecht jaar, toen de Bijen op de heide kwamen was er te weinig honig in voorraad, gelukkig waren er enkele goede dagen in Augustus, zoodat er genoeg heidehonig gewonnen werd om te overwinteren en algemeen was de overwintering goed, loop kwam niet voor. In id. 1904 blz. 180 staat, in Meijerij, de Peel en het Kempenland overwinteren de volken dikwijls uitsluitend op de heidehonig, zelfs een Imker met 50-jarige praktijk had alleen in 1860 een slechte overwintering gehad, de overige jaren was deze heidehonig altijd goed geweest. Deze notitie was oorzaak dat ik het volk N.1 alleen op heidehonig liet overwinteren en zonder nadeelige gevolgen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik de aandacht te vestigen op Correspondentie zie blz. 252 van Jaarg. 1913, W. Jansen uit Drachten had 5 Sept. 5 Dadantkasten op de Maatlanden staan en won daarmede 150 pond slingerhonig van de Blauwe knoop Succisa pratensis Heukels geeft op bloeitijd juli tot September. Waar deze plant veel voorkomt is het loonend zijn bijen er heen te brengen. Sommige vochtige weilanden, die uitsluitend als hooiland dienst doen, zijn rijk van deze planten voorzien, het beste is dan tegen eind Juli er zijn bijen heen te brengen.
L.J. VAN RHIJN

Naschrift Redactie.
Toch mogen we ons gelukkig prijzen, dat we door het verstrekken van suiker in het najaar, de kans op een gezonde overwintering versterken. Na 1909, toen voor het eerst suiker gedenatureerd werd verstrekt, overwinterden de bijen gezonder. Wie kent niet die mooie gezonde slanke "suikerbijen?" Red.