Oproep van alle bij het Nederlandsch Honingcontrôlestation
aangesloten imkers.
Waarde Imkervrienden!
Hoewel aan ons verzoek om ons mede te deelen, hoe U er overdacht een vergadering te beleggen ter bespreking van de gezamelijke belangen van hen, die honing onder Rijksmerk en den handel brengen (zie het Groentje van januari blz. 16) door slechts weinigen gevolg werd gegeven, daar meen ik toch er goed aan te doen U allen uit te noodigen tot het bijwonen van een vergadering, welke te Amersfoort gehouden zal worden op den dag voorafgaande aan de Algemeene Vergadering onzer Vereeniging te Utrecht, dus op Woensdag 20 April a.s., 's avonds om halfacht in Hotel Monopole.
Want het is niet alleen noodig maar zelfs hoogst noodzakelijk, dat wij bijeenkomen voor zulk een gezamenlijke bespreking, vooral ook met het oog op onze concurrenten in buitenlandschen honing, die op allerlei wijzen onze nationale bijenteelt nadeel berokkenen, en als wij daar niet krachtig tegen optreden zelfs om hals te brengen.
In een verslagje van eene vergadering van Afd. Utrecht toch staat woordelijk, den volke bekent gemaakt door het Utrechtsch Dagblad;
„Vervolgens kwamen in behandeling liet rijkshoningmerk, mededeeling werd gedaan omtrent enkele bepalingen, aansluiting en de kosten, welke daaraan verbonden zijn.
Om het rijkshoningmerk te mogen voeren wordt men verplicht alleen Nederl. honing te verhandelen en geen buitenlandschen daarbij in voorraad te hebben.
Daar Nederland echter niet in eigen behoefte kan voorzien en men dus wegens de vraag genoodzaakt is, deze met buitenlandsche aan te vullen, wordt de beroepsimker door genoemde bepaling in de uitoefeningen van zijn bedrijf gedrukt.
In de inleiding van het boek Bijenteelt van dr. ir. Minderhoud wordt o.a. gezegd, dat de bijenhouderij in ons land niet als hoofdbedrijf geschikt is, waaruit men mag veronderstellen dat hier bedoeld is, dat een bedrijf niet loonend kan zijn van de opbrengst van alleen Nederlandsche honing, zoodat men er als vanzelf toe is gekomen ook buitenlandsche honing te verhandelen.
Voorgesteld werd, op herziening van deze bepaling aan te dringen oer naast Nederl. honing onder Rijksmerk ook buitenlandsche honing (welke ook honing is) onder controle in den handel te kunnen brengen'.
Ieder, die een beetje op de hoogte is van de bestaande toestanden, weet waar het hier feitelijk om gaat. Zij, die tot voor korten tijd vrijwel de alleenheerschappij hadden in den honinghandel, voelen nu reeds, nadat er nog pas betrekkelijk kort eenige propaganda voor Nederlandschen honing onder Rijksmerk wordt gemaakt, de gevolgen van propaganda en probeeren nu uit alle macht dat gevolg af te wenden onder het motief, dat zij in hun bedrijf gedrukt worden.
Zij vergeten echter, dat zij slechts met hun zeer weinigen staan in verhouding tot de zeer velen, ook Nederlandsche imkers die, zij het dan ook niet in hun bijenteelt als hoofdbedrijf, doch wel degelijk in hun bijenteelt als nevenbedrijf een meer of minder groote bron van inkomen vinden, welke bron juist door dien verkoop, verkoop van buitenlandschen honing onder schoonklinkende Nederlandsche etiketten zonder ook maar één enkele aanduiding betreffende de herkomst van hun koopwaar, reeds tal van jaren ten zeerste belemmerd wordt rijkelijk te vloeien, afgescheiden nog van liet bedenkelijke feit, dat zoowel liet honingconsumeerende publiek als de wederverkoopers van hun product op groote schaal op de dwaalwegen worden geleid.
Met recht is hier het spreekwoord van pas, dat ze wel den splinter in een andermans oog doch geenszins den balk in hun eigen oog opmerken, want wat zij het Rijkshoningmerk aanwrijven kunnen de vele Nederlandsche imkers hun met nog veel meer recht van spreken verwijten; door hun verkoop van buitenlandschen honing bemoeielijken zij den afzet van zuiver Nederlandschen honing in bijzonder sterke mate; leggen zij daarbij de Nederlandsche bijenteelt een ontzettende belemmering in den weg om krachtig op te bloeien, wat juist het voornaamste doel is zoowel van liet „honingbesluit' als het „honigmerkenbesluit alsook van liet voorstel van Afd. Amersfoort en Omstreken om krachtig bij de Regeering er op aan te dringen, dat een „declaratiedwang voor buitenlandschen honing" wordt ingevoerd.
Wij hopen, dat alle belanghebbenden in heel den lande zullen inzien wat feitelijk de oorzaak is, dat hun bijenteelt- en honingwinst zoo benadeelt en dat het dus dringend noodzakelijk is gezamelijk hun belangen te bespreken en na te gaan hoe deze bevorderd kunnen worden. Daarom gij allen, die dit leest, komt als één man ter vergadering in het welbegrepen belang van de Nederlandsche bijenteelten honingwinst alsook in Uw werkelijk eigenbelang. Slaat nu eens werkelijk de handen in elkaar en trekt op ten strijde tegen allen, die Uwe belangen reeds zoo lang hebben belaagd.
Laat het een vergadering worden, die klinkt als een klok en waar werkelijk spijkers met koppen worden geslagen. Het zij zoo !
W. E. ASBEEK BRUSSE.
Naschrift Redactie.
Ook ons heeft het getroffen, dat n. b. een afdeeling onzer Vereeniging volgens het berichtje in het U. D. blijk geeft niet aan de zijde te staan van tien waartoe zij behooren en bovendien toelaten, dat onware berichten worden gelanceerd.
De weg, die de Nederlandsche Imker bewandelt, wordt hem zelfs door eigen menschen wel moeilijk gemaakt. Zooals wij reeds meer deden, helaas zonder succes, geven wij liet advies tot den volgenden wedloop. Alle honingverkoopende imkers, voeren het Rijksmerk ; alle handelaren in buitenlandsche honing zetten op hun waar Buitenlandsche honing. Het publiek doet uitspraak. We bevechten elkaar dus niet als concurrenten, doch spelen als sportbroeders een vriendschappelijken wedstrijd. Doen? Red.