INGEZONDEN.


Mijnheer de Redacteur!

Mag ik, naar aanleiding van liet schrijven van den Heer Lankkamp in ons Groentje van Februari j.l. daarop nog even terugkomen? Het is niet mijn bedoeling den Heer Lankkamp hiermede te blameeren, integendeel zeer terecht was zijn schrijven.

Met veel genoegen bezocht ik meerdere malen de honingmarkt te Deventer, temeer daar liet verkoopen van honing hier zeer vlot van stapel liep. Immers! staat Deventer daarvoor niet bekend als zijnde een plaats waar men zijn honing steeds aan de man kan brengen? Naast al deze genoegens zal men echter ook schrikken wanneer men als eerlijk een verkooper ziet hoe een medeverkooper zijn waar verkoopt. Het is geen overdrijven wanneer ik zeg, gezien te hebben dat een imker honing in de raat verkocht waarin zich stukken draad bevonden en zoo zwart als teer. Hoe de potjes er uit zagen zullen we maar achterwege laten.

Wat moeten nu de koopers (sters) denken wanneer zij zulke verrassingen, thuis gekomen, op doen-? Zullen zij nog eens terugkomen op de honingmarkt en hun weer laten beetnemen? Zeker het Rijkshoningmerk kan hiertoe veel bijdragen. Maar hoeveel menschen koopen nog zonder Rijksmerk. Is dit alles hun wel doordrongen? Geachte imkers is iets dergelijks nu niet te onderdrukken. De honingmarkt te Deventer is voor een imker uit Deventer als ook van die uit de omgeving van zeer veel beteekenis, doch getracht moet worden, dergelijke imkers, de markt te verbieden. Eerst dan zouden de ingezetenen van Deventer gerust kunnen koopen en terug komen. Kan de afd. Deventer hierin geen verbetering brengen? Nog zij vermeld, dat de verkooper in dit schrijven bedoeld, geen inwoner van Deventer is.

Laten we als eerlijke imkers trachten zoo ook op de markten dergelijke menschen buiten de markten te houden.
Met dank voor de plaatsing,
J. VAN NOOREL. secr. afd. Raalte.

Naschrift Redactie.
Afdeeling Deventer, zal zeker met deze opmerking wel rekening willen houden.
Red.