VERSLAG OMTRENT DE BEVINDINGEN EN HANDELINGEN VAN HET HONIGCONTRÔLESTATION TE ENSCHEDE, GEDURENDE HET JAAR 1931.
Van de Vereeniging Nederlandsch Honigcontrôlestation zijn lid de volgende drie organisaties van bijenhouders in Nederland:
1. De Vereeniging tot bevordering der bijenteelt in Nederland.
2. De Bijenhoudersbond van den Limburgschen Land- en Tuinbouwbond.
3. De Bijenhoudersbond van den Noord-Brabantschen Christelijken Boerenbond.
Bestuur:
Voorzitter: Ir. H. Bemelmans (voorzitter van den Bijenhoudersbond van den
Limburgschen Land- en Tuinbouwbond).
Leden: P.J. van Haaren (secretaris van den Bijenhoudersbond van den Noord-Brabantschen Christelijken Boerenbond).
Mr. Dr. A. v.d. Flier (voorzitter der Vereeniging tot bevordering der bijenteelt in Nederland).
Secretaris: Dr. A. Minderhoud (Rijksbijenteeltconsulent).
Adviseurs: De twee Rijksbijenteeltconsulenten en de directeur van het honigcontrôlestation.
In den loop van 1931 werd door den Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid. gebruik makende van Artikel 3 der Voorschriften voor een Honigcontrôlestation (Ministeriëele Beschikking van 29 Januari 1930 No. D. 84 Afdeeling Volksgezondeid, Nedeilandsche Staatscourant 5 Februari 1930 No. 25), aan het Bestuur als adviseerend lid toegevoegd: Dr. H. W. Bloemdal, Inspecteur van de Volksgezondheid te Arnhem.
Met ingang van 1 December 1931 werd ondergeteekende, tot dusver de betrekking van directeur van den Keuringsdienst van Waren m het Keuringsgebied Enschede vervullende, benoemd tot directeur van den Piovincialen Keuringsdienst van Waren voor de provincie Groningen.
Gedeputeerde Staten van Groningen keurden goed dat het Nederlandsch Honigcontrôlestation werd gevestigd in een vertrek van liet gebouw van den Provincialen Keuringsdienst van Waren te Groningen en dat ondergeteekende de functie van directeur van het Nederlandsch Honigcontrölestation bleef vervullen. Het Honigcontrölestation werd daarom met goedvinden van het Bestuur met ingang van 1 December 1931 naar Groningen verplaatst.
Personeel:
Directeur: Dr. H.W. de Boer.
Controleur: B.H. Lammerink.
Analyste: Mej. D.H. Timmermans.
Werkzaamheden van het honigcontrôlestation.
Volgens artikel 1a van de Statuten der Vereeniging Nederlandsch Honigcontrôlestation, is het honigcontrôlestation in het bijzonder belast met:
a. De uitgifte der Rijkshonigmerken.
b. Het toezicht op de naleving van alle voorschriften, die met betrekking tot de honigcontrôle zijn uitgevaardigd.
c. Het onderzoek van den door de aangeslotenen verkochten en te verkoopen honig, in zooverre zulks door den directeur noodig wordt geacht, benevens het onderzoek van den bij de aangeslotenen voorradigen honig, voerhonig, gedenatureerde suiker en suikeroplossing en van alle met het winnen van honig of met den handel in honig in verband staande stoffen eveneens, in zooverre door den directeur zulks noodig wordt geacht.
Wijziging in de Wettelijke bepalingen:
Bij K.B. van 9 Juni 1931 (Nederlandsche Staatscourant van 9 Juni 1931 No. 109) zijn eenige wijzigingen aangebracht in de bestaande wettelijke bepalingen, waardoor aan verschillende bezwaren van aangeslotenen wordt tegemoet gekomen.
Wijziging der Statuten en van het Huishoudelijk Reglement:
Op de Algemeene Vergadering, gehouden op 10 Juli 1931, werden de volgende wijzigingen in de Statuten en in het Huishoudelijk Reglement vastgesteld.
a. Statuten.
Art. 8.
In de alinea beginnende met: „Indien de kosten der Vereeniging", worden de woorden „het vorige" vervangen door: dat.
Art. 27.
De woorden „de twee voorafgaande artikelen" worden vervangen door: Ik: voorafgaande artikel.
Art. 33.
Het laatste woord „goedgekeurd" wordt gevolgd door; en voor wat betref: zetmeelstroop en invertsuiker, niet voor hem, aan wien daarvan door of namen? den directeur-generaal van de volksgezondheid ontheffing is verleend.
Art. 39.
De woorden: „wordt met een, door het bestuur .... beboet", te vervanger door: kan met een, door het bestuur .... worden beboet.
Het laatste lid van dit artikel schrappen en vervangen door een nieuw artikel dadelijk volgende op artikel 29.
Een coöperatieve zeemerij wordt alleen als aangeslotene toegelaten: indien in. de statuten of in het huishoudelijk reglement van die zeemerij bepalingen zijn opgenomen dat:
1. De leden aan deze zeemerij geen anderen honig mogen leveren dan dien welke voldoet aan de vereischten om te kunnen worden voorzien van het Rijkshonigmerk.
2. De leden bij het winnen, bereiden en bewaren van honig de grootst mogelijke zindelijkheid zullen betrachten.
3. Indien een lid eener coöperatieve zeemerij één der bepalingen onder 1 en 2 genoemd, niet nakomt, het bestuur verplicht is, hem als lid te schrappen.
Art. 43.
Aan dit artikel wordt toegevoegd: de aangeslotene, die minstens 6 maanden voor het einde van het vereenigingsjaar, op de in de eerste alinea omschreven wijze, van zijn voornemen om uit te treden heeft doen blijken, wordt gedurende het loopende vereenigingsjaar nog als aangeslotene beschouwd.
b. Huishoudelijk Reglement.
Art. 3.
Het tweede lid als volgt te lezen: Bij ontstentenis van den voorzitter wordt hij door den onder-voorzitter vervangen.
Art. 17.
Achter den zin, aanvangende met: „De raathonig, welke uit deze korven enz. in te lasschen: De aangeslotene is van deze verplichting ontslagen, indien hem door of namens den directeur-generaal van de volksgezondheid hiervan ontheffing is verleend.
a. De uitgifte der Rijkshonigmerken.
Het aantal aangeslotenen steeg in den loop van het jaar van 276 op 455, terwijl op ultimo December 1931 nog 26 aanvragen tot aansluiting in behandeling waren.
Van deze 455 aansluitingen moeten echter worden afgetrokken:
2 wegens overlijden; 1 wegens vertrek naar België; 2 wegens bedanken; 2 wegens het geroyeerd worden door het Bestuur (één in 1930 en één in 1931) zoodat het Honigcontrölestation op 31 December 1931 455—7 = 448 aangeslotenen bezat, waaronder 4 coöperatieve zeemerijen met respectievelijk 94, 38, 38 en 10 leden.
(In Januari steeg dit aantal alsnog tot ongeveer 472).
De aangeslotenen zijn als volgt over de provincies van ons land verdeeld: Friesland: 28; Groningen: 35; Drenthe: 11; Overijsel: 59; Gelderland: 109; Utrecht: 27; Noord-Holland: 51; Zuid-Holland: 27; Zeeland: 5; Noord-Brabant: 45; Limburg: 51; samen 448.
Het aantal zendingen Rijksmerken bedroeg 539.
Totaal werden er in 1931 Rijksmerken verstrekt voor 99.119' 2 K.Q. honig, als volgt over de verschillende soorten Rijksmerken verdeeld:

Het slechte honigjaar 1931 wordt het beste gedemonstreerd als volgt: In 1930 vroegen 278 aangeslotenen Rijksmerken aan voor 89.356 K.G. honig. In 1931 vroegen 448 aangeslotenen Rijksmerken aan voor 99.019½ K.G. honig.
b. Het toezicht op de naleving van alle voorschriften die met betrekking tot de honigcontröle zijn uitgevaardigd.
Het aantal verzonden brieven bedroeg 1077.
Het aantal controlebezoeken van den controleur bedroeg 410.
Bij deze bezoeken werden inlichtingen van allerlei aard, op de honigwinning en de bijenteelt betrekking hebbende, verstrekt.
Bij de bezoeken door den controleur aan de aangeslotenen werden de volgende overtredingen opgemerkt en gerapporteerd:
a. Door 5 aangeslotenen werden de Rijksmerken zeer onvoldoende (grootendeels gemakkelijk loslatende) en niet met het voorgeschreven kleeftniddel aangebracht.
b. Door 6 aangeslotenen waren de aanteekeningen betreffende verkoop en winning van honig niet of niet voldoende bijgehouden.
c. Door één aangeslotene waren korven bijgekocht en was de honig daaruit gebroken, zonder, daarvan aan het Honigcontrôlestation op de voorgeschreven wijze mededeeling te doen.
d. Door één aangeslotene werd honig in de raat met Rijksmerk verkocht, waarin zich te veel bebroede raat bevond.
e. Door één aangeslotene waren op een vat honig te weinig Rijksmerken aangebracht.
f. Door 4 aangeslotenen werd honig bijgekocht zonder Rijksmerk, van niet aangeslotenen.
g. Door 9 aangeslotenen werd honig verkocht of afgeleverd zonder Rijksmerken.
Alle overtreders werden door den controleur mondeling op hunne tekortkomingen gewezen, terwijl hij tevens de aanwijzing gaf, hoe in het vervolg zonder veel moeite alle verplichtingen zouden kunnen worden nagekomen. Tevens ontvingen de meeste overtreders (enkele afwijkingen van minder belang uitgesloten) eene schriftelijke waarschuwing. Bovendien werd op ons voorstel één aangeslotene geroyeerd en werden twee aangeslotenen voor den tijd van drie maanden door het Bestuur geschorst. Van deze besluiten tot royement en schorsing gingen de gestraften niet in beroep.
De inlevering der formulieren vermeldende hoeveel Rijksmerken op ultimo December van het verslagjaar in voorraad waren, had over het algemeen zeer slecht plaats. Talrijke aangeslotenen moesten bij herhaling gewaarschuwd worden het bedoelde (blanco toegezonden) formulier ingevuld terug te zenden. Ook moesten 71 waarschuwingen worden verzonden aan aangeslotenen, welke het bij de Rijksmerken ingesloten formulier B (bericht van ontvangst der Rijksmerken) niet terugzonden. Vijf personen moesten 2 keer tot terugzending worden aangemaand. Behoudens andere te nemen maatregelen zullen de extra kosten aan porto's, brieven enz. door bedoelde nalatigen zelf moeten worden betaald.
c. Het onderzoek van den door de aangeslotenen verkochten en te verkoopen honig.
Het aantal door den controleur genomen monsters bedroeg 284, als volgt over de provincies verdeeld:
Friesland: 18; Groningen: 25; Drenthe: 16; Overijsel: 20; Gelderland: 86; Utrecht: 14; Noord-Holland: 40; Zuid-Holland: 2; Zeeland: —; Noord-Brabant: 17; Limburg : 46 ; samen 284.
Bovendien werden 53 monsters ingezonden, als volgt te verdeelen:
a. 19 Door aangeslotenen
b. 9 Door niet-aangeslotenen
c. 25 Buitenlandsche honigmonsters
Samen 53.
Wat betreft de chemische samenstelling der onderzochte monsters, is het volgende mede te deelen:
Over het algemeen voldeden de monsters aan de eischen in het Honigbesluit (K.B. van 30 September 1929) gesteld, uitgezonderd de volgende:
5 monsters hadden een saccharosegehalte hooger dan 5%.
2 monsters bevatten een te hoog watergehalte (hooger dan 25%).
1 monster bevatte kunstmatige (aniline) kleurstof.
2 monsters bevatten geringe hoeveelheden dextrine.
Over de monsters met een te hoog saccharosegehalte werd met de betrokken aangeslotenen gecorrespondeerd. Naar alle waarschijnlijkheid waren alle te hooges saccharosegehalte's (in voorjaars- en zomerhonig) toe te schrijven aan het te sterk voeren met suikeroplossing in het voorjaar.
In het voorjaar kunnen bijenvolken slechts met de noodige voorzichtigheid met suiker worden gevoerd; de voedering moet niet sterker geschieden dan met het oog op het benoodigde voedsel voor eenige dagen gewenscht is. Wordt nl. sterker gevoerd zoodat de bijen een deel van de gevoerde, niet voldoende geïnverteerde suikeroplossing in de raat als voorraad en volgt daarop onverwacht een periode van dracht (paardebloemen, vruchtboomen, koolzaad) dan wordt deze als voorraad opgeslagen suikeroplossing niet als voedsel gebruikt en kan de later geslingerde (of geperste) honig een te hoog saccharosegehalte bevatten.
Een der verkoopers van honig met een iets te hoog watergehalte werd ook reeds het vorige jaar gewaarschuwd; tegen deze aangeslotene zullen bij herhaliru strenge maatregelen genomen moeten worden.
Het monster honig, waaraan kunstmatige (aniline) kleurstof was toegevoegd, was gelukkig afkomstig van honig, welke nog niet in den handel was gebracht. De betrokken aangeslotene had aan een klein partijtje zomerhonig de kleur van heidehonig probeeren te geven, doch was zoo verstandig den controleur bij diens bezoek van zijn voornemen in kennis te stellen; de controleur nam daarop het aanwezige gekleurde monster mee, waarin zooals is vermeld, aniline-kleurstof werd aangetroffen. De betrokken aangeslotene werd ernstig gewaarschuwd niet met die proeven door te gaan.
Twee genomen monsters en twee ingezonden monsters zwak linksdraaiende honig bevatten sporen dextrine; deze honig was afkomstig uit dezelfde gemeente en de naaste omgeving daarvan, waar in 1930 rechtsdraaiende en dextrine-bevattende honigen werden aangetroffen. Waarschijnlijk zijn de bijen in die omgeving wederom in staat geweest van glucose- en dextrine-bevattende stoffen te snoepen, of wordt in die omgeving bladhonig verzameld, welke dan in afwijking met alle litteratuuropgaven dextrine bevat, welke volgens de in het Honigbesluit aangegeven methode precipiteert. Het verschil tot dusver bestaande in slingerhonig, pershonig en lek-honig wordt langzamerhand geringer door wijziging in de bestaande methoden van winning.
Honig, gewonnen in electrische centrifuges, uit vooraf in kleinere stukken gebroken of gesneden raathonig, is wat de methode van bereiding betreft slingerhonig. In uiterlijk en eigenschappen (stuifmeelgehalte, kristallisatie enz.) is deze honig echter een tusschenproduct tusschen slinger- en pershonig.
Enkele imkers gingen lekhonig bereiden met behulp van zachte, koude persing. Op deze wijze krijgt men een tusschenproduct tusschen lek- en pershonig, dat o.i. door zijn hoog stuifmeelgehalte niet als lekhonig kan worden verkocht.
De Directeur van het Nederlandsch Honigcontrôlestation,
Dr. H.W. DE BOER.