EEN WEER- EN WINDV0LK.


In het laatste van Augustus kwam de heer S. te den Dolder aan een onzer vertellen, dat een bijenzwerm had gebouwd en woonde aan een boomtak in het bosch achter zijn tuin. Op onze afdeelingsvergadering werd het geval onder het gebruikelijke bijtnpraaije besproken en des Zondags daarop, den 4 September van dit jaar, rolde een fijne wagen ons vieren snel over onze prachtige buitenwegen naar den Dolder.

De Zondagmorgen was grijs en kil, en ondergeteekende hevig verkouden, maar dat openluchtvolk was de magneet die ons trok. Hoe zou je, als imker, zooiets weten en er niet naar gaan kijken!

Wat we zagen, vinden de lezers op bijgaande foto's, genomen door den Heer A. Een jongen uit de buurt was de ontdekker. Het was wel opvallend, dat niemand van de vele wandelaars (meest zomergasten) er iets van had gezien. Velen hebben onder langs geloopen, zonder het minste vermoeden, welke netelige kwestie hen daar boven het hoofd ging. De bijen bedekten echter de raten volkomen, omgaven als een bruine mantel hun bouwwerk en camoufleerden zoodoende hun afwezigheid prachtig legen het donkergrijs van de boom. De tak, waar ze aan hangen, is een korte vooruitstekende stomp ± 1½ meter boven den grond. De raten zijn en daaraan, èn aan de boomstam gebouwd. Er zijn vijf mooie rechte witte raten van ongeveer een voet lang en drie dwarsstraatjes. Darrenwerk is niet aanwezig, vermoedelijk is het een nazwerm geweest. Op de foto zijn de witte raten iets zichtbaar, omdat we de bijen vóór het fotografeeren wat hebben opgerookt.

De vraag was direct: wat doen we er mee?

Oversnijden was jammer, wegens de merkwaardigheid van het geval, verplaatsen naar de tuin ging niet vanwege de korten afstand, en geleidelijk verplaatsen evenmin omdat het heele zaakje aan een (dooden) boom hangt.



We besloten de proef te nemen, en ze aan de boom te overwinteren, maar er moest een beschutting zijn tegen slagregen en sneeuwval. Als je dan lui bij je hebt, die zoo handig met hout en metaal omgaan, als mijn imkersvrienden van toen, dan is de oplossing van zoo'n kwestie een peuleschilletje Op de laatste foto hangt hel dankbare bijenvolkje onder zijn dakje van zink en heeft de Heer S., die nog geen imker is, maar het wil worden, de grondbeginselen van de techniek van het voeren al te pakken. Hij heeft er n.l. al een leeg voerbakje onder geschoven.

Het aanbrengen van een en ander geschiedde onder groote belangstelling van enkele buurtbewoners, en de stekelige dankbetuigingen van de bijen zelf. En we hadden meteen het genoegen den heer S. als lid van onze afdeeling en twee nieuwe cursisten voor onze bijenteeltcursus te kunnen noteeren.
De regenbui, die den geheelen morgen gewacht had tot we met de karwei klaar waren, begon toen meteen het nut van onze arbeid te demonstreeren, en kletterde nijdig — niet op de bijkes — maar op het zinken dakje èn op ons, die tevreden over het verrichtte, en dankbaar voor het heerlijke kopje koffie en het vriendelijk onthaal bij mevrouw S. eindelijk veilig binnenin onze snorrende auto weer naar Soest tuften.

We hopen in het Groentje nog eens terug te komen met de ervaringen en gedragingen van ons weer- en windvolk.
Soest,
W.A. VAN ELMPT.