PRACTISCHE ERVARINGEN.


Zelfs een kind kan kunstraat inzetten.

Waarde lezers. De titel hierboven, zal u zeer zeker interesseeren om het onderstaande even aandachtig te lezen. Het inzetten van kunstraat lijkt gemakkelijker dan het is. Hoe menig vel kunstraat wordt niet verknoeid door het in de zaagsnee te zetten. Die zaagsnee doet meer kwaad dan goed omreden het niet gemakkelijk is, om daar de kunstraat in te krijgen. Vooral de gegoten kunstraat met de diepe cellen. Daarbij komt nog, dat de zaagsnee ook de wasmotplaats is, want als men het kleedje of dek van de ramen haalt, dan ziet men zoo menigmaal de wasmot en door die zaagsnee heeft deze wasmot juist het hart van de raat, waar zij zoo'n vernielend werk verricht in het broednest. Smeert die zaagsnee dicht en spant de draden van onderlat naar bovenlat en wel drie draden (zie schetsje.)

Men blijft aan den buitenkant zoo'n ± 15 m/m van het buitenlatje af. Neem nu een plankje dat in het raam past en leg daar uw vel kunstraat op en daarna het raampje met de drie draden en ga dan voorzichtig met het wielspoortje, dat U in kokend water heeft liggen, eerst voorzichtig en daarna wat vlugger heen en weer over de draden. Als men gegoten kunstraat gebruikt, zet deze dan gerust op de onderlat, want dat kan gegoten raat uitstekend doorstaan. Of ze van boven niet aan de lat aansluit hindert niets, want dat maken de bijen wel vast.

Nu krijgt men ramen, die van boven tot de onderlat vastgebouwd worden en zodoende zal men het broednest een heel stuk vergroot zien, want meestal ziet men ramen die ± 15 m/m ruimte van de onderlat af zijn. Neemt men nu 10 ramen plus 15 m/m ruimte van de onderlat af, dan kan men zelf wel nagaan dat men bijna een raam vol werk meer in een kast heeft. Vergeet daarbij niet, dat die ramen veel sterker zijn bij het slingeren en bij het hanteeren, vooral bij onhandig of onkundig werken. Even dien ik te vermelden, dat ik deze plaatsing van kunstraat niet aanbeveel voor gewalste kunstraat, daar deze dat niet doorstaat, (dat valt nogal mee! Red.) Maak het wielspoortje niet warm boven een vuur of vlammetje en draag zorg voor schoone draden, want anders broeden de bijen niet op den draad.

Bij ondervinding moet ik op deze fouten wijzen, want hoe menigmaal ziet men ramen, waar de bijen niet op den draad broeden en dat kan op hierboven vermeldde manier voorkomen worden. (Hoofdzaak is, dat men draad tot in het hart van de raat drukt, Red.) Mocht men een wasmot in zijn broedraam hebben, neem dan het raam in beide handen en klop dan met Uw wijsvingers even op de bovenlat en men heeft plezier om te zien, hoe haastig de motten uit de raat komen en zich laten vallen. Voor niet kenners, wijs ik op de witte koppen tusschen het gesloten broed en probeer het eens met deze ramen, want daar schuilt de wasmot in. Mocht iemand nog wat wenschen te vragen over het hierboven geschrevene doe dit s.v.p. aan onderstaand adres met postzegel voor antwoord.
Met imkersgroeten J
. de Kok, Charlottestr. 3,
bij de zes dennen, Hengelo (O.)

---------------


Aan mijn Geachten Imkervriend
Dhr. C.J. Schellinger, te Den Helder.

Als mededeeling op uw schrijven in ons Groentje van October j.l. wil ik U even mijne ervaringen berichten, omtrent de proef genomen bij een nazwerm. Vooreerst ga ik niet accoord met uw bericht een nazwerm ± 8 dagen na 1e zwerm afkomt. De meeste Imkers hier in Zeeland en ook mijn persoon, verwachten den nazwerm de 10e à 11e dag, althans bij voorafgaand goed weer. Regenweer kan 1e zwerm wel wat vertragen en houdt deze vertraging rekening met afzwermen van nazwerm.
Wat nu uw handelwijze betreft, hadt U veel beter gehandeld een flinke Alley-trap te plaatsen (bij een kast een ter lengte van de geheele vliegplank) en deze er steeds voor geplaatst had tot de nazwerm er af was. U hadt best op uw waaktijd een dutje kunnen wagen of een wandeling maken. Uw Alley-trap was wel op zijn qui vive en zou den nazwerm met een of meerdere koninginnen wel in zijn kamer opgenomen hebben. Ik gebruik sinds meerdere jaren, zelf vervaardigde Alley-trap en steeds met goed gevolg. Zoodra de zwerm er in opgenomen is, kunt U deze verwijderen en handelen naar eigen goeddunken, maar dan ook maatregelen treffen tegen een volgende 3e zwerm.
Hierbij mijne beste Imkersgroeten uit Zeeland (Zeeuwsch Vlaanderen . . Hulst.)
P.S. Voor een korf is toch ook een Alley-trap te maken.
Hoogachtend,
H.C. BEGHEIJN, Voorz. Afd. Hulst.
Koningin Wilhelminaplein C 95.
Imker 1908—1932

----------------

Naar aanleiding van het artikel in 't Groentje van Nov. j.l. van het adres van Dhr. J.C. Stam, te Soestdijk, wenschte ik even op te merken, dat de handelwijze van Professor J.M. de Groot, aldus Dhr. Stam, wel een sprookje voorstelt, want schrijver, indien Imker zijnde, zal toch ook wel weten, (althans moeten weten), dat de tijd der reis van Pr. de Gr. gedurende 6 weken, den geheelen tijd van zwermen insluit en dus 1e zw. + meerdere nazwermen allen wel in de vergaardoos zullen gevangen zijn en er ook geen bevruchtingsvlucht der jonge koninginnen kan plaats gehad hebben en derhalve geen eitjes of broed aanwezig kon zijn, bij de inspectie na 6 weken. Persoonlijk heb ik reeds meerdere malen bij oningewijde en jonge Imkers zoo'n handelwijze ontmoet met het gevolg als boven, geen koningin of broed meer. Zoo'n reparatie was voor mij niet prettig en de handelwijze voor den jongen Imker zeer nadeelig.
Mijn meening is: zulke verhalen geven een verkeerden indruk en leering aan beginnelingen.
Hulst, H.C. BEGHEIJN.


Naschrift Red.
De lezer heeft wel begrepen, dat het hier een noodtoestand betrof en men in geen geval het door dhr. Stam beschreven geval als grondslag mag aannemen voor een bedrijfswijze in den zwermtijd. We zijn echter dhr. Begheijn voor zijne opmerkingen dankbaar, want inderdaad zouden beginners uit het berichtje de conclusie kunnen trekken, dat het voortaan zóó moet en niet anders.
RED.