HET OUDE LIEDJE.
Erg ontevreden mag ik niet zijn. Verschillende belanghebbenden hebben mij mededeeling gedaan van overcomplete naakte volken en anderen hebben gemeld, dat zij volken gebruiken konden. De laatste waren zelfs in de over-over-groote meerderheid, zoodat wij het hebben zien gebeuren, dat er wel vraag, doch onvoldoende aanbod was, terwijl wij juist het tegendeel hadden verwacht. Er is dus nòg een oud liedje en wel, dat men nog niet voldoende inziet, dat ook op deze wijze de bijenteelt bevorderd kan worden en productief gemaakt kan worden.
Maar het is maar een begin en, ook al omdat het Groentje wat erg laat verscheen, waren er wellicht veel bijenvolken naar de eeuwige jachtvelden verhuisd. Jammer!
Een belangstellend lid onzer vereeniging, die jaarlijks honderden bijenvolken heeft, doch geen te koop aanbood (ik zeg dit omdat hieruit moet blijken, dat hij werkelijk de idieele kant van de zaak beschouwt en dus een echt "bijenliefhebber" is), schreef me een vriendelijken brief en gaf daarin als zijn meening, dat, indien het mij gelukken mocht die millioenen bijen van den dood te redden ik de bijenteelt buitengewoon had bevorderd.
Er zijn op deze wijze een paar honderd volken verhandeld en dat geeft ons moed voor een volgend jaar. Wij zullen dan wat meer bijtijds eene opwekking onder hetzelfde opschrift plaatsen en dan hopen we, dat de handel nóg vlotter zal zijn.
Wij hebben er ons van kunnen overtuigen, dat de prijzen redelijk waren en vlot gehandeld werd. Volgend jaar hopen wij tevoren eens een artikeltje te plaatsen hoe men het best zulke kale volken verzenden kan en wel op de meest goedkoope manier.
Tot redding van millioenen bijen, tot voordeel van koopers en verkoopers, tot bevordering van de Nederlandsche bijenteelt.
J.A.J.