BOEKBESPREKING.
Verzameling van den inhoud der Jaargangen 1898-1929.
Van het Maandschrift door L.J. van Rhijn samengesteld. Uitgave van de Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland. Prijs f.0.60 fr. p.p. Onze Bibliothecaris heeft door dezen arbeid onze boekenschat met een werkje verrijkt, dat zeker gaarne door menigeen zal worden geraadpleegd.
Vooral voor bijenteeltonderwijzers en zij die door hunne werkzaamheid vaak diverse nummers van ons Maandschrift moeten omslaan brengt dit 62 pagina's bevattende overzichtelijk samengestelde werkje heel wat gemak, en voor studeerenden is het feitelijk onmisbaar.
Om eens een voorbeeld te noemen. Men wil iets weten omtrent een onderwerp, dat betrekking heeft op bijenteelt in de provinciën (ik doe maar een losse greep). We slaan Afd. VII op en daar vinden we o.a. aantal bijenvolken in N. en Z. Holland. Resultaten der Zeemerij te Frederiksoord, Bijenpaviljoen op een landgoed te Bakkum enz. Of men wil iets over de Producten der Bijenteelt weten. Afd. XLIV geeft ons uitkomst. We lezen .... Bewaren van honing in den winter, Cubahoning, gewicht van raathoning, honing met brood ter vervanging van levertraan enz. en achter al deze opgaven jaargang en blz. waarin en waarop een en ander is beschreven.
Wie, als ondergeteekende herhaalde malen, in de oude Maandschriften moet snuffelen, nu eens dit en dat weer dat moet opzoeken zal tot de overtuiging komen, dat het hier een arbeid betreft, die niet alleen zeer veel tijd in beslag genomen moet hebben, doch waarvan de samensteller een geduld moet hebben aan den dag gelegd, die bewondering afdwingt.
Wij twijfelen er niet aan, of dit werkje zal spoedig zijn weg vinden en een tweede druk noodig blijken te zijn.
Ga zelf bijen houden.
Onze bibliothecaris heeft dit werkje reeds in het Juninummer aangekondigd en er zijne meening over gezegd. Wij zijn in staat gesteld het boekje met den suggereerenden titel en het keurig omslag nader te bestudeeren en willen er hier ook enkele woorden aan wijden.
Imker Reinhart, die een enthousiast imker blijkt te zijn met veel liefde voor zijne bijtjes (hoe kan het ook anders?) wil het zijne er toe bijdragen om ook anderen van het bijenleven te doen genieten en wij juichen dit van harte toe. Zijn doel is niet een handboek te schrijven, waarin men dadelijk verdwaalt (pag. 22) doch losjes weg, zonder zichtbaar verband, enkele inzichten, die de bijen onszelf bijbrengen ....
Inderdaad, een handboek is het niet, doch een aaneengeschakelde levensbeschrijving evenmin; beiden wisselen elkaar "losjesweg, zonder eenig zichtbaar verband" af en het komt ons voor, dat de schrijver zich vooraf niet goed voor oogen gesteld heeft, wat hij zou brengen.
Want reeds op pag. 18 begint de practijk, die al spoedig voor leeken veel te ver gaat, waarbij zelfs de moeilijke proeven van v. Rösch, die alleen door zeer ervaren en wetenschappelijk gevormde Imkers zijn uit te voeren, niet vergeten worden.
Wij vinden het jammer van dit overigens aardige boekske, dat de schrijver zoo zijn doel is voorbij gestreefd en zich niet bepaald heeft bij eigen gegeven opdracht. Hij weet het soms aardig raak te zeggen, zooals op pag. 33 waar hij het heeft over volken met eierleggende werkbij. Wij citeeren: .…"en als we de wanhopige onverzettelijke pogingen aanschouwen, die de bijen van een reddeloos moerloos geworden volk tot het laatst toe vergeefs blijven aanwenden, om zich een nieuwe koningin te verschaffen, dan wordt de tragiek ons haast te machtig. Dan zouden we de zoo vereerde natuur, die hier wellicht aan de bijen het hoogst bereikbare van haar kunnen ten toon spreidt, er haast een verwijt van willen maken, dat ze nog niet één klein stapje verder is gegaan terwille van haar uitverkoren bijtjes, die moeder natuur blijkbaar beter gezind was, dan welke van haar tallooze andere kinderen ook."
De zucht om vooral duidelijk te zijn speelt den schrijver hier en daar parten, als hij het heeft over mannelijke darren, vrouwelijke werkbijen en zelfs over arbeidsterbijen.
Ondanks de tweeslachtigheid van dit boekske bevelen wij het gaarne ter lezing aan. De schrijver heeft hier zijn liefde voor de bijtjes ten toon gespreid en wij hopen, dat hij velen in zijn liefde voor de bijtjes zal omvatten. Wij vergeven hem dan gaarne de onsmakelijkheid, dat hij voor het bekomen van honing in zijn werkje naar eigen adres verwijst.
Het keurig uitgevoerde boekske bevat een 16tal schitterende foto's hoofdzakelijk aan het zwermen ontleend.
RED.
