Wenken voor beginnende kastimkers.


In het vorige opstelletje stond: Kijk voor goede winterbedekking even bij een imker, die zijn bijen altijd prachtig door den winter krijgt.

Met dat zinnetje ben ik er leelijk ingetippeld, want daar is me een jonge imker werkelijk naar zijn buurlui-imkers gegaan — wat 'n invloed is van dat episteltje dus uitgegaan — en heeft me die jonge imker ontdekt, dat de een korven, een ander kasten, nog een derde boogkorven, een vierde van alle drie soorten bijenwoningen in zijn stal heeft en daar kwam vanzelf de vraag bij hem op en werd mij ter oplossing voorgelegd Wat is het beste, ronde korven boogkorven of kasten?

Zoo'n vraag stellen is gemakkelijker dan haar beantwoorden, terwijl een afdoend antwoord niet gegeven kan worden. Onze jonge imker is pas drie maanden lid en heeft reeds in die drie maanden twee nieuwe leden aangeworven! Een voorbeeld ter navolging! En nu terzake! Waarom is een afdoend antwoord niet mogelijk? Omdat in de allereerste plaats het succes met de soort van bijenwoning af zal hangen van de bekwaamheid van den imker zelf. Kom eens bij een korfimker, die van ouder tot ouder korfimker was, die de kennis, de ambitie, de foefjes, het afzetgebied enz. enz. van vader en deze weer van grootvader heeft overgenomen en wat vertelt hij je.

1°. Zoo'n ronde korf kan je zelf maken en dit is op zekere hoogte waar. Ik zeg: tot op zekere hoogte is dat waar, want het moet me van 't hart, dat ik in de afdeeling, waarvan ik lid ben, wel eens korven heb gezien, die ik heel anders zou hebben gewenscht en eigenaardig: toen ik op de afdeelingsvergadering pleitte voor een korfvlechtcursus, waren juist die meester-bouwers tegen, omdat ze het niet noodig vonden.

Elk meent zijn uil een valk te zijn.

Met goed overleg en een goed voorbeeld en een beetje terechtwijzing kan men het echter een heel eind brenger en ongetwijfeld is dit een groot voordeel boven de kast. Daar moet je toch altijd nog een halve timmerman voor zijn en niet zoo ééntje, die den hamer met zijn beide handen moet vasthouden uit vrees zich anders op de vingers te slaan. Tusschen twee haakjes: Wie daar bang voor is, kan ook zijn vrouw de spijkers laten vasthouden. Dit is beslist afdoende om je zelf niet te raken. Doch al is men een heele timmerman, dan is nog de korf goedkooper. Ook de boogkorf is zelf te vlechten. Doch daarvoor is een ijzeren vorm noodig, waarover gevlochten wordt.

2°. De echte, van huis uit ronde korfimker vertelt je, dat de overwintering in de ronde korf uitstekend is en gelijk heeft hij. Hij schrijft dit toe aan het materiaal stroo en aan de doelmatige plaatsing van den wintervoorraad.

3°. Als voordeel geeft hij ook nog op: gemakkelijke vlugge behandeling. Dat lijkt juist iets voor onzen vraagsteller, want hij vraagt ook: Met welke woning werk ik het vlugst? Laat ik er echter dadelijk bijvoegen, dat de behandeling pas vlug en voldoende kan zijn, als de imker voldoende vaardigheid en routine bezit. „En waarom", vraagt onze jonge imkers „zal de behandeling zoo weinig tijd vorderen? „Kijk", zegt hij, „je hebt den korf slechts om te keeren om onmiddellijk een volkomen inzicht te hebben over volkssterkte, broednestontwikkeling, zwerm-rijpheid, voorraad".

De lezer voelt, dat er nog wel eenige ervaring noodig is. Laat ik onzen vraagsteller een eenvoudige geschiedenis vertellen. Als lid onzer afdeeling heb ik het meegemaakt, hoe de leden dier afdeeling bijna allen in hun hart meer korfimker dan kastimker er net zoo lang en zoo vaak bij een onderwijzer-lid der afdeeling op aandrongen, dat deze een Rijks-cursus voor onderwijzers in bijenteelt zou volgen, dat deze eindelijk bezweek. De leden meenden, dat dit lid hun de dan daar verworven kennis zou kunnen doorgeven, omdat ze de voordeelen van de kast boven den korf meenden gezien te hebben. De verandering van een echten korfimker in een kastimker is echter een bijna onbegonnen werk, kom eens bij zoo iemand, vooral bij zoo iemand, die ook nog aan het nieuwe zijn deel heeft willen geven door ook nog een enkele kast er op na te houden. Hij leidt je al z'n korven rond; je mag ze, als je er de liefhebberij voor over hebt, alle optillen, maar de enkele kast of de twee kasten loopt hij voorbij.

Wat ik den vraagsteller aanraad is dit: Hij is een beginner, heeft dus burenhulp en voorlichting noodig — woont hij nu toevallig in een streek met een zeer groote meerderheid van korf-imkers, laat hij naast z'n paar kasten, waar hij mee begonnen is, een paar korven houden en zelf oordeelen. We zijn nog niet zoover, dat we een statistiek hebben, waaruit we precies kunnen afleiden, wat nu wel de voordeeligste wijze van bijen-houden is óf de kast óf de korf. Maar laten we toch nog even dit zeggen. De kast is gekomen, nadat de korf er was. Men nam de kast, omdat men met recht veronderstelde, dat men z'n bijen aldus beter in de macht had, dus ze meer als cultuurdieren kon behandelen. Het nieuwe — de kast — is gebleven en nog dagelijks werken aan hare volmaking verschillende ernstige mannen. De korf is echter eveneens gebleven, dus moeten beide systemen hunne voor- en nadeelen bezitten.

Nu nog den boogkorf. De verdediger van den boogkorf in ons land is de heer Beil. Het is jammer, dat onze vraagsteller zoo ver van Dinxperlo woont, anders zou ik hem aanraden dezen zomer den heer Beil te vragen zijn bijenstand te mogen bezoeken. Laat hij zijn afdeeling aansporen een excursie per autobus naar den heer Beil te maken. Dan zijn de kosten niet zoo groot.

Die toch zal geen hunner te leur stellen. De heer Beil zal hem met genoegen rondleiden en hij zal met de conclusie vertrekken, dat er geen betere bijenwoning bestaat — geen bijenwoning, die minder tijd vraagt en meer geeft — dan de boogkorf. Waar de boogkorf tegenvalt, daar ligt — aldus de heer Beil — dit aan het feit, dat deze niet goed in de maat is en dat stroo genomen is van minder goede kwaliteit. Men gebruikt — zegt hij — liefst een ijzeren vorm, degelijk bijenkorvenriet, ongedorscht maar goed gezuiverd roggestroo, een vlechtring en een vlechtnaald. We vlechten dikwandige boogkorven van 5, 9, 12 en 16 boogjes. Bij dikwandige, aldus uit goed materiaal goed gevlochten boogkorven, zal het niet voorkomen, dat de raampjes na verloop van tijd niet goed meer zijvast te krijgen zijn of dat het stroo stuk gaat, zooals vraagsteller meent. De overwintering in kast, boogkorf en korf kan in alle uitstekend zijn, mits gelet wordt op voldoende, goed, bruikbaar wintervoer, goede bedekking der kast, rustige standplaats van alle drie, voldoende volkssterkte.

Waar op het oogenblik aan deze dingen weinig meer te veranderen is, zie het voorgaand artikel, ga ik hier niet verder op in. Het gebruik van kunstraat in den boogkorf is noodzakelijk.

1°, reeds uit economisch oogpunt, want voor 1 KG. was, waaruit de cellen zijn opgebouwd, zijn heel wat K.G. honing noodig geweest.

2°, omdat het raampje met kunstraat het slingeren beter zal verdragen dan het raampje, door de bijen geheel volgebouwd. Neem niet de allergrootste boogkorven en geef ze één sterk volk en onthoud dit: Bij korf, boogkorf en kast moet steeds het parool zijn: Slechts een sterk volk geeft een goede opbrengst.
Onze vraagsteller zag reeds honingkamers en zelfs reeds twee op kasten. Ik heb naar den datum van zijn schrijven gekeken, neen, 't was niet 1 April, dus geen grap, maar 't was midden in den winter, dat hij dit schreef. Of bedoelt hij, dat hij ze vorigen zomer wel eens aldus zag? Dat zal wel zoo zijn? Mogen we meneer de redacteur in ons stukje voor Maart daarop terug komen? 't Wordt nu al zoo lang en laat hij dan nog maar eens weer schrijven, want belangstelling ondervinden doet een mensch goed en bereidwilligheid om te antwoorden is aanwezig. Misschien komen ook anderen er toe om nu hun gedachten te zeggen, hoe meer hoe liever.

Nog iets: in Februari heeft de reinigingsvlucht plaats of reeds plaats gehad. Beginnend imker: Als U stellig en zeker overtuigd is, dat Uw inwintering uitstekend was, dat toen alles puik in orde was, laat dan, als 't koud is, de zaak desnoods stil dicht tot het mooiere weer en overtuig u bij een extra mooie dag vlug er van, dat alles nog goed marscheert.
K.