WELKE HEIDE?
Zandheide, veenheide, steen- of kiezelheide, lage heide, hooge hei enz. De geachte lezer (lezeres) dient n.l. te weten dat hier geen aparte soorten doch alleen onze gewone struikheide (calluna vulgaris) bedoeld wordt. De grondsoort en de ligging der heide zijn van geweldigen invloed op het honingen b.v.: Eenige jaren geleden ging ik geregeld met mijne volken naar de zandheide. Op zekeren keer bleek bij inspectie de geheele heide daar dor en verdroogd, en ik besloot niet te gaan; toch beviel me dit niet erg best en fietste ik eens een Kwartiertje verder tot aan Waubach (Duitsche grens.) en zie ik kon mijn oogen niet gelooven daar stond ze zoo fleurig mogelijk (steen of kiezelheide) wat toch een verschil! Deze honingde ook goed. Een collega van mij welke ook geregeld eerstgenoemde zandheide bezocht, ging met zijne volken naar België (Belgische Kempen) en had nóg veel betere resultaten; aldaar ook kiezelhei. De heidebloemen welke hij vandaar meebracht hadden eene eigenaardige diep purper, bijna blauwe kleur.
Een kenner dezer streek vertelde hem, dat hij nog tien minuten verder had moeten reizen daar was de heide nóg beter. Lage hei of hooge hei: in natte jaren de hooge in droge de lage zooveel mogelijk bezoeken. Zoo ziet de waarde lezer dat dit alles maar zoeken is om het beste van het beste te vinden, 't verschil Van 't honinggewin op de verschillende heiden kan enorm zijn. Ook dient vooral op 't hart gedrukt: Slinger toch niet alles van de zomerdracht uit, pronk liever met wat minder honing en geef den bijtjes een welverdiende portie mee. Bij slecht weer komt dit ten goede zoowel aan 't volk als aan 't broed.
Hoensbroek,
C. DE JONG.
P.S. De (Zomer Red.) honingoogst is hier van 't jaar buitengewoon meegevallen, de kastramen waren alle tien als boeken verzegeld (simplex) en heb er uit moeten nemen om nieuwe plaats te geven. Schitterend. In Zuid-Limburg is plaatselijk veel honig gehaald op roode klaver. Smaak is flauw, zoet zonder bijsmaak. De kleur is waterig lichtgeel met iets groen erdoor.
Naschrift Red.
Red. woonde eens temidden van 2 "heidesoorten". In 't Noorden Veen - in 't Oosten Zandheide. In droge zomers bevlogen de bijen als regel de Veenheide, in natte zomers had de Zandheide voorkeur. De slag was dus altijd raak!
RED.
De heideoogst in 1932.
Het bericht over de heideoogst te Warnsveld luidt, dat het gewin tegenviel en te Soesterberg, dat de totale toename op de heide 4,1 K.G. was, evenzeer geen gunstig resultaat. Mijn waarnemingskast woog bij het vertrek naar de heide 33,3 K.G. en bij den terugkeer 49,5 K.G., de andere kasten zijn niet gewogen, maar gaven toch veel honig. Ook in de omgeving van Barneveld werd veel honig gewonnen. Uit Limburg (Vroemen) en uit Brabant (St. Ambrosius) waren de resultaten der heide niet gunstig. Hieruit blijkt overtuigend, dat er plaatselijk groote verschillen zijn geweest in 1932, het komt mij voor, dat het van belang kan zijn dit voor latere jaren aan te teekenen. Het waarnemingsvolk gaf 15 Juni een zwerm af, op 31 Juli waren er eieren van de jonge moer.
November 1932.
L. J. VAN RHIJN.